Hou je alvast klaar, want dit gaat een behoorlijk lange post worden en met lang bedoel ik ook lang. Voor wie de korte versie wil, mijn zus haar reactie toen ze dit hoorde was meteen “Gij hebt toch ook echt geen geluk met mannen hé”. Zegt genoeg, toch?
Goed, beginnen bij het begin en daarvoor moeten we terug naar mei 2006. Een grote flashback dus. In mei waren er de vzzbx awards, de nederlandstalige webcomicawards. Ik heb geen idee of iemand die zich nog herinnert. Iets daarvoor had ik J. op msn toegevoegd. Hij liet vaak berichtjes achter op het Kleintje forum. Hij kwam ook naar de awards. Rustige kerel, groot, gezet. Natuurlijk ben ik vriendelijk tegen iedereen. Ik ben de vriendelijkheid zelve. Hatelijke eigenschap soms.
Later vertelde hij me op msn dat hij verliefd was op een meisje die eigenlijk al een relatie had. Dat is altijd een big nono, maar J. blijft zeggen dat zij de ware is voor hem. Zo gaat dat de hele zomer door. In augustus neemt het meisje uiteindelijk een beslissing. Ze kiest voor de jongen waarmee ze al een relatie had. J. blijft helemaal alleen achter. Hij is een behoorlijke dramaqueen dus meermaals heb ik dingen in de aard van “ik zie het niet meer zitten” en “hoe kan ik nu verder leven?” moeten lezen op msn. Opnieuw: ik ben de vriendelijkheid zelve. Dus stel ik voor dat we samen een keer iets gaan doen, zodat hij zijn gedachten kan verzetten. We komen uit bij Bokrijk. Om de één of andere reden gaan die afspraken nooit door.
Twee weken geleden vraagt hij op msn of ik eens zin had om af te spreken: filmpje en iets gaan drinken. Ach ja, waarom nu niet. Voor mij was het puur vriendschappelijk bedoeld. De week daarna was hij heel de week ziek en uiteindelijk moet ik de dag, film en uur kiezen. Maandag, Night at the Museum en 13u. We spreken af. We zijn nog maar letterlijk vijf meter weg van de plek waar we hadden afgesproken of die pakt me vast bij mijn middel. Eh?!? Ik ben iemand die veel persoonlijke ruimte nodig heeft. Aan mij kom je best niet aan als ik je niet al te goed ken. Kussen geven aan mensen die ik wel geteld vijf minuten geleden heb ontmoet vind ik verschrikkelijk. Maar zo vastgepakt worden door eender wie… ugh. Dus ik zeg tegen mezelf: “Rustig, meid, die kerel bedoelt dat goed,”.
Even later wandelen we een speelgoedwinkel uit. Speelgoedwinkels zijn heilig en ik amuseer me er altijd te pletter. Ik loop iets voorop en open dus de deur. Uit gewoonte hou ik de deur open zodat hij door kan lopen. Normaalgezien doet de persoon die het eerst bij de deur is, de deur open en houdt die die meestal ook open voor de andere. Dus ik sta daar en hij kijkt zo een beetje, grijpt naar het handvat en laat mij voor. Oh juist ja, gentleman. *zucht* Als je gentleman wil zijn, laat het dan natuurlijk overkomen en niet zo geforceerd. Ik haat geforceerde dingen.
Een uurtje later staan we aan te schuiven om te betalen bij de film. Ik sta voor hem en plots grijpt die weer naar mijn middel, maar langs achter. Ik heb mij puur uit reflex lostgerukt en een stap opzij gedaan. Gelukkig was het dan aan ons. Dus ik betaal. Hij neemt het wisselgeld, de twee tickets en steekt dan een briefje van 20 in mijn portofeuille. Argh! Ik haat van die gemaakte gentlemenskills. Als jij de tickets wil betalen voor de film, zorg dan dat jij je geld klaar hebt voor mij. Punt. Dat is eigenlijk behoorlijk makkelijk om te doen. Echt waar. De frustaties werden groter en groter. Op dat moment was ik echt aan het denken: “Oh nee, hoe lang moet ik hier nog zitten?”.
