Protected: Visjes
October 11, 2007

Waarschuwing: Als je deze tekst plakt in een Word document kom je aan zeven A4’tjes uit. Het is dus echt wel lang. Niet alleen is het lang, het is ook redelijk emo. Jullie zijn gewaarschuwd. Print het uit, zet je ergens in een rustig hoekje met een kop thee en lekkere koekjes en lees. En de titel was gewoon het eerste het beste woord dat me te binnen schoot, per ongeluk ook omdat ik op een aquarium zit te kijken.

Goed, de historie in het lang en in het breed, zoals ik de historie ook ooit tegen mijn kinderen zal vertellen. Alhoewel, misschien toch maar niet. Zo dramatisch is het nu ook weeral niet. Laat ik het even dramatischer vertellen dan dat het eigenlijk is. Overdrijven is en blijft per slot van rekening een specialiteit in onze familie.

Het verhaal begint tijdens die druilerige zomer van 2007. Eigenlijk had ik al sinds januari geen les meer gehad, dus zat ik al bijna zes maanden met mijn vingers te draaien en dat begon me zwaar tegen te steken. Heel de tijd niksen. Tijdens zulke saaie periodes doet een mens wel een keertje vreemde dingen. De zomer voordien had ik me tijdens zo’n saai moment ingeschreven op een niet nader te vernoemen profielensite. Wie weet kwam ik daar wel een keertje iemand interessant tegen. Nu vallen perverten niet bepaald onder de noemer “iemand interessant”. Toch niet bij mij. Ik weet niet hoe dat bij jullie zit. Dus ik hield die site al snel voor bekeken.

Tot die duilerige zomer van 2007. Het was net mijn verjaardag geweest en ik kreeg een mail van die niet nader te vernoemen profielensite om mij een gelukkige verjaardag te wensen. Dus ging ik toch maar een keertje terug naar hun site, als vorm van “dank je wel voor jullie mail”. Het was toen dat ik merkte dat de foto op mijn profiel toch wel al een jaar oud was. Mijn haar ziet er tegenwoordig behoorlijk anders uit, dus ik besloot met enkele klikken mijn huidige looks met de wereld te delen. Zo kwam het dat mijn foto bij de “recent upgeloade foto’s” kwam te staan. En zo kwam het ook dat ik weer overladen werd door allerhande perverten. Denk maar in de aard van “Ey, zijde gij echt ros? Want ge weet wa ze zeggen van rosse he? *vettige knipoog*”. Ik herinnerde me weer waarom ik niet naar zulke sites surfde, maar net op dat moment kreeg ik een berichtje binnen. Een doodgewone “Hey”. Nee, wacht, het was “Hallokes”. Ach ja. In ieder geval beter dan al die verschrikkelijke andere openingszinnen.

En toen ging de bal aan het rollen. Hij rolde vrij snel zelfs. Uren aan een stuk brachten we al chattend door. We hadden de gekste dingen gemeenschappelijk. Zo liet hij op een bepaald moment vallen dat hij vroeger vampier wilde worden. Ik was twaalf toen ik Interview with a Vampire zag en ik wilde niets liever dan gebeten worden door Mr. Tom Cruise. Niet zozeer omdat het Tom Cruise was, alhoewel dat dat er ook in meespeelde, maar gewoon omdat vampieren me ontzettend aantrokken. Ik vertelde hem over mijn gele broek en hij liet weten dat hij zelf ook altijd al een gele broek had willen hebben. Van die compleet absurde dingen. De lijst werd steeds langer en steeds freakier, maar toen hij bekende dat hij enkel bokes met choco at wist ik dat die jongen een goede kerel was.

