Enkele maanden geleden, toen mijn Ikea kleerkast net in elkaar gestoken was en ik al mijn kleren netjes had opgehangen, kwam vriendin N. op bezoek. Ik liet haar trots mijn kamertje zien en zij opende nieuwsgierig mijn kleerkast.
“Kathleen, zijn dat al je kleren?” gilde ze verbaasd.
Ik keek haar met grote ogen aan. Ja, tuurlijk waren dat al mijn kleren. Dat was toch duidelijk.
“Zo weinnig zeg,” zei ze terwijl ze de deur van de kast terug dicht deed.
Een paar weken later toen ik in haar nieuwe woonst op bezoek was, begreep ik plots waarom ze vond dat ik weinig kleren had. Haar kleerkast bestond uit een muur vol rekken en schappen, van de vloer tot het plafond gevuld met kleren.
“Zoveel kleren,” piepte ik.
“Och, da’s nog niet alles,” lachte ze me toe, “ik moet nog een deel verhuizen,”
Ik viel bijna achter over toen ik dat hoorde.
Ik ben nooit een heel grote fan geweest van shoppen. Hele dagen rondslenteren tussen mensen die veel te traag wandelen, veel te warme winkels binnen lopen en dan turnoefeningen moeten doen om kledingstukken over je hoofd te krijgen in piepkleine pashokjes. Nee, ik begrijp niet waarom mensen dat graag doen. Als ik een keer de winkeltjes doe en ik zie iets dat me aanstaat en dat geen stukken van mensen kost, dan koop ik dat. Alleen zie ik niet zo vaak iets dat me aanstaat. Daardoor heb ik geen gigantische hoeveelheden kleren.
Maar het probleem tegenwoordig is dat als mijn leuke kleren in de was zitten, ik niets anders meer heb om aan te doen. Deze ochtend was het weer zo ver. Ik stond voor mijn kleerkast en had keuze uit een knalgele broek, een zwarte broek met roze bloemen of een zwarte broek ook met bloemen er op genaaid die eigenlijk te klein is. En een paar rokjes, maar als het sneeuwt is dat nu niet meteen mijn favoriete kledingstuk om aan te doen. Qua truitjes bleef er nauwelijks nog iets over. Er was het pulletje met de grijze strepen en het pulletje met de witte strepen. Voor de rest waren het allemaal t-shirts. Ik heb dus deze ochtend heel heel diep gezucht en mezelf voorgenomen om wat meer kleren te kopen. Het is nodig.
Ik probeer nu te bedenken wat het laatste kledingstuk is dat ik heb gekocht. Echt kledingstuk. Zaterdag heb ik nog een muts en een pijamabroek gekocht, maar dat telt niet. In Praag heb ik een nieuwe voorraad onderbroeken ingeslagen, maar die tellen ook niet. En daarvoor… sja… goede vraag. Een zwarte broek een dikke twee maanden geleden. En dan te zeggen dat er vrouwen zijn die iedere week gaan shoppen en iedere week met verschillende kledingstukken thuiskomen. Onvoorstelbaar.