Ergens in mijn top 10 van dingen die me altijd kunnen oppeppen als ik een beetje een slecht moment heb staat de befaamde McFlurry. De combinatie met ijs en M&M’s doet mij dan heel erg goed tijdens zo’n dip. Het is echter zelden dat ik zo’n potje in mijn handen krijg. Er is dan ook niet al te vaak reden tot oppeppen nodig. Toch had ik het vandaag een beetje moeilijk. Dankzij mijn hyperactieve rechter hersenhelft was ik al om vier uur in de ochtend wakker. Klaarwakker. Om half zeven lag ik nog steeds klaarwakker. Iemand heeft me onlangs wijsgemaakt dat je met je handen moet wapperen als je niet kan slapen. Dat blijkt dus onzin te zijn. :P

Nu ben ik niet de persoon die met enkele luttele uurtjes slaap de dag door kan komen. Absoluut niet. Op de koop toe was het niet de eerste keer deze week dat ik al om vier uur aan een drie uur durend wedstrijdje plafondstaren begon. Het was al de derde keer. Dus deze ochtend zat ik een beetje vies gezind op mijn werk. Een oppepper was meer dan welkom. Toen J. en A. besloten te gaan lunchen bij de McDonalds vroeg ik hen iets lekkers voor me mee te nemen. Ik vertelde hen over de McFlurry, maar het zou waarschijnlijk niet lukken die in ongesmolten staat terug op het werk te krijgen. Ja, ik heb mijn bokes opgegeten voor mijn computer omdat ik moest en ik zou die css af krijgen (wat me tevens ook gelukt is… min of meer…).

Na een half uur stonden J. en A. terug in het kantoor… MET EEN MCFLURRY. In ongesmolten staat, jawel. Mijn humeur was op slag terug helemaal schitterend en het werk ging plots verbazend goed vooruit. Komaan, hoeveel mensen kunnen zeggen dat ze van hun bazen een McFlurry krijgen als extra motivatie? Niet veel vermoed ik. Ja, ik denk dat ik wel een fijne werkplek heb gevonden. :P

Edit// En dan loopt er net op het eigenste moment een mailtje binnen van J. met daarin dat hij super enthousiast is over mijn “geboekte resultaten” en zo. Man. Zo lief.

9 November 2007

Deze week probeer ik een beetje uit te zoeken wat de beste manier is om vanaf dit boerendorp in Halle te geraken. Er zijn een paar opties die ik al heb uitgeprobeerd. De eerste is ontiegelijk vroeg opstaan, om dan de bus van zeven uur te nemen, om dan een half uur op het station te moeten wachten op de boemeltrein richting Halle. De tweede optie is om iets voor zeven opstaan, de fiets opspringen, zes kilometer door het heuvelachtige Vlaams Brabant fietsen naar het station om vervolgens uitgeteld op de boemeltrein richting Halle te springen. Een fijn optie, maar niet altijd een even goede combinatie met het herfstweer. De derde optie heb ik deze ochtend uitgetest: opstaan om zeven uur, de bus van half acht opspringen, mij doodergeren aan al die pubers op de bus, vervolgens te laat aankomen op het station, de eerste de beste trein richting Brussel opspringen, afstappen in Brussel Zuid om daar helemaal te paniekeren omdat het daar zo fokking gigantisch groot is en dan uiteindelijk toch op de boemeltrein te kunnen springen die ik anders neem.

Tot nu toe is optie twee mijn favoriet, want dat overstappen in Brussel Zuid heeft me getraumatiseerd. Djeeses. Dat is gewoon… eng. In plaats van een gewoon station dat opgebouwd is uit een tunnel met daaraan trappen of iets dergelijks naar de sporen is dat een hall. EEN HALL. En niet gewoon een hall… Oh nee, dat zou te eenvoudig zijn. Het is een hall met minstens vier gangen aan. Er kunnen er meer zijn, maar ik heb er vier gezien. Of misschien ben ik per ongeluk vier keer in een dezelfde gang terecht gekomen? En er zijn meer dan twintig sporen. En die borden… Dat zijn niet gewoon twee televisieschermpjes naast elkaar, oh nee, meneer. Dat zijn gewoonweg… gigantische dingen. Man, man. Brussel Zuid heeft zwaar indruk gemaakt op mij. Ik denk dat ik er misschien zelfs vannacht nachtmerries over ga hebben.