Hij stelde voor om elkaar “toevallig” te ontmoeten tijdens de Beleuvenissen, maar ik ging niet. Ik weet niet meer waarom, maar ik ging niet. We spraken nog een keer af om elkaar toevallig te ontmoeten. Ik had afgesproken met een vriendin in de stad en hij moest rond datzelfde uur beginnen werken. We zouden elkaar toevallig kunnen tegenkomen aan het Fochplein. De bus had vertraging. Ja. Die ene keer dat ik rekende op de goedheid van De Lijn verpestten ze het compleet. Ik zat er wel wat mee in. Het klikte tussen mij en die jongen en ik was nieuwsgierig of het ook zo zou zijn in het echt. Op de koop toe zou ik een paar weken later voor twee en een halve maand richting Amsterdam vertrekken en dan zou ik hem sowieso niet te zien krijgen. Het was nu of nooit. Mijn vriendin en ik kuierden uren door de straten van Leuven. Nadat we min of meer alle uithoeken van de stad hadden bewonderd, besloten we aan het Fochplein op een bus te stappen en richting het station te rijden. Een beetje lui, maar na dat vele stappen mocht dat wel. Zij zette zich bij het raam, ik naast haar. Ze praatte er lustig op los terwijl we door de Bondgenotenlaan reden en plots stond de wereld een tel stil. Daar. Daar tussen al het volk in die drukke winkelstraat liep hij, de jongen waarmee ik uren had gechat. De jongen die ik zo graag in het echt had willen zien. Niet alleen de wereld stond een tel stil, maar mijn hart ook. Ik had de volgende halte kunnen uitstappen en naar hem toelopen en “dag” zeggen, maar dat deed ik niet. Ik heb geen woord meer gehoord van wat mijn vriendin haar verhaal.

Later die avond vertelde ik hem dat ik hem had gezien. Hij vond het oneerlijk dat ik hem had gezien en hij mij niet, dus vond hij dat we elkaar maar een keertje echt moesten ontmoeten. Dus spraken we af om te gaan ontbijten in het Begijnhof in Leuven de maandag die zou volgen. De volgende dag of zo begon hij wat tegendraads te doen. Hij vroeg of ik de volgende dag niet even wilde langskomen tijdens zijn werk. Ik hield de boot af. Maar hij werd een beetje ongeduldig, kwaad misschien zelfs. Dus zei ik hem een uur en een plaats. Ik voegde er aan toe dat ik misschien wel of misschien niet zou opdagen, zo hield ik toch nog een beetje de touwtjes in handen. Die avond ging ik met een onzeker gevoel naar bed. Wat als hij me niet leuk vond in het echt? Of lelijk? Wat als ik hem niet leuk vond in het echt? Oh nee, zou ik me weer door een cola moeten heenslaan? Wat als het echt klikte en ik de volgende twee en een halve maand zou doorbrengen in Amsterdam ver van hem? Zou ik dat overleven? Wat als hij aantastelijk werd? Mijn laatste date, daterend van februari, lag jammer genoeg nog iets te fris in mijn geheugen. Die date was niet meteen een succes te noemen.

Na een nacht van weinig slaap, veel gewoel en nog meer vragen, werd ik om kwart voor zeven wakker. De bouwvakkers vinden onze buurt blijkbaar wel heel gezellig, want ze zijn er nu al drie zomers aan een stuk. Dus daar lag ik dan, de radio aan, starend naar het plafond. Plots hoorde ik hoe de radio dat vreemde geluid produceerde dat hij maakt als ik mijn gsm besluit een keertje te werken. Enkele tellen later hoorde ik datzelfde onding vibreren. Een bericht. Ik draaide me nog een keertje om, maar mijn nieuwsgierigheid won. Ik sprong uit mijn bed, greep mijn gsm en zag dat het een bericht was van de jongen. Hij was vergeten dat hij niet moest werken die middag. Hij vroeg of hij misschien even kon bellen zodat we op een andere plek en op een ander tijdstip konden afspreken. Uiteindelijk spraken we die middag af aan de St. Lambertuskerk in Heverlee. Achter die kerk ligt een groot grasveld slash park. In ver vervlogen tijden had ik daar tekenacademie gevolgd in een containerklas. In ver vervlogen tijden heb ik zelfs tijdens zo’n tekenles opgesloten gezeten in de St. Lambertuskerk. Aah… Memories.