Eens we ons geïnstalleerd hadden in de comfy zetels van de bioscoopzaal, begon hij weer handtastelijk te worden. Handtastelijk is misschien niet het juiste woord. Hij probeerde te poken en zo. Toen zei ik iets in de aard van: “Maar blijft nu toch eens van mijn vetkwabben af,” en hij probeerde toen zijn hand op mijn buik te leggen. Sorry, maar dat gaat er over. Ik dacht echt dat ik ging gillen op dat moment. Blegh. Gedurende heel de film heb ik mij helemaal naar de andere kant gezet van mijn zetel, zo ver mogelijk bij hem vandaag. “En als em ook maar waagt iets te proberen he, maar maat dan heeft em het vlaggen”.
Na de film moest ik nog een halfuur op mijn bus wachten. Misschien nog net niet het langste halfuur van mijn leven, maar het kwam er toch aardig in de buurt. Intussen probeer ik een vriendelijk gesprek aan de gang te houden. Hij studeert op 45 minuten van de trein van bij hem en Leuven ligt op diezelfde afstand. Dus ik vraag: “Ah en waarom ben je dan niet in Leuven komen studeren?”. Hij: “Misschien kom ik hier volgend jaar wel studeren. Blijf jij dan ook in Leuven?”. Ik denk het niet, schat. En toen mijn bus (met lievelingschauffeur, hoera!) er aan kwam, gaf ik hem nog snel een kus op de wang en wilde ik weglopen. Ja, LOPEN, maar hij hield me tegen. “Ey, krijg ik geen knuffel of wat?” vroeg hij. “Nee,” zei ik droog en toen stapte ik snel de bus op.
Maaaaaaaaaaaaaaan. Echt waar. Op de bus probeerde ik uit te maken wat dat allemaal had voorgesteld. Was die kerel mij aan het verleiden? Omdat zijn ware, zijn nummer één, gaat trouwen, moest hij maar eens op zoek gaan naar een nummer twee? Excuseer, maar ik wil niemand zijn nummer twee zijn. Dat verdien ik niet. Ergens heeft hij ook gewoon dikke pech gehad dat ik vrijdag W. ben tegengekomen. Dat is dus deel twee van de soap. Oh ja, het is nogal wat.
W. heb ik leren kennen op het verjaardagsfeestje van een goede vriendin K. van mij. Dat was ergens in september. Die avond schreef ik in mijn blog het volgende (soms is een blog super handig, gewoon je persoonlijke archieven :P):
Je staat naar het vuurwerk te kijken. Als er plots een korte pauze is tussen de lichtflitsen door, zegt de jongen die naast jou staat: “Dat is mooi, maar dat,” en hij wijst daarbij naar de heldere sterrenhemel, “dat is nog veel mooier,”. Jij staart dan een minuutlang naar de sterren die ver boven je hoofd schitteren en je denkt: “Waw, een jongen die zoiets zegt, dat moet wel één uit de duizend zijn,”.
Op de één of andere manier heb ik het toen in mijn hoofd gekregen dat hij ofwel bezet was ofwel homo was. Af en toe kwam hij nog wel een keertje de kop op steken in mijn hoofd, maar uit het oog, uit het hart. Vorige week vrijdag trokken vriendin K., haar zus en haar ex-vriendje richting het Boekenfestijn. We waren er letterlijk vijf minuten of we komen W. tegen. De eerste keer kon ik nog geïnteresseerd naar de boeken blijven kijken terwijl de anderen elkaar gedag zeiden. Zo goed ken ik hem niet dat ik tegen hem ga aankletsen. Vanuit mijn ooghoeken zag ik wel dat hij er verdomd goed uit zag. En al het bloed steeg rechtstreeks naar mijn hoofd. F., het ex-vriendje van K., en W. liepen samen rond en K., haar zus en ik liep daarna verder.