Er zijn nog twee opties die ik wil uittesten: carpoolen (Iemand? Eénmaal? Andermaal?) en tien minuten fietsen, mijn fiets ergens neerzetten en dan op een andere bus stappen. Dan is er ook nog optie vijf: zo snel mogelijk verhuizen naar iets zo dicht mogelijk bij het station, maar dat zit er momenteel nog niet in.

8 November 2007

Toetsenborden zijn de laatste tijd mijn ergste vijanden. Eerst was er de strijd tussen azerty en qwerty in Nederland. Op mijn werk gebruikte ik een qwerty toetsenbord, thuis een azerty met alle hilarische gevolgen van dien. “Ik zit nu in q,sterdq,” op msn zeggen om maar een voorbeeld te geven. Het probleem is dat als ik nu op mijn nieuwe werk kom, ik nog steeds die klik maak en zogezegd op een qwerty werk, maar eigenlijk werk ik gewoon op een azerty, waardoor ik mijn a’s als q’s type. Het irriteert mij mateloos.

Nu is er daar nog een extra probleempje bijgekomen. Op mijn nieuwe werk gebruik ik een Apple computer en na twee dagen ben ik al helemaal wild van dat ding. F9, F10 en F11 zijn gewoon subliem. Daarnaast gebruik ik ook heel de tijd toetsenbord combinaties met de appeltjestoets (ik vermoed dat die toets een naam heeft, maar na twee dagen ken ik die echt nog niet). Eens thuis werk ik weer op een pc. Op een gewoon toetsenbord staat de alt toets daar waar de appeltjestoets staat. Gevolg, als ik wil ctrl+c’en dan duw ik alt+c en dan blijf ik duwen en merk ik dat er niets gebeurt. Niks. Helemaal niks. Een halve minuut later besef ik dan wat ik aan het doen ben. Zucht.

Ik weet dat ik snel dingen leer en meestal heeft dat zo zijn voordelen, maar heel af en toe irriteert het me toch mateloos. En ja, ik ben me er volledig van bewust dat dit een luxeprobleem is. :P

6 November 2007

Kathleen neemt weer het openbaar vervoer en tadaaa… Kathleen maakt weer van alles mee. Niets beter dan het openbaar vervoer als je inspiratie nodig hebt om iets te schrijven. Neem het van mij aan.

Deze ochtend zat er een vrouw tegenover mij. Ze keek nogal nors naar buiten. Om de een of andere reden zag ze er niet meteen de vrolijkste van de bende uit. Of misschien had ze gewoon vannacht slecht geslapen, want ze had serieuze wallen onder haar ogen. Vlak voor we Schaarbeek binnen reden niesde ze. Nu ben ik van het principe ‘gezondheid’ te zeggen als iemand in mijn nabije omgeving niest. Dat moet gewoon, anders voel ik me slecht. Misschien is slecht niet het juiste woord. Ik vind het eerder onbeleefd als je het niet zegt. Voor ik het goed en wel door had, had ik het ook tegen die norse dame gezegd. Ze keek me aan alsof ze het in Keulen hoorde donderen. Toch volgde er een een heel wrange ‘dank u’, maar een glimlachje kon er niet van af.

Op de terugweg van Halle naar Leuven zat ik wat te tekenen. Het was intussen donker buiten, dus kon ik niet door het raampje naar het voorbijrazende landschap kijken. Er zat niet al te veel volk op de trein. In de coupé waar ik zat was er nog een ander meisje dat naar haar mp3 speler aan het luisteren was. Plots werd de deur geopend. Ik keek op omdat ik dacht dat het misschien de conducteur zou zijn. Niet dus. Een man liep voorbij en zei even “Bonsoir”. Hij zette zich neer en ik tekende verder.