En zo geschiedde. Die middag vertrok ik onder het spiedende oog van mijn broer. Ik had geen fototoestel mee en meldde dat ik gewoon even ging fietsen. Hij had meteen door dat er iets niets klopte. “Oehoe, heb je afgesproken met je vriendje?” klonk het plagerig. “Nee,” antwoordde ik bloedserieus, “ik ga gewoon fietsen,”. Ik voelde het bloed zo naar mijn hoofd stijgen. Waarom moest hij dat nu vragen? Kon hij nu gewoon niet… zwijgen voor een keer? Dus sprong ik op mijn fiets en vertrok ik. Het was prachtig weer en ik reed een eindje door het bos. Zalig. Naarmate ik de afgesproken plek naderde voelde ik toch dat weke gevoel, die zenuwen in mij opkomen. Ik merkte dat ik mijn ademhaling niet meer onder controle had en hyperventileren kon ik nu echt wel missen als de pest. Ik was een paar minuten te vroeg. Rustig reed ik naar het plein en daar zag ik hem op een bank ik volle zon zitten. “Dat is’em!” schoot er door mijn hoofd en ik was meteen verkocht.

Nadat we elkaar hadden begroet was het eerste wat hij zei: “Misschien kunnen we beter een bankje in de schaduw zoeken, want zo in de vlakke zon…”. Een paar dagen voordien was ik met vriend D. op stap geweest en ik was lelijk verbrand. Mijn date had al mijn klaagzangen over mijn bleke huid al mogen aanhoren. Het feit dat hij er rekening mee hield, deed hem alleen maar in mijn achting stijgen. Op de koop toe bleek hij een Stuk te zijn. Ja, Stuk, met hoofdletter S. We hebben een uurtje op dat bankje gezeten, daar aan dat park achter de St. Lambertuskerk. Geen een moment heb ik me ongemakkelijk gevoeld. Het was alsof ik die jongen al jaren kende. Ik kon hem hier en daar een steek geven, we lachten en praten en dat ene uurtje dat we hadden uitgerekend voor onze ontmoeting was voorbij nog voor het begonnen was, zo leek het. Ik kon niet wachten tot ik hem opnieuw zou zien en dat liet ik hem ook weten. De maandag daarop zouden we onze Ontbijt-in-het-Begijnhof-date hebben. Twee dagen leken eindeloos lang.

Gelukkig had ik die zaterdag afgesproken met een vriendin om naar Brugge te gaan. Ik dacht dat het me een beetje zou afleiden, maar nee hoor. Het enige waarover ik kon praten was die ene jongen, die ene date. Waar het hart van vol is, loopt de mond van over. Nooit eerder was dat spreekwoord zo van toepassing als dat het die dag op mij van toepassing was. Vriendin N. wist niet wat haar overkwam. “In de vijf jaar dat ik je ken, heb ik je nog nooit zo meegemaakt,”. Toen de jongen ook nog eens belde om zeker te zijn dat we elkaar maandag wel zouden zien, was het hek helemaal van de dam. Zuchten, wegdromen, helemaal zwijmelen bij de gedachte dat ik hem maandag zou zien. Ik moest vriendin N. gelijk geven. De afgelopen vijf jaar had ik mezelf niet meer zo meegemaakt. Ik had mezelf eigenlijk nog nooit zo meegemaakt. Plots waren daar vlinders. Kon je zo snel verliefd worden? Was ik aan het verliefd worden op het idee van het verliefd worden? Of was dit echt? En wat, oh wat, als hij me maandag probeerde te kussen? Kon ik dat nog wel?

Misschien lagen de verwachtingen veel te hoog die maandag. Langs mijn kant, langs zijn kant, ik weet het niet, maar er ging iets hopeloos mis. We gingen niet naar het Begijnhof en we ontbeten niet samen. We gingen eerst wat drinken, wat gezellig was, maar toen we besloten wat te gaan rondwandelen leek mijn Dr. Jekyll in Mr. Hyde te veranderen. Ik kreeg de koude schouder. Hij liep een meter voor me uit, sprak niet tegen me en… Hij was helemaal niet meer de jongen die ik vrijdag daar op dat bankje achter de St. Lambertuskerk had ontmoet. Nadat we een einde hadden gemaakt aan de kwelling, was ik helemaal kapot. Dit was helemaal niet wat ik had verwacht.