Later stonden we bij de romans en kwamen F. en W. naar ons toe. F. zei dat hij met W. op de parking ging wandelen. F. had serieus last van een kater, frisse lucht was nodig. Dus K. praat nog een beetje met de twee gasten en ik sta achter haar. Weer met een knalrood hoofd. Echt, dat rood worden moet maar een keertje ophouden. Uiteindelijk zwaai ik even als hij en F. weggaan. Hij kijkt even en hij doet een zwaaitekenachtig iets terug. Woohoo! Hij heeft me teminste herkent. Niet moeilijk, op dat feestje hebben hij en ik behoorlijk wat venijnige uitspraken naar elkaars hoofd gegooid. Al lachend wel.
Na het boekenfestijn was ik echt down. Ik voelde me echt slecht omdat ik alleen maar had kunnen rood worden. Ik had niet eens een vinnige opmerking kunnen maken. En nee, ik had helemaal niet verleidelijk met mijn ogen kunnen knipperen. Mening tranen hebben die avond langs mijn wangen hun weg naar andere oorden gezocht. Ik haat rood worden, echt waar. Het is nog erger als mensen je er op attent maken: “Ey kathleen, gij ziet zo rood!”. Ver-schrik-ke-lijk. Dus ja, behoorlijke dip daar.
De volgende avond, zaterdagavond, gingen K., N. en ik even wat gaan drinken. Aangezien K. nu ook single is en dit een nieuwtje was voor N., begon N. spontaan al haar vrijgezelle vrienden op te sommen. Nadat ze gedaan had, draaide ik me naar K. toe en vroeg of zij geen vrijgezelle vrienden had. Ook zij begon een paar namen op te sommen waaronder *tromgeroffel* W. “Mag ik hem hebben?” was mijn eerste reactie. Niet bepaald subtiel. K. vroeg wel of ik zijn nummer wilde hebben, maar ik waaide dat aanbod weg. Ik had nog een week in België, ik ben de grootste angsthaas ooit, wat zou ik dan met zijn nummer zijn? Later toen ik in mijn bedje lag had ik toch wel spijt dat K. me zijn nummer niet had gegeven. Er was eigenlijk nog tijd genoeg.
Dus zondag stuurde ik K. een mailtje. Ik vroeg daarin naar de blogadressen van een paar medestudenten die momenteel hun stage in Suriname doen. Was het al lachend of was het serieus, ik weet het niet, maar ik voegde er aan toe dat ze me ook altijd het telefoonnummer van de jongen in kwestie mocht doorgeven.
Oh ja, en kan je mij ook het telefoonnummer van W. doorsturen?
Nee, grapje. Ik ben te angsthasig om die te bellen en ik vertrek voor twee maand naar Nederland volgende week.
![]()
Ik weet soms van mezelf niet of ik er mee aan het lachen ben of dat ik het serieus neem. Ik speel gewoon te vaak de clown. Vriendin K. is echt gewoon doodeerlijk. Duw een pistool tegen haar hoofd en vraag haar te liegen, ze zou het nog niet kunnen denk ik. Dat is wat ik zo aan haar apprecieer trouwens. Te veel mensen tegenwoordig liegen en bedriegen de laatste tijd onder de noemer “vriendschap”. Ze mailt in volle eerlijkheid terug:
wat de het nummer van de W. betreft, ik ga t hem wel eerst vragen of ik zijn nummer mag doorgeven he, cava?
Ok. Dat kan ik ergens wel begrijpen. Ik zou het ook niet graag hebben moesten mensen mijn nummer aan jan en alleman doorgeven. Dus ik wacht. Maandag had ik dan die date met J. (ugh). Dinsdag ging ook voorbij en nog steeds geen nummer. Dinsdagavond zat ik op msn met vriendin I. die ik al een hele tijd niet had gezien omwille van haar stage. Ook zij was holderdebolder voor iemand gevallen. Ja, we zijn een keertje van ‘t school hoor. Ongelofelijk toch.
