Ik ga even Lilith achterna:
- bloggers tegen het lijf gelopen op het station: een
- uren op een zitbal doorgebracht: zes
- pagina’s gelezen in Elf Minuten: vierendertig
- studio’s met oranje muren en een spiegelmuur bezichtigd: een
- vragen gesteld aan de makelaar: duizend en een
- contracten getekend voor studio’s met oranje muren en een spiegelmuur: drie
- banken binnengestapt om een huurwaarborg te regelen: een
- twijfels die door mijn lijf gieren na de beslissing te nemen die ik heb genomen: miljoenen
- oplossingen die ik heb bedacht voor die spiegelmuur: twee
Ik ben twee weken bezig op mijn nieuwe werk en het lijkt alsof ik er al maanden bezig ben. In de positieve zin. Het bevalt me echt supergoed. Ik voel me nuttig en krijg de nodige vrijheid. Het enige wat niet helemaal lekker zit zijn de uren die ik onderweg ben. Vier uur per dag. Dat is véél. Dat is zelfs veel voor iemand zoals ik die helemaal gek is op het openbare vervoer.
Het plan was eerst om begin volgend jaar iets te gaan zoeken om alleen te gaan wonen en dus eerst nog twee of drie maanden bij de mama en de papa te wonen, maar dat is gewoon niet haalbaar. Het is té vermoeiend om iedere dag zulke afstanden af te leggen. Ik vertrek om zeven uur het ‘s morgens en kom ‘s avonds terug thuis toe om kwart na zeven. Ik merk nu al na twee weken dat ik mijn gezondheid helemaal links laat liggen. Ik loop doodmoe rond door het vroege opstaan en omdat ik steeds zo laat thuis ben heb ik gewoon geen zin meer om te eten, waardoor ik meestal het avondmaal oversla of een snelle hap eet. Foute boel dus.
De afgelopen week hebben een goede vriendin en ik gepraat over samen een appartementje huren. Dat leek me wel fijn alleen… die vriendin heeft een lief. Iedereen heeft tegenwoordig een lief. Die twee zijn al langer plannen aan het smeden om volgend jaar ergens te gaan samenwonen. Dat zou een beetje moeilijk worden dan. Dus ga ik nu alleen op zoek. Iets kleins. Iets dicht bij het station. In Leuven, want in Leuven heb ik mijn vriendjes en vriendinnetjes en in Leuven voel ik me thuis. Het is een fijne stad. Kathleen op studiojacht. Dat gaat nog wat geven.
Het voordeel van steeds bussen en treinen te nemen op hetzelfde uur te nemen is dat je bepaalde mensen begint te herkennen. Zo zijn er Annelies en Siebe ‘s ochtends op de bus. Ik schat ze zeventien. Ze hebben altijd interessante gesprekken die ik dan met veel plezier afluister. Op de trein is er de jongeman met de metro en de vrouw met de plooifiets. De jongeman gaat een heel eind mee tot in Vorst, de vrouw stapt af in Nossegem. In Brussel Centraal zie ik nu al enkele dagen na elkaar de evil twin van deze blogger afstappen. Ofwel zie ik de good twin afstappen en is de blogger in kwestie de evil twin. Dat zou me eerlijk gezegd niet verbazen. Natuurlijk leer je ook enkele buschauffeurs en treinconducteurs kennen. Zo heb ik al enkele jaren een favoriete buschauffeur en nu heb ik eindelijk ook een favoriete treinconducteur. Jawel.
Vorige week donderdag zat ik helemaal verdiept in een boek (Pride and Prejudice voor de verandering
) toen de deur van de coupé plots werd geopend. De conducteur. De jonge, zeer schattige conducteur. Enkele tellen later realiseerde ik me dat ik mijn abonnement moest laten zien. Dus dook ik mijn tas in en haalde de kaart te voorschijn. Op mijn gebruikelijke “alsjeblieft” volgde een “dank oe”. Aah, the joy of driving through Brussels: franstaligen en nederlandstaligen, allemaal een pot nat. Oeh, ik heb zelfs vandaag wéér Frans gesproken toen ik een vrouw hielp met de buggy van de trein te halen. Dat volledig ter zijde. Soit. Vorige week donderdag is die zeer schattige conducteur drie keer komen controleren. De strever. De tweede keer dat hij kwam controleren zat ik nog steeds te lezen en moest ik weer helemaal in de diepste diepten van mijn tas duiken op zoek naar dat geplastificeerde onding. “Eb ik et al kezien?” vroeg hij. Ik knikte, waarop hij verderliep.
Vandaag had ik nog maar net mijn achterwerk neergevleid op het paarse bankje toen de deur van de coupé open ging. Ik moest echt serieus op mijn tanden bijten om niet te giechelen toen ik zag dat hij daar stond. Volgens mij heeft hij de pretlichtjes in mijn ogen gezien of zo, want ik zag in zijn blik dat hij ook een punt van herkenning had. Dus liet ik mijn kaart zien, hij staarde er geruime tijd naar en zei toen weer “dank oe”. Ik vraag me soms echt af waar die conducteurs naar kijken als ze zo’n kaart zien. Naar de datum? Saai. Volgens mij kijken ze allemaal naar de foto’s op die ondingen. Daarom gebruik ik ook altijd een foto van vier jaar geleden waar ik op sta met een andere bril, een ander kapsel en een glimlach waarbij zelfs de breedste grijns van Julia Roberts in het niets verdwijnt. Het is een grappige foto. Misschien dat hij daar even naar keek, maar hij keek toch langer dan de gebruikelijke twee seconden. Toen hij de coupé uit was heb ik toch wel even gegiecheld. Ik vermoedde dat hij nog wel een paar keer voorbij zou komen. En zo geschiedde. Meer lezen