Ik wilde het maar al te graag opgeven na die dag. Het moest voor mij allemaal niet meer. De gedachte van een eenzaam leven te leiden werd steeds aantrekkelijker. Als het me bespaarde van al die miserie, dan graag. En doe er ook maar een kat of tien bij. Dank u. Ik huilde, jankte en snotterde er op los. Hoe kon het dat we het zo goed met elkaar konden vinden op het net en ook die eerste keer en nu plots niet meer? Wat had ik verkeerd gedaan? Want ja, het moest aan mij liggen, dat kon bijna niet anders. Ik belde hem de volgende dag, maar hij nam niet op. Een paar minuten later kreeg ik een voice mail van hem. Hij klonk niet echt blij. Ik belde hem niet terug.

Toen ik hem de volgende dag op msn zag, moest het me even van mijn hart. Dus vroeg ik hem wat dat had moeten voorstellen. Na een heel lang gesprek kwamen we er min of meer achter dat hij me heel leuk vond online, maar dat hij me in het echte leven niet zo kon uitstaan. Wilde dat “ik vind u leuk en ik praat graag met u, maar niet als ik naar uwe lelijke kop moet kijken,” zeggen? Het was in ieder geval een van de vreemdste dingen die ik ooit gehoord had en geloof me, ik heb al vreemde dingen gehoord zoals daar zijn: “Ik wil dat je propjes papier platstampt met je voet, want dat windt mij op,” en “ik heb al met 400 vrouwen geslapen en kan ‘ik hou van je’ zeggen in meer dan 40 talen,”.

Ik besloot hem te vergeten. Het waren drie intense weken geweest, maar het had lang genoeg geduurd. Misschien zelfs al te lang dan goed voor me was. Die maandag vertrok ik naar Amsterdam. Gepakt en gezakt kwam ik aan bij mijn huisje. Ik had mijn laptop achtergelaten in het belgenland en verwachtte dus niet op het internet te gaan, buiten af en toe een keertje stiekem tijdens de werkuren. Dat was natuurlijk afgezien van die computer die in het huisje stond. Die computer die voorzien was van een internetaansluiting. Ik wist me sterk te houden. Toch knaagde het aan me. Ik was verslaafd geraakt aan onze gesprekjes.

Het weekend daarop trok ik terug naar België om mijn spullen op te halen en te verhuizen. Nu woon ik in een redelijk saai dorpje, waar naar de bibliotheek gaan ongeveer het spannendste is dat je kan doen. Dus wierp ik me dat weekend wederom achter mijn laptopje. Voor ik het wist was ik weer bezig met die ene jongen. Hij liet min of meer vallen dat hij wel een keertje wilde afkomen naar Amsterdam, maar er werden niet echt plannen gesmeed en ik verwachtte dat hij het zou vergeten. Hij had een maand vakantie in het vooruitzicht en hij zou voor een paar weken naar Frankrijk trekken. Natuurlijk zou hij mij vergeten. Hij zou wel een of andere mooie française tegen het lijf lopen. Een week later kwam het onderwerp opnieuw ter sprake. Hij vroeg hoe het zat met de parkeermogelijkheid hier. Ik vroeg waarom hij daarin geïnteresseerd zou zijn en hij zei dat hij echt wel een keertje wilde afkomen. Er werd een datum geprikt. Het weekend dat ik zou moeten verhuizen, dan kon ik meteen gebruik maken van zijn auto om al mijn spullen van plek a naar plek b te brengen, anders had ik verschillende keren de tram moeten nemen en dat is niet altijd even praktisch.

Ik hoorde een week of een week en een half niets van hem, maar ik had iets om naar uit te kijken. Een keer sms’te ik helemaal naar Frankrijk. Hoe het ging met hem. Of hij de zon wilde meebrengen. Dat deed hij. Het ene weekend dat hij kwam scheen de zon zoals ik haar nog nooit had zien schijnen. Een warme nazomerse dag. Hij stond niet geheel onverwachts voor de deur, maar toch eigenlijk wel onverwachts. Ik ging net het vuilnis buiten zetten en toen ik de deur opende, zag ik hem daar staan. Ik schrok me een ongeluk en begon van de slag meteen te stotteren.

