Pffft… Ik heb nauwelijks nog computertijd over. Ik ben vaak van ‘s morgensvroeg tot ‘s avondslaat op pad of ik ben te lui om mijn computer aan te zetten. Er zijn genoeg avonturen en grapjes om te vertellen op Kleintje, maar daar kom ik dus ook helemaal niet aan toe. Er is ook zoveel te doen hier. Ik doe mijn stage, ik ga naar voorstellingen, ik ga koken met E., ik ga shoppen om 20u ‘s avonds (koopavond op donderdag, een schitterende uitvinding, want anders komen we echt niet aan shoppen toe),… Dit weekend is ook bijna helemaal volgeboekt. Morgenavond staan er pannenkoeken op het menu, daarna gaan we naar een open podium kijken bij de bevriende theaterzaal en dit weekend is het een jeugdtheaterfestivalding waarbij de stagiaires aan de balie moeten zitten, wat ontzettend gezellig gaat zijn.

Maar goed, het hoogtepunt van mijn dag was dat er een foto die ik genomen heb in de krant staat. Hoera! Mijn leerkracht persfotografie zal blij zijn. Het is een van de foto’s die ik gisteren op mijn Flickr heb geplaatst.

16 March 2007

Kunst met de grote K, het is me soms wat. Omdat we vrijkaarten kunnen krijgen voor alle voorstellingen op ons werk, gaan E., H. en ik regelmatig eens ‘s avonds terug naar onze werkplek. Gisteren stond er een dansvoorstelling op het programma. Twee dansvoorstellingen eigenlijk. De eerste paar minuten van de eerste voorstelling had ik al een “oh nee, dit komt niet goed,” gevoel. Vorige week hadden we ook een dansvoorstelling gezien en die was ook redelijk vreemd geweest tijdens de eerste vijf minuten. Ze hadden toen gewoon vleeshoop gespeeld. Letterlijk. Ik besloot de kat nog even uit de boom te kijken. De actie kwam echter niet. Het bleef niet bij die ene man die spastische bewegingen maakte. Oh nee. Er kwam nog een meneer die op een gong ging “spelen” en een meneer die met een blauw zeil achter de danser aanliep. Trouwens, de danser trok opeens een rood kleed aan en begon toen opnieuw dezelfde pasjes uit te voeren. Ik voelde de drang opkomen om luid “Lady in red” te beginnen zingen, maar zoiets kan je natuurlijk niet maken. De rest van de avond heb ik het dan maar gezongen en gefloten. E. vond het ook maar niets. Ze begon tegen me te fluisteren tijdens de voorstelling. Zo van “stel je voor dat ik een hele dag met zo’n zeil achter je aan zou lopen, dat zou ook nogal een zicht zijn,”. Ik heb me serieus kunnen houden. Min of meer toch.

Onze verwachtingen voor de tweede voorstelling lagen iets hoger. Er zou muziek van Bach in voorkomen. Bach. Eindelijk iets normaals! Want zo een halfuur naar een gong luisteren en daaronder het geluid van schelpjes in een bokaal is echt geen aanrader. Omdat er Bach werd gebruikt dachten we dat de dans in die voorstelling iets normaler ging zijn. Mispoes. De opzet was het enige leuke aan die voorstelling. Nee, echt. Het podium was in het midden en het publiek zat dus zogezegd tegenover elkaar. Langs de ene kant stond een hout staketsel met daaraan een matras vastgemaakt. Ik verwachtte al dat er iemand daar tegen zou lopen tijdens de voorstelling… Maar dat ze er vijfhonderd keer tegen aan zouden lopen, dat had ik niet verwacht. I-rri-tant! En die bleven maar verder gaan. Dat was min of meer de voorstelling. Eerst liep het meisje vijfhonderd keer tegen die matras, terwijl de man langzaam naar een matras liep die op de grond lag. Daarna zeiden ze drie keer na elkaar hetzelfde dialoogje tegen elkaar. Om daarna van kant te verwisselen. De man liep nu op tegen de matras en het meisje liep langzaam naar de matras op de grond en terug naar haar zetel. Maaaaat.

E. en ik waren natuurlijk later op de fiets bezig over die voorstellingen. “Had die man nu eigenlijk een onderbroek aan?” vroeg ik op een gegeven moment, want uhm… ik had vaag zijn flietertje gezien. E. “Awel, dat heeft mij dus ook tien minuten bezig gehouden en die had er dus geen aan,”. Ik: “Ja, dat dacht ik al *draait met ogen*,”. E: “Ik heb nog zitten denken: amaai Kathleen moet nu nogal een zicht hebben toen die kerel daar gebukt zat,”. Kunst met een grote K is gewoon exhibisionisme als je het mij vraagt. Nee, echt. Gisteren liep die vrouw halfnaakt rond en die man ook. Tijdens de vorige dansvoorstelling liepen ze daar ook al halfnaakt rond. Echt waar. Als je blote borsten wil zien, ga dan naar de “moderne dans”. En ik heb zo ook mijn vragen bij “moderne dans”. Volgens mij, als je iemand op een podium zet die een epileptische aanval krijgt, en je zegt aan de mensen die de zaal binnengaan dat het “moderne dans” is, volgens mij zou geen een persoon in dat publiek merken dat het om een epileptische aanval gaat en niet om een dansvoorstelling of om iemand die spasmen krijgt.

Man, man, man. Het einige wat ik nu wil is kunst met een kleine k. De nieuwe film met Hugh Grant of zo. Lekker hersenloos.

