Het is algemeen bekend dat ik voorzien ben van bijzonder kleine, poezelige handjes. Bij kleine, poezelige handjes horen natuurlijk ook kleine, poezelige vingertjes. Hoe kan het ook anders? Afgelopen zaterdagavond lag ik opgerold in de zetel te kijken naar een film. Even verderop in de zetel zat mijn gezelschap voor die avond. Ik had net gegiecheld om het een of het ander en meteen kreeg ik de vraag wat er zo grappig was. “Dat,”zei ik terwijl ik naar de televisie wees. “Waarmee wees je nu?” vroeg het gezelschap enigszins verbaasd. Wijzen doe je over het algemeen met je wijsvinger. Daaraan heeft die vinger dan ook zijn naam te danken, dus ik stak mijn wijsvinger naar hem uit. Er hing een opmerking over mijn kleine handen in de lucht. Ik kon het voelen aan mijn dikke teen. Meestal volgt er dan de uitgestoken hand waartegen ik dan mijn hand moet leggen om te laten zien hoe de twee handen verschillen in grootte. Nu dus ook. Conclusie: mijn wijsvinger was en is waarschijnlijk nog steeds even groot als de pink van het gezelschap in kwestie. Overal waren mijn vingers exact een kootje kleiner dan zijn vingers. “Is dat een of andere aandoening of zo?” vroeg hij. Het klonk redelijk serieus, maar misschien was hij me gewoon aan het plagen. Kan ook. “Nee, dat zijn gewoon kleine handen. Moest je het nog niet door hebben, ik ben maar een meter vijfenzestig, alles aan mij is klein” (ok, alles behalve mijn achterwerk, heupen en bovenarmen, om nog niet te beginnen over mijn buik) antwoordde ik snel en richtte mijn aandacht terug op de film. Iedere keer opnieuw vraag ik me af of het zo abnormaal is om kleine handen te hebben. Straks ga ik me nog schamen voor mijn handen. Djeeses. Vreemde mensen met grote handen.

18 September 2007

Onder het motto “Amsterdam, da’s toch eigenlijk maar een groot dorp zenne,”: ik ben ex-huisgenoot K. nog een keer zeer toevallig tegengekomen. Dat is al de derde keer in een maand tijd. De eerste keer was op de Uitmarkt, de tweede keer in de supermarkt en nu de derde keer aan de verkeerslichten. Ik loop al een hele week te denken dat ik haar moet mailen omdat er nog een paar spullen van mij bij haar liggen, maar het komt er gewoon niet van. En plots zag ik haar aan de lichten tussen het Leidse plein en het Vondelpark. We hebben samen eventjes door het Vondelpark gereden en toen gingen we elk weer onze eigen weg.

En nee, ik heb niet durven vragen hoe het nu met Eric is. Lalala. Maar ik ben er wel benieuwd naar. :P

14 September 2007

Veel spannende dingen gebeuren er de laatste tijd niet. Ik doe braafjes mijn werk en bevind mij daarom meestal binnen het gebouw. Deze week moet ik lunch gaan halen wat wil zeggen dat ik om 12u even er van tussen uit muis, mij naar de Albert Heijn haast om daar allerlei voedingswaren in mijn mandje te dumpen en vervolgens snel ik terug in een vliegende vaart naar de werkplek. Het is een welkome afwisseling.

Maar vandaag moest ik gaan flyeren. Eigenlijk schrijf ik hier alleen over mijn flyermomenten, maar dat zijn dus de momenten dat ik buiten ben en dat er iets gebeurt. Ik doe ook ander werk, geloof het of niet. Maar tijdens de flyermomenten ben ik buiten en beleef ik dingen en zie ik dingen. Ik zag bijvoorbeeld een man op een hele hoge fiets rijden. Je weet wel, zo een van die prehistorische fietsen waarbij de bestuurder ontzettend hoog zit. Nu vraag ik me al een hele tijd af hoe je opstapt op zo’n fiets.