Het weekend was geweldig. Hij was terug die ene jongen die ik had ontmoet op het bankje achter de St. Lambertuskerk. Relax, kalm, lichtelijk geschift en nog steeds een Stuk. Er was een spanning tussen ons. Niet negatief. In tegenstelling. Er hing iets in de lucht en het leek dat alsof iedereen het om ons heen merkte: die ene verkoper in die ene winkel, die vrouw voor ons in het rijtje bij de supermarkt,… Opnieuw voelde ik me zo ontzettend op mijn gemak bij hem. Het is een kalmte die ik niet echt kan omschrijven. Meestal ben ik een vrij hyper iemand en zelfs als ik niet hyper ben ben ik onwillekeurig met van alles bezig. Hij kan mij kalm krijgen blijkbaar. Niet veel mensen hebben dat effect op mij. Ik werd terug verliefd. Een paar keer heb ik gedacht dat hij hetzelfde voelde, dat hij op me af zou stappen en me in zijn armen zou sluiten, maar hij deed niets. Helemaal niets.

De nacht van zaterdag op zondag bleef hij slapen. Hij in de logeerkamer, ik in de slaapkamer. Hoe graag ik ook bij hem in bed had willen kruipen, ik deed het niet. Ik moet het wel zeer graag gewild hebben, want die nacht droomde ik over hem. Meestal droom ik vrij vreemd over treinstations en zwembaden, maar die nacht droomde ik over hem. Ik stond met mijn gezicht naar het raam van de keuken en plots voelde ik zijn handen op mijn heupen, zijn lijf tegen het mijne. Oh, dit begint even te klinken als een melig stationsromannetje. Ja, ik zie het jullie allemaal denken. Soms kan je het hebben dat je aan het dromen bent en dat er een element van de werkelijkheid doordringt in je droom. Denk maar aan het vreselijke gepiep van een wekker dat plots het gepiep van een robot is in je droom of zoiets. Zo voelde ik opeens handen. Echte handen. Ik opende even mijn ogen. Het was pikdonker in mijn kamer. Ik voelde de warmte van een lichaam naast het mijne in bed, een harig been, een warme adem. Nee, dit kon niet. Ik besloot er niet te lang bij stil te staan, nam een van de handen beet en sliep verder. Toen ik even later wakker werd, was het licht. De jongen was spoorloos verdwenen. Was hij echt bij me komen liggen of had ik gewoon gedroomd? Niet veel later stond ik op en keek ik door de open deur van de logeerkamer. Hij lag gewoon in zijn bed, alsof hij daar een hele nacht had doorgebracht. Ik kon nu tegen hem aan gaan liggen en hem wakker maken. Natuurlijk moest ik weer eens de angsthaas spelen en dus liep ik doodgewoon de trap af, naar beneden.

Maandag mailde ik hem om te vragen of hij bij mij was komen liggen die nacht. Ik durfde het hem niet recht in zijn gezicht vragen. Hij antwoordde dat hij dat niet had gedaan en vroeg me wat ik dan had gedroomd. Nadat ik mijn droom had doorgemaild gaf hij toe dat hij stiekem had gedacht dat ik het wel een keer zou durven om te doen, zo bij hem in bed kruipen. Dus ik had het juist opgemerkt, er hing wel degelijk iets in de lucht. Het was geen verbeelding geweest. Ik liep op wolkjes. Hij moest het niet zozeer zeggen. Hoewel ik nooit goed ben geweest ik wiskunde, kon ik die optelsom wel maken.

Jammer genoeg bleek de optelsom niet zo eenvoudig. Het was niet eventjes hij plus ik is gelijk aan wij. Nee. Dit is nog steeds mijn leven en jammer genoeg ben ik nog steeds geen heldin in een of andere romantisch komedie uit Hollywood. Ik zal nooit Mr. Darcy krijgen, laat staan Colin Firth zelf. Ik ben vervloekt, gedoemd. Die vrijdag op mijn werk zette ik stiekem msn aan. Het was rustig en ik wilde dolgraag even met hem chatten. Het leek weer een eeuwigheid geleden. Het werd een gesprek dat je eigenlijk niet wil hebben terwijl je in dezelfde ruimte met drie andere collega’s zit. Mijn vermoedens zaten juist. Ik kon nog steeds tellen, maar er was een derde factor waar ik geen rekening mee kon houden. De ex. Oh jawel. De jongeman in kwestie heeft een relatie van maar liefst zeven jaar achter de rug. Vier maanden geleden sloeg “The Seven Year Itch” toe en gingen de twee uit elkaar. Een relatie van zeven jaar zet je niet zomaar even naast je neer en dat begrijp ik volledig. Hij liet me weten dat ik niet op hem moest wachten, dat hij geen relatie wilde, dat hij even zijn eigen ding moest doen, wat dat ook mocht wezen. Maar in een adem vervolgde hij dat hij me graag mocht, dat hij zich goed voelde in mijn gezelschap, dat hij als hij dat nu zei schrik had om een kans met mij te verspelen. En ik zei hem dat als ik moest wachten, ik hem als een vriend zou beginnen zien, wat de waarheid is. Misschien had ik dat niet moeten zeggen, want zo een vaart loopt het meestal niet.