Zij vertelt mij haar hele situatie, ik vertel haar de mijne. Vriendin I. is mijn slechte invloed. Echt waar. Ze zet me aan om vriendin K. te sms’en. Ik stuur haar dus: “En heb je al goed nieuws voor mij?”. Vriendin K. komt meteen op msn. En dan volgt dit gesprekje:
K.:
net je berichtje gehad
K.:
maar vreemd wat bedoel je daar eigenlijk meeIk:
hmmm… ik zou het niet wetenK.:
zeg ik zei er iets over tegen F. en hij vroeg om W. ff met rust te laten
K.:
dus ja…
F. is K.’s ex-vriendje (hij heeft het enkele weken geleden met haar uitgemaakt). Dus het bericht heeft niet de rechtstreekse lijn gemaakt die ik dacht dat het zou maken. De kans dat het niet eens bij W. is geraakt is behoorlijk reeel. Ik had nog vier dagen voor ik vertrek naar Amsterdam. Ik denk niet dat vier dagen “ff” is, dus liet ik het maar bij wat het is. Ach ja. Dan maar naar Amsterdam he? En daar een Nederlander opscharrelen.
Vriendin I. kreeg natuurlijk live verslag. Die begon al te paniekeren van: “als het bij u slecht gaat, dan gaat het bij mij ook slecht gaan, dat is een slecht teken,”. Ja, dahaag. Ze zei dat ik verder moest aandringen, maar zo ben ik niet. Ik ben echt te vriendelijk en ik respecteer mensen hun wil. Niet allemaal natuurlijk. Uiteindelijk heb ik haar gezegd: “Meiske, het is zoals het is en het leven gaat verder,” en zij daarop: “Maar ik wil dat zo graag voor u,”. Waw, het aantal keren dat mensen mij zeggen dat ze niet alleen hopen dat ik een goed vriendje zal vinden, maar dat ook willen voor mij, is nu behoorlijk hoog.
Soit. Ik zou natuurlijk niet Kathleen zijn, moest ik niet al lang zijn emailadres, adres en thuis telefoonnummer hebben gevonden. Haha… Het was eigenlijk best toevallig. Ik wilde zijn eerste naam ingeven in google en ik herinnerde me vaag dat hij naar een ver, exotisch land was geweest voor zijn stage. De juist zoekterm zou me wel op het juiste spoor brengen. Ik type dus zijn voornaam in in google en opeens verschijnt er een voornaam en een achternaam. Hmm… Ik had hem dus al een keer gegoogled. Interesting. Via via via en 1207 natuurlijk… Ik zweer het u, ze leren ons smerige dingen op school! ![]()
Maar goed, zo gaat het dus altijd. De jongens die ik niet wil, denken dat ik ze wel wil en de jongens die ik wil, tsja… Die zien me waarschijnlijk niet eens staan of ik krijg te horen “Als ze nu een beetje mooier was he, dan zou ik wel iets met haar willen” (goed, dat was in het eerste middelbaar, maar dan nog! Ik weet hoe iedereen blijft zeggen: “Ach dat komt wel in orde,”, maar als het scenario voor deze freakshow niet snel wordt aangepast, dan komt het niet in orde. Dan ga ik de rest van mijn leven opgescheept zitten met een kerel zonder mening die je overal mee naar toe moet sleuren als een schoothondje. Doe me zoiets alsjeblieft niet aan.
Eind van de soap. *zucht*
Kathleen. 22. Leuven. Kreeft. Ze houdt van koekjes, haar D50, prutsen, creatief zijn, slapen en tekenen. Ze heeft een hekel aan slechte mondhygiëne, wintertenen, geslijm en haar overtollige kilo's. Ze heeft altijd graag geschreven, dus houdt ze nu een blogje bij waar ze vertelt over haar dagelijks leven. Of ze plaatst er tekeningen. Meer weten?