Ik dwaalde heel eventjes rond door het Huis Marseille. Even dacht ik dat het een spookhuis was toen de deur vanzelf openging en toen bleek dat er niemand naar buiten kwam en ook niemand zich schuil hield achter de deur zelf. Ik zweer het, ik had nooit als klein meisje in Haunted House in Disneyland mogen binnengaan. Nooit. Of ik heb een net iets te levendige fantasie. Dat is natuurlijk ook een mogelijkheid.

Het hoogtepunt van mijn flyerroute was toch toen ik aanbelde bij een fotografieles en de lerares me even uitnodigde om al haar leerlingen even zelf aan te spreken en uit te nodigen voor de grote opening van de expositie aanstaande vrijdag. Goed, het was geen grote groep mensen, maximum vijftien, maar daar stond ik dan. Het praten ging verdacht goed. Geen gestotter. Duidelijk gearticuleerd. Een grapje er tussen in. Plankenkoorts? Hoezo plankenkoorts? Het leek alsof ik nooit iets anders had gedaan in mijn leven. Ha! En de leerlingen, een hele hoop vrouwen en enkele mannen, keken me glimlachend aan, waarschijnlijk denkend: “Wat zit ze nou toch allemaal te zeggen? Ik versta er niets van met dat vreemde accent.”. Ach ja. Ik ben in ieder geval trots op mezelf. Nah! :P

12 September 2007

Deze ochtend was ik al vroeg op pad. Met een wegbeschrijving in mijn linkerjaszak en een kaartje van Amsterdam in mijn rechterjaszak was ik op weg naar de Gerrit Rietveld Academie. Deze keer moest ik geen boekjes gaan ophalen, nee, ik moest zelf poeslief vragen of ik heel alsjeblieft een poster voor een tentoonstelling mocht ophangen. Ik reed langs de Amstelveenseweg en even was ik in de war toen ik niet een, maar vier oversteekplekken zag voor de fietsers. Ik besloot het fietspad verder te volgen. Het was toen dat ik de Citroën garage zag met iets verderop het tankstation. Slik. Ik wist dat er nog iets verder een brug lag. Ik wist het, want ik had al een keer over deze plek gedroomd. Ja, gedroomd, je leest het goed.

Ik herinner me die droom nog levendig. Goed, misschien niet zo heel erg levendig, maar ik herinner me hem wel. We waren aan het racen op die brug met van die race auto’s. Geen formule 1 wagens, maar van die andere die je op de 24 uren races vaak ziet. Zo’n auto’s. De baan was niet helemaal verlaten, er reed nog een tram en een paar andere gewone auto’s. Ik zie het beeld nog helemaal voor mij. Het was een vreemde droom voor mij omdat hij zo ontzettend echt aanvoelde en omdat ik nu niet iedere nacht over auto’s en races droom. Niet bepaald mijn droomtopics bij uitstek.

En dus daar was ik dan opeens. Redelijk vreemde ervaring. Ik ben er vrij zeker van dat ik nog nooit langs die kant van Amsterdam ben geweest, want die kant staat niet meer op het kaartje dat ik anders gebruik. Dus… ja… Vreemd.

11 September 2007

Mijn vaders nieuwe hobby is vacatures voor mij bijhouden. Nee, echt. Hij bladert de Jobat, Vacature en allerlei andere krantjes door op zoek naar dé job van mijn leven. Lieve papa he? :D En dan solliciteer ik mij kapot vanuit Amsterdam (en ja, ik zoek zelf ook). Net kreeg ik het volgende mailtje van de papa:

Niet voor het één of voor het andere maar in de zaterdagkrant zag ik een advertentie voor webmaster.

De clou is niet webmaster maar wel dat het bij www.barry-callebaut.com is (ge weet wel van de cho…..)

Zou je gratis chocolade krijgen als je daar werkt? Héél veel gratis chocolade? Anders kan dat wel een keertje mijn droomjob zijn: webmasteren én chocolade eten. Wat wil een mens meer? :P

8 September 2007