Dat weekend trok in naar België voor mijn sollicitatiegesprek. Vrijdag kreeg ik min of meer een booty call van hem. Een booty sms eerder. Hij vroeg of ik niet bij hem wilde overnachten. Mijn relatie met mijn gsm is nog steeds niet bijzonder goed, dus ik las de sms pas de volgende ochtend. Gemiste kans. We spraken zondag na het sollicitatiegesprek af. Hij was aan het werken, maar we gingen ergens op een bankje zitten en konden wat praten. Gezellig zoals altijd. De nodig spanning zoals altijd. De nodige afstand zoals altijd. Het enige wat ik wilde is dat hij me een keer in zijn armen zou nemen en een dikke knuffel zou geven. De angsthaas in mij durft het initiatief niet te nemen. Dus er ging weer een kans voorbij en weer voelde ik me daar ontzettend slecht bij. Ik wist dat we min of meer hadden besloten dat we vrienden zouden zijn, maar hoe kon ik vrienden zijn met een jongen die zo geweldig was als hij? Hoe kon ik van de ene dag op de andere die gevoelens voor hem afzetten? Het zou tijd kosten. Veel tijd.

Het weekend daarop trok ik nogmaals naar België. Vier dagen zou ik slijten in mijn vaderlandje en ik was vastbesloten dat ik hem zou zien. Ik nam me voor dat als ik hem zou zien, dat ik dan iets zou ondernemen. Het moest gewoon of ik zou helemaal gek worden. Ik zag hem. Ik ging zelfs bij hem thuis eten. Ik ontmoette zijn lichtelijk adhd kat en maakte kennis met zijn zeer comfortabele zetel. Gezellig zoals altijd. De nodig spanning zoals altijd. De nodige afstand zoals altijd. Angsthaas als ik ben durfde ik die afstand nog steeds niet te doorbreken. Ik wilde zo graag, maar ik wist dat hij dat waarschijnlijk niet zou apprecieren. Had hij niet gezegd dat hij niets wilde doen waar hij of ik later spijt van zouden kunnen krijgen? Dus hield ik mijn afstand. Het was verschrikkelijk. Ik weet dat ik egoïstischer zou moeten zijn, maar ik hou altijd rekening met iedereen. Ik wilde hem niet voor een keuze stellen of hem pushen of wat dan ook.

De volgende dag kwam voor het eerst in die twee maanden tijd seks ter sprake. In een gesprek op msn viel plots het grote woord. Daarvoor hadden we het er nooit over gehad en iedereen weet dat van zodra je het zelfs maar laat vallen, dat alles verandert. Terwijl de jongen in kwestie schreef dat als ik had gewild, ik al duizend keer seks had kunnen hebben met hem, kwam mijn broer mijn kamer binnen. Broer besloot drie kwartier tegen me aan te kletsen over zijn nieuwe vriendinnetje. Daar bovenop besloot hij me ook nog een keertje raad te geven in de hele situatie waarin ik mezelf bevond.