Enkele stations later legde hij een potlood voor mij neer op het tafeltje. “Pour dessiner” zei hij met een zwaar accent. Ik bedankte hem, waarna de man besloot bij mij te komen zitten. En daar gingen we weer. Dag één van Kathleen die het openbaar vervoer neemt en meteen een schot in de roos. Want ja, de “zullen we gsmnummers uitwisselen?” (non, non) en de “heb je al iemand?” (oui, oui) volgden natuurlijk. Enkele tellen later nam het gesprek echt een compleet andere wending. Hij haalde een papiertje uit zijn jaszak. Hij liet mij het gekribbel zien. Franse woorden met daarnaast de Nederlandse vertaling. In gebrekkig Frans vroeg hij of ik hem een paar nieuwe woorden kon bijleren. Waarom nu ook niet he? Dus overliep ik met hem de woorden die al op het papiertje gekrabbeld waren en voegde enkele basics toe: ik, jij, hij, zij, goededag, tot de volgende keer,… In Brussel Noord gingen onze wegen uit elkaar.

En wat kunnen we hier uit besluiten, beste lezertjes?
Eén: Kathleen haar Frans is zo slecht nog niet, hoewel ik absoluut geen idee heb hoe je “graag” vertaald. Waarschijnlijk is dat zo’n woord dat je niet letterlijk vertaald. Ik vermoed het. Je voudrais bien… Yup. Graag. Toch? Twee: Tekenen op openbare plekken kan vreemde gevolgen hebben.

5 November 2007

“En? Hoe bevalt België je?” vroeg mijn moeder me daarnet. Tot nu toe bevalt het me heel goed. Ik ben nog maar een dag en een half terug, dus eigenlijk kan er nog niet veel misgaan. Ik heb gisteren een Halloweenfeestje gehad (hmm… pannenkoeken!). Het is altijd fijn om vriendjes en vriendinnetjes terug te zien. Jammer genoeg moest ik vroeg mijn bedje in. Ik had een zware dag achter de rug (inpakken, shoppen, verhuizen, uitpakken) en vrijdag zou mijn eerste dag op mijn nieuwe werk worden. Ieks!

De eerste werkdag was eigenlijk meer een korte introductiedag. Een beetje informatie gekregen rond de komende projecten, een rondleiding gekregen in de wondere wereld van Apple en wat gekeuveld met collega A. en collega J. Meer collega’s zijn er ook niet. Handig. Ik heb er een goed gevoel bij. Het gaat hard werken worden en de eerste maanden zal het allemaal nog even wennen worden, maar alles zal wel op zijn pootjes terecht komen. Daar ben ik zeker van.

Rond kwart na drie was ik terug in Leuven. Snel afgesproken met vriendin K. om naar de tentoonstelling van Hanco Kolk te gaan. Hele kleine, maar ontzettend mooie tentoonstelling van een man die kan toveren met een paar lijnen. Het genie achter de tekeningen liep daar zelf een groep mensen te gidsen. Echt, ik ben fan van die man en vooral dan van zijn stijl. Na ons bezoekje aan de tentoonstelling hebben we ons bij F. gevoegd die aan het shoppen was. Hij moest nog langs een parfumzaak voor cadeaubonnen om op tijd en stond uit te delen. Aangezien ik niet zo zot ben op allemaal geurtjes samen (lucht! lucht! ik kan niet ademen! *hijg* *sterf*) besloot ik snel buiten te gaan staan, samen met vriendin K.  Enkele tellen later zag ik een ex-klasgenoot/treinmaatje aan de overkant van de straat. Verbaasd riep ik zijn naam, waarop hij verplicht was even een babbeltje te komen slaan. Ik zweer het je, Leuven is niet meer veilig nu ik terug ben. In ieder geval ben ik nu weer op de hoogte van het reilen en het zeilen op mijn oude schooltje daarginds in het verre Mechelen. :P

2 November 2007