Ik had er al een paar keer over gelezen (bij Clopin onder andere) en over gehoord, maar ik had nooit zelf overwogen om er aan deel te nemen. Tot ik de comment van Tom zag op mijn blogpost over de cursus kinderboeken schrijven. Plots begon een stemmetje in mijn hoofd te zeggen: “Tsja, waarom eigenlijk niet?”. Hij verwees naar NaNoWriMo oftewel National Novel Writing Month. Het is de bedoeling dat je een roman van 50.000 woorden schrijft binnen de dertig dagen die de maand november telt. Dat zijn ongeveer 175 pagina’s. Met andere woorden zes pagina’s per dag schrijven. Dude! DUDE! Dat is veel, maar het leek me een fijne uitdaging. De gedachte om deel te nemen stak te pas en te onpas de kop op de afgelopen dagen. Uiteindelijk gaf ik er aan toe en schreef ik me in.

En toen besefte ik dat ik een week op vakantie ga in november. Praag. Yeah! Daar krijg ik nooit zes pagina’s per dag geschreven. Zes maal zeven is twee-en-veertig (wiskunde is nooit mijn sterkste geweest en het voluit schrijven van getallen ook niet. Dank u Fille. ;) ). Twee-en-veertig pagina’s opeens inhalen… Ieks… 175 pagina’s in een maand schrijven is op zich al… Ieks… Maar toch… Het concept spreekt me wel aan. Gewoon proberen. Zien hoe het gaat. Het lijkt me wel wat. Nu ben ik dus aan het twijfelen. Misschien moet ik het dit jaar halvelings proberen en volgend jaar er volledig voor gaan? Of is dat niet volledig de bedoeling? Ach ja. We zien wel. Er is nog genoeg tijd om er over na te denken. :)

15 October 2008

Een kleine maand geleden was het zover: ik zat door de zool van mijn sportsloefkes, de schoenen die het meest van al aan mijn voeten zaten. Uiteraard kwam toen mijn koppige aard naar boven en bleef ik rondlopen op die sloefkes, tot ik merkte dat mijn sokken er ontzettend vuil van werden en er gaten tevoorschijn kwamen. Oei.

Dan maar mijn Teddy Boots bovenhalen, mijn winterschoenen. In tegenstelling tot andere bloggers *kuch*Ntone*kuch* heb ik géén negentien paar schoenen in mijn kast staan. Eerder acht of zo (inclusief slippers en wintersloffen). Nu, mijn Teddy Boots, die liefkozend zo worden genoemd omdat ze langs de binnenkant uitgevoerd zijn met teddybeer-achtig materiaal, die hebben hun beste tijd ook al eventjes achter de rug. De stof van die laarzen was uitgelebberd waardoor ik heel de tijd schoof in mijn laarzen, mijn voeten omsloef bij de minste oneffenheid op het voetpad én mijn knieën gingen er ongelofelijk pijn van doen. Plus ik had een gat van ongeveer een centimeter of twee opgemerkt aan mijn rechterhiel. Oei.

Conclusie: de jacht op schoenen was geopend en dat is nu net iets waar ik me absoluut niet graag mee bezig hou: schoenen kopen. Ugh! Maar schoenen zijn momenteel zéér belangrijk voor mij. In tegenstelling tot vele andere werkmenschen verplaats ik mij te voet naar het werk. Dat is ongeveer iedere dag een vijftal kilometer, twee en een half heen, twee en een half terug. Dat, mijn beste mensen, is vijfentwintig kilometer per week en dan wandel ik ook nog regelmatig naar de supermarkt en naar het station (om Het Vriendje op te pikken en terug af te zetten). Goede schoenen zijn dus absoluut geen overbodige luxe.

Het was pas vandaag dat ik ze tegenkwam, het paar schoenen waarvan ik zei: “Hmmm… leuk,”. En even later in diezelfde winkel was er nog een paar waarvan ik dacht: “Hmmm… leuk,”. Dus paste ik en paste ik en paste ik en probeerde ik te beslissen welk paar ik zou kopen, tot ik opnieuw naar de twee paar schoenen keek en dacht: “Hmmm… leuk. Allebei leuk,”. En ze zaten allebei goed, wat niet evident is als je mijn voeten (klein én breed én een hoge wreef, klotigste combinatie ooit!) hebt.