Nadat hij eindelijk besloten had mijn kamer te verlaten las ik de woorden op mijn scherm. Hij had geschreven dat hij niet wilde dat we dingen deden waar we later spijt van zouden krijgen. Daar was ik het volledig mee eens. Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen. Ik ontweek zijn monoloog een beetje, maar intussen was ik weer optelsommen aan het maken in mijn hoofd. Hij vond mij een toffe, hij voelde zich blijkbaar aangetrokken tot mij en hij voelde zich op zijn gemak bij mij. Waarom hadden wij dan nog steeds niets? Die stomme ex ook. Hij bleek het niet zo fijn te vinden dat ik het hele seksonderwerp een beetje ontweek. Dus zei ik hem dat ik ook niets wilde doen waar we later spijt van zouden krijgen. Ja, heel af en toe kan ik wel degelijk vrij rationeel denken, ja. Jammer genoeg vervolgde ik toen dat ik hem ook niet wilde voor keuzes stellen of wilde pushen. Toen kwam het wachten terug ter sprake en het feit dat hij zijn ding wilde doen. Ik flapte eruit of hij dan alleen seks wilde, wat blijkbaar niet zo is. Nah ja, er volgde een redelijk lelijk ruzie… op msn.

De volgende dag was ik een wrak. Ik had maar drie uur geslapen. Ik had gewoeld, naar het plafond gestaard en gepiekerd over wat had kunnen zijn. Op dat moment wist ik dat ik hem kwijt was, dat het nooit meer hetzelfde zou zijn tussen ons. De volgende dag kwam ik uitgeput en half ziek aan in Amsterdam. Aan de balie van mijn werk ben ik dan in tranen uitgebarsten. Mijn maag deed pijn en ze zagen dat ik er echt miserabel uitzag, dus werd ik naar huis gebracht. Ziek. Maagpijn, maar toch nog meer hartzeer. Van zodra ik binnen was, kwam mijn hospita naar me toe. Tranen stroomden over mijn wangen. Ik had me al heel lang niet meer zo slecht gevoeld. “Wat is er, meisje?” vroeg de vrouw toen ze me in haar armen sloot, “Ruzie?” vroeg ze. “Jahaaa,” snotterde ik, “met hem”. Ze wist al van de hele situatie. Ze had al gezien dat er meer was dan alleen maar een kleine verliefdheid die zou overwaaien na een paar weken. Ze had de jongen zelf ook al gezien toen we verhuisden. Ze had ons samen gezien. De enige persoon die ons tot nu toe samen had gezien en die de spanning had gevoeld tussen ons.

Mijn hospita is een schat van een vrouw. Ze zette me thee en kwam bij mij op de sofa zitten. “En je bent zo voorzichtig,”. Blijkbaar wist ze helemaal hoe het zat, wat voor persoon ik ben en dat ik niet snel toegeef aan zulke gevoelens. En nu ik die ene keer wel toegaf aan die gevoels, het zo afliep. Daarna ben ik als een hoopje ellende in mijn bed gekropen. Later die week bleek dat er wel degelijk meer was dan alleen maar hartzeer. Er sluimerde een griepje in mijn lijf.

Ik kan niet kwaad zijn op mensen waar ik om geef. Dat is een zeer fijne eigenschap aan mij, maar langs de andere kant zou ik ook gewoon mensen willen negeren die me hebben kwaad gemaakt. Ik kreeg de jongen niet uit mijn systeem. Het idee dat ik hem nooit meer zou spreken of zien, zorgde voor een heel leger nieuwe waterlanders in mijn ogen. Dus bood ik hem mijn verontschuldigingen aan afgelopen vrijdag. Ik vertelde hem hoe ontzettend slecht ik me had gevoeld. Hij liet weten dat hij ook niet zo haatdragend was. Vanaf nu zouden we vrienden zijn. Ik durfde hem er niet bij te zeggen dat ik toch altijd stiekem een beetje op hem verliefd zal blijven of hij dat nu wil of niet.

Komt er een vervolg? Ik heb absoluut geen idee. We zien wel.

Pagina 6 van de9« Eerste...«45678»...Laatste »
4

ikke Kathleen. 22. Leuven. Kreeft. Ze houdt van koekjes, haar D50, prutsen, creatief zijn, slapen en tekenen. Ze heeft een hekel aan slechte mondhygiëne, wintertenen, geslijm en haar overtollige kilo's. Ze heeft altijd graag geschreven, dus houdt ze nu een blogje bij waar ze vertelt over haar dagelijks leven. Of ze plaatst er tekeningen. Meer weten?