Ik was lekker vroeg wakker op deze grijze zondagochtend, dus sprong ik gezwind uit mijn bed, at snel iets kleins en wandelde naar het zwembad. Ik had gezien op hun website dat op zondag de hele dag ALLE banen vrij waren. Rond tien uur zouden er nog niet al te veel waterratten rondplonzen, bedacht ik me. Op de mama’s, papa’s en hun ukkies had ik echter niet gerekend. Zondag ik blijkbaar familiedag. Dus nadat ik tien minuten aan de kassa had aangeschoven zag ik al allerlei doomscenario’s voor mij: het grote zwembad gevuld met krijsende, plassende, half-verdrinkende ukkies. Eens in het zwembad waren er buiten die paar kindjes die in de eerste baan aan het leren zwemmen waren, geen ukkies te bespeuren. EN ik deelde een baan met twee andere dames. ZALIG. Dus heb ik lekker kunnen doorzwemmen. Ik voelde mij super toen ik uit het water ging. Endorfines van het sporten en zo, weet je wel.
Die endorfines verdwenen als sneeuw voor de zon toen ik bij mijn locker kwam en die besloot niet meer open te gaan. *zucht* Dus sprak ik iemand van het personeel aan. Het was zijn eerste dag daar en hij wist niet hoe hij die locker moest opendoen. Ok, dat begrijp ik. Dus ging hij iemand halen. Een kwartier later was er nog niemand om mij te helpen met mijn lockerprobleem. Geloof me, als je half blind bent is dat een zware kutsituatie. Je ziet gewoon niet wie je moet aanspreken omdat je… wel… gewoon niets ziet. Ik heb mijn bril constant op. Mijn bril opzetten is het eerste wat ik doe in de ochtend en hem afzetten is het laatste wat ik doe voor ik naar bed ga. Ik kan niet eventjes een kwartier zonder bril staan wachten op een plek die ik niet ken met heel veel volk om mij. Dat is zeer zeer angstaanjagend. Dan voel je je klein en kwetsbaar. Niet leuk. Ik herhaal, helemaal niet leuk.
Nadat ik naar mijn zin al véél te lang had staan ronddraaien ging ik op zoek naar een redder. Ook geen lachertje zonder bril. Gelukkig was er net een of andere adonis die luid op zijn fluitje blies en iets riep naar wat kinderen in het “subtropisch zwembad”, anders had ik hem nooit gevonden. Dus ik tikte op zijn schouder, zei “ik krijg mijn locker niet open” en hij antwoordde “ok, ik zal iemand halen”. Ja, dat heb ik nog gehoord. Excuseert u mij even terwijl ik uitvoerig met mijn ogen draai en in gedachten mijn middelvinger naar u opsteek.
Gelukkig stond daar even later een andere redder, die mij ook eerst nog even liet wachten (nee, echt, dat bracht het totaal op bijna een halfuur wachten), om vervolgens te staan prutsen aan dat codeding van de lockers. Daarbij deed hij eerst een verkeerde locker open terwijl hij het nummer van mijn locker ingaf. Uhm.. Wat? Kan je andere lockers “per ongeluk” openen door het nummer van een andere locker in te geven? Een paar tellen later ging mijn locker open. De redder verdween, ik pakte mijn bril, nam mijn spullen en merkte dat het rode lichtje nog steeds brandde. Het slot van de locker maakte nog steeds een raar zoemend geluid. Dat kon maar een ding betekenen: die locker was eigenlijk nog steeds “op slot”. Van zodra het deurtje zou dichtvallen, zou die niet meer opengaan. Ik liet het deurtje dichtvallen, trok er nog eens aan, maar het was terug in het slot gevallen. Blijkbaar was het een probleemkindje, die ene locker. *zucht*
In ieder geval, ik ben nog nooit zo blij geweest om mijn bril terug op mijn neus te hebben staan. *aait bril*