14 March 2007

Ik had het eigenlijk twee weken gegeven, maar blijkbaar is het veel sneller gebeurd dan ik had verwacht. De eerste “nou” is over mijn lippen gerold. Een echte “nou”. Niet gewoon een “Nah ja”, nee, een “nou”. We kwamen deze ochtend ons kantoortje binnen en ik was E. aan het vertellen over mijn wilde avonturen van afgelopen weekend. Toen zei ik plots iets en meteen begon E. te lachen. “Wat?” vroeg ik een beetje verbaasd. E. is nu niet meteen een persoon die je zomaar in gezicht gaat uitlachen. “Je zei nou,” giechelde ze. “Mah nee!” verdedigde ik mezelf fel. “Jawel!”. Ik pijnigde mijn hersenen om me te herinneren wat ik net had gezegd, maar het mocht niet baten. Ik zal me er dus maar bij neerleggen dat ik al begin te vernederlandsen. Ge-wel-dig!

Over vernederlandsen gesproken: ik ben nu ook de trotse bezitter van een 06 nummer. Go me! Zolang het bij een “nou” en een 06 nummer blijft, is het goed, want ik wil niet beginnen snauwen. Sorry dat ik het zeg maar Amsterdamse vrouwen zijn echte bitchen (toch een paar alleszins). “Nou, gaan we hier nog wandelen of hoe zit het?” (ik wilde een winkel uitlopen, maar er kwam een vrouw met een kinderwagen binnen dus liet ik die eerst binnenkomen, een beetje vriendelijk zijn kan nooit kwaad) en “Schuif eens op” (toen H. en ik op straat de kaart aan het lezen waren dit weekend, kwestie van even de toerist uit te hangen). Deze ochtend kregen we een preek van een dame op een fiets, maar E. en ik waren al een halve kilometer verder, dus veel heb ik er niet van gehoord. Ik zweer het je, die mensen hier en hun commentaar altijd, niet te doen. Belgen zijn echt veel te vriendelijk.

13 March 2007

Het is nu niet dat ik een hypersociaal vlindertje ben, maar vrienden zijn toch ontzettend belangrijk. En in deze grote stad ken ik niemand (ok, drie mensen) waarmee ik wilde plannen kan smeden. Het plan was gisteren om samen met huisgenoot K. te gaan winkelen, maar K. had een lekke band. Zonder fiets ben je in Amsterdam een beetje gehandicapt. Dus ze belde een vriend van haar op die haar met de auto naar haar flamenco les kon brengen. Daarna ging ze de rest van de dag en avond met hem doorbrengen. Ik heb hem dan ook vluchtig ontmoet toen hij haar hier kwam oppikken.

Maar ik bleef dus helemaal alleen achter. Eergisteren hadden H. en ik dan wel gezegd dat we misschien samen naar de Negen Straatjes konden gaan, maar omdat de plannen met K. al vastlagen hadden we de Negen Straatjes verplaatst naar volgend weekend. Plannen veranderen, dus sms’te ik snel naar H. of ze geen zin had de Negen Straatjes dit weekend al te doen. Voor de onwetende de Negen Straatjes is een buurt waar heel veel leuke tweedehandswinkeltjes te vinden zijn. Dus rond twee uur begonnen we er aan. We lieten onze fietsen staan bij het Nationaal Monument en vertrokken vandaaruit. De Negen Straatjes is echt een aanrader. Er is ergens een klein winkeltje Nic Nac en dat heeft intussen de status van “favoriete winkeltje van Kathleen in Amsterdam” gekregen. Meer lezen

11 March 2007

Je weet dat je al te lang in Amsterdam bent

  • als je automatisch tegen je huisgenoot met ‘je’ en ‘jou’ begint te praten. De ‘nou’ blijft gelukkig nog weg.
  • als je in plaats van naar de verkeerslichten van de auto’s en fietsers, naar de verkeerslichten van de trams kijkt. Die verspringen namelijk een paar seconden vroeger en dan weet je wanneer het groen gaat worden.
  • als je rode lichten begint te negeren.
  • als je leert leven met de hoeveelheden muggen die iedere nacht rond je oren zoemen.
  • als je tegen jezelf begint te praten op je fiets. Dat is hier doodnormaal. Min of meer toch.
  • als je tegen duiven “Sodemieter toch op!” roept.
  • als wandelen veel onnatuurlijker begint aan te voelen dan fietsen.
  • als je pindakaas lekker begint te vinden.
  • als je al pinda’s begint te zeggen tegen apenootjes.

Er is nog geen “nou” over mijn lippen gerold. Wel al een “nah ja”. Valt “nah ja” onder “nou ja” of niet? Ik hoor nog te veel Vlaams om mijn accent te verliezen, maar gelukkig beginnen de mensen toch nog niet in het Engels tegen mij. Bij andere vlamingen gebeurt dat regelmatig blijkbaar. Je moet dui-de-lijk ar-ti-cu-le-ren. :D

Oh en gisterenavond was een zware ontgoocheling. Geen Roel Vanderstukken. Vanavond is de laatste aflevering van hun toneelstuk en ik hoop dat hij er dan misschien toch bij is. Om het goed te maken heb ik vannacht dan maar over Roel Vanderstukken gedroomd. Hehe. Daar was ik absoluut niet treurig om. In ieder geval, het toneelstuk gisteren was best wel grappig. Alleen jammer dat ik de vorige drie afleveringen heb gemist. Gelukkig gaf H., een andere stagiaire hier die cultuurmanagement studeert in Antwerpen, een korte samenvatting. Na de voorstelling zijn H. en ik dan nog even iets gaan drinken samen met F. (een vaste medewerker). Het was gezellig. Alleen mogen ze hier ook wel een keer een rookverbod doorvoeren. Bah. Rokerige cafés.

10 March 2007