Conclusie: ik ben twee paar schoenen rijker. Ha! En behoorlijk wat centjes armer, maar dat zijn details. Ntone, je bent gewaarschuwd, straks haal ik je nog in. ;)

14 October 2008

Tijdens de cursus “Kinderboeken schrijven” krijgen we niet enkel theorie. Nee. Om de zoveel tijd zal de docente zeggen: “En nu gaan jullie schrijven,”. Dan haalt iedereen een maagdelijk wit blad tevoorschijn en dan verkrachten we die maagdelijke bladspiegel met onze hanepoten. Zo gaat dat.

Afgelopen zaterdag moesten we een foto van onszelf als kind meenemen. Gelukkig heeft de mama een tijd terug een van de klasfoto’s met me meegegeven. Ik sta er op als een ontdeugende ukkie met een jommekeskopje. De foto werd op veel “awwww’s” onthaald bij de medecursisten. Zucht. Maar goed. Het hele punt van het meenemen van een foto was dat we een verhaal moesten schrijven. We moesten een foto kiezen van een plaats en een foto van een van de andere cursisten. Ik nam een foto van een van de oudste cursisten. Een brave schoolfoto waar zij en haar zus op stonden, maar in hun ogen zag je dat het twee ondeugende zusjes waren. Mijn oog viel daarna op een foto van een snoepwinkel. Twee ondeugende zusjes? Een snoepwinkel? Ja, daar kon ik wel wat mee. En dan komt er dit uit. In vijftien minuten tijd. Met de hand geschreven en zonder spellingscheck. En ja, 20 frank ja. Toen die vrouw nog dat meisje op de foto was, toen werden er nog franken gebruikt.

De snoepwinkel.
“Ik heb 20 frank gekregen van oma!” riep Nora terwijl ze trots het geld omhoog hield. Haar kleine zus, Vera, kwam bij haar staan en keek haar met grote ogen aan.
“Zullen we er snoepjes mee gaan kopen?”
Nora twijfelde. Van mama mochten ze nooit naar de snoepwinkel. Snoep maakte je tanden kapot en dan zouden ze bruin worden en uitvallen. Oma had tegen Nora gezegd dat ze die 20 frank in haar spaarpot moest steken. Dan kon ze er later misschien een mooi boek mee kopen.
“Toe Nora,”
“Goed dan, maar je mag er niet van zeggen tegen mama of oma,”
Nora’s kleine zus knikte en stak twee vingers de lucht in om het plechtig te beloven.

De snoepwinkel was een echt paradijs. Overal lag snoep in felgekleurde wikkels: roze, groene, gele,… Er stonden grote potten waar wel duizenden snoepjes in konden en het rook er altijd lekker naar chocolade en vanille.
“Hmm… deze zijn lekker. Oh! En deze zien er mooi uit,” Vera liep langs de grote rekken. Haar ogen blonken van opwinding. Nora volgde haar kleine zus. Nu ze hier was had ze ook wel zin in snoep.

Ze grepen een puntzak en een voor een staken ze er wat lekkers in: chocoladebonbons, lekstokken, karamelsnoepjes,… Wat zouden ze straks smullen! Het water droop Nora als in de mond.
“Nora, ik wil die zure bollen die daarboven staan,” zei Vera terwijl ze naar het hoogste schap wees. De twee zussen keken naar omhoog. Allebei wilden ze graag een paar van die snoepjes, maar er was niemand in de buurt die hen kon helpen.

“Hou dit even vast,” zei Nora terwijl ze de puntzak met snoep aan haar zus gaf. Nora kroop op de kast. Ze was goed in haar evenwicht houden. Dat had ze geleerd in de turnles. Ze klauterde naar het bovenste schap toe en greep de glazen pot met daarin de zure bollen. Nora voelde de kast wankelen.
“Kijk uit!” gilde ze naar haar zusje. Nora sprong snel van de kast.

BAM!

De kast viel om en alle snoep rolde alle kanten uit. Het leek wel alsof er een snoeptapijt in de winkel lag. Meneer Zoet, de eigenaar van de winkel, kwam op het lawaai af.
“Wat is dat hier allemaal?” vroeg hij streng.
Nora en Vera keken hem met tranen in de ogen aan.
“Het spijt ons, meneer, we wilden zure bollen…”
De man keek naar al de rommel. Hij greep een borstel en een vuilblik achter de toonbank vandaan en gaf die aan de twee zusjes.
“Als jullie mee helpen opruimen, dan zeg ik het niet aan jullie mama,”
De meisjes keken hem glimlachend aan. Samen met meneer Zoet begonnen ze op te ruimen tot alles weer in orde was.

13 October 2008

Gisteren terwijl ik aan het genieten was van Project Runway, kwam er plots een reclame die een nieuw seizoen van Helse Bruiden aankondigde. Ja, af en toe durf ik daar wel een keer naar kijken. Blijkbaar zal een van de bruidegommen zijn helse bruid laten staan aan het altaar. Oooooh! Schandalig! Maar zéér begrijpelijk.

Ik presenteer u een andere helse bruid. Af en toe komt mijn morbide kantje een beetje naar boven, maar hey, morbide kantjes moeten er ook zijn. En ja, het was weer een tijdje geleden dat ik nog een keer een volledige tekening (niet illustratie) op de computer had getekend. Ik ben er niet meer zo goed in als een dik jaar geleden, maar soit. Terug wat meer oefenen, want oefening baart kunst.

9 October 2008

Ik zag hem al van ver mijn richting uitkijken. De vreemde jongeman grijnsde van oor tot oor. Dus keek ik snel naar de grond. Vreemden die naar je lachen op straat, dat is nooit een goed teken en hoe je het ook draait of keert, ik blijf een verlegen meisje. Toen ik hem voorbij liep, keek hij me aan en zei hij doodnormaal “Fanny en Laura”. Ik moet hem even met open mond hebben aangestaard.

“Ken ik jou?” vroeg ik enigzins verbaasd. Het is niet iedere dag dat een vreemde zomaar iets uit je min of meer persoonlijke leven zomaar tegen je zegt. De jongeman bleef staan en keek me aan. Ik kon zijn gezicht nergens plaatsen en meestal lukt me dat vrij goed. Ik had hem nooit op een blogmeet gezien, hij was geen kennis van een kennis en hij had nooit bij me in de klas gezeten. Hij verwees naar de internationale semi-datingsite waarop ik Het Vriendje heb leren kennen (hmmm… daar is nog een keer iets om een blogpost aan te wijden :P ). Aha! En blijkbaar kende hij Boskabout ook. “Ja, ik heb je van op een afstandje bestudeerd,” zei hij. Van zo’n uitspraken krijg ik de bibbers. “En je bent vrij herkenbaar,”. Ok, dat laatste, daar geef ik hem gelijk in. Lang rossig haar, felgroen jasje, yup, ik steek er uit.

Ik denk, maar ik weet het niet zeker, dat hij me halvelings probeerde uit te nodigen voor een feestje of iets dergelijks, maar het kwam er niet echt duidelijk uit. En ik was zoals gewoonlijk gehaast. Ik zou bij mijn ouders mosselen gaan eten en geloof me, voor mosselen zou ik alles laten vallen. Dus namen de jongeman (waarvan ik de naam eigenlijk niet ken) en ik afscheid en spurtte ik verder.

Een dik halfuur later stond ik aan de bushalte. Vlakbij die ene bushalte woont een vriend die ik al een tijdje niet meer had gezien. Best jammer eigenlijk. Het kriebelde om hem te sms’en, om hem te vragen of hij me niet even gezelschap wilde houden. Hij was thuis, dat had ik gezien, want zijn raam stond open. Ik moet vijf minuten aan de halte hebben gestaan toen de deur van zijn gebouw openging. Daar stond hij. Hij zag me staan en zwaaide. Enkele tellen later stond hij naast mij en hadden we een korte babbel.

De ene toevalligheid na de andere. Het zal wel weer volle maan zijn, zeker? ;)

8 October 2008