28 01
Sinds zaterdag voel ik me niet helemaal honderd procent. Het begon met een mini-aanval en nu lijkt het alsof er een griepje in mijn lijf zit dat nog niet helemaal weet wat het net wil doen. Wil het er door komen of wil het nog even verder blijven sudderen? Ik voel het in mijn darmen. De geluiden die ze produceren, het gerommel en gekraak daar binnen, het klopt niet. Het is niet normaal.
Deze ochtend dacht ik dan dat het griepje had besloten toch maar van zich te laten horen. Ik zat een paar keer op de pot en voelde me nog slapper en misselijker dan de afgelopen dagen. Maar ik vertrok toch naar het werk, omdat ik het stemmetje van de mama in mijn hoofd hoorde: “Probeer het tot de middag en dan kunnen we nog altijd zien,”. En tegen de middag ging het weer beter. Buikpijn, ja, maar mijn darmpjes hielden zich kalm.
Maar we gaan niet te vroeg victorie kraaien. Nee, meneer. We gaan vanavond op tijd ons bedje in. Eerst wat lezen in het boek van Randy Pausch (nu Harry Potter en de Relieken van de Dood ein-de-lijk uit is, die eerste 300 pagina’s waren er te veel aan) en dan misschien nog een aflevering van Pushing Daisies kijken. En dan hé, dan mijn oogjes dichtdoen en hopen dat ik niet om kwart voor vier wakker word met de meest onvoorstelbare krampen ooit, zoals vannacht wél het geval was.
25 01
Ik ben gek op mijn bedovertrekken van de Ikea. De gedachte om er iets mee te maken is al verschillende keren door mijn hoofd gegaan, maar ik ben té gek op mijn bedovertrekken om die te gaan verknippen. Dus toen ik vorig weekend in de kringloopwinkel was en daar een wel zeer bekend stofje met gele bollen zag, heb ik geen seconde getwijfeld. Met dit als gevolg.

20 01
Gisteren vroeg Kimmi in een reactie hoe het eigenlijk komt dat ik zoveel tijd heb. Het is niet de eerste keer dat ik die vraag krijg. Blijkbaar is het opvallend dat ik veel doe en dat ik per dag net als de meeste mensen maar 24 uur heb. Ik ben inderdaad met 101 dingen bezig. De ene avond ben ik aan het naaien, de andere ben ik aan het tekenen en nog een andere avond zit ik met wat geluk een verhaaltje te schrijven. Tijd, sja, dat is bijzaak, want als je iets graag doet, dan maak je daar tijd voor vrij. Uiteraard is dat makkelijker gezegd dan gedaan.
Maar goed, ik zal jullie mijn geheimpje vertellen waardoor ik flink wat tijd win. Ik kijk geen teevee. Iedereen in grote shock. Vraag me niet hoe dat papiermaatje dat gewonnen heeft bij De Bedenkers er uit ziet, vraag me niet over wat De Smaak van de Keyser gaat, vraag me niet wat Henk Rijckaert heeft uitgespookt in Zonde van de Zendtijd. Ik zou het niet weten, want ik heb nog nooit naar deze programma’s gekeken. Series zoals House of Pushing Daisies of Heroes die bekijk ik op dvd. Ik weet dat ik die wil zien, maar ik wil niet gebonden zijn aan de uren die de teevee mij oplegt, dus doe ik het zo. Dan kan ik zelf kiezen wanneer ik zin heb in een aflevering of twee of drie.
Teevee is iets vies. Je zit dan in je zetel en je kan niets anders doen dan naar dat scherm kijken. Zodra je met iets anders bezig bent, valt de teevee op de achtergrond. Het gebeurt wel dat ik de televisie aan zet als ik aan het naaien ben, maar dan luister ik en kijk ik niet omdat ik anders uiteraard niet kan zien wat ik aan het doen ben. Een naald in je vinger en bloed dat alle kanten uitspuit? Bwaah, toch liever niet. En televisie maakt je ook niet echt creatief. Tenzij je Martha Stewart kijkt en mee letters uit sponzen snijdt of zoiets. Ik vind dat teevee de creativiteit zelfs een beetje vermoord. Je moet niet nadenken, je moet zelf niets verzinnnen, het wordt je op een blaadje gepresenteerd. Jij moet gewoon zitten en kijken. En dat, allerliefste kijkbuiskindertjes, haat ik met een passie. Dus… geen teevee.
Probeer het maar eens een week om geen teevee te kijken. Je zal zelf merken dat je opeens zeeën van tijd hebt. Wat zeg ik, oceanen ja!
19 01
“Misschien kan ik nog eens een Kleintje maken,” bedacht ik me dit weekend nadat ik het hele huis van boven tot beneden had gekuist, een tas had gemaakt en een zak chips had verorberd. Uiteraard besloot ik dat het leuker was om dan maar eventjes doelloos rond te surfen, dan om daadwerkelijk mijn tekenprogramma te openen en een Kleintje te maken.
Nu wilde ik even kijken hoeveel stripjes ik in 2008 online heb gepleurd en blijkbaar had ik vorig jaar rond deze tijd, hetzelfde goede voornemen om de draad weer op te pikken. Hmm… Ik ben blijkbaar niet verder geraakt dan 34 stripjes en dat terwijl er 366 dagen waren in 2008. Eerlijkgezegd, ik schaam me diep, maar langs de andere kant weet ik niet of ik het nog kan, een verhaal vertellen in vier vakjes.
Ach ja, binnenkort heb ik drie maanden tijd zat. We zullen dat goede voornemen dan nog eens bekijken.
11 01
“Uhm… H.?” vroeg ik terwijl ik mijn hoofd door de deuropening stak. Ik zag huisgenoot H. een muur in onze wc te keer gaan met een verfborstel, iets wat de laatste tijd wel vaker voorkomt. Het hoort bij project “Leefbaar huis” oftewel het project waarbij we ons huis wat opkalefateren.
“Heeft je mama ontstoppingsmiddel in de afvoer van de wasbak in de keuken gedaan?” vroeg ik enigzins verbaasd.
“Nee, ze heeft dat middel in de gang gezet. Waarom?”
“Wel uhm… Ik wilde het water uit het bakje weg gieten en er zit geen druppeltje meer in,”
Ik moet zeer verbaasd hebben gekeken. Een beetje geschrokken zelfs. In stilte vroeg ik mezelf af of ik niet alles had gedroomd. Ik had toch wel degelijk drie keer gedweild gisteren? Drie uur geleden nog had ik een bakje water in de wc uitgegoten. Ja toch? Of moest ik mij beginnen zorgen maken over dementie op zeer jonge leeftijd?
“Ja, ik heb het ook gezien, maak je geen zorgen. Je hebt het niet gedroomd,” stelde huisgenoot H. me lachend gerust.
Daarop liep ik snel terug naar de keuken, opende de kraan vijf keer en nog steeds liep er geen water in het bakje onder het aanrecht. Ha! HA! We zijn er in geslaagd te koken én de afwas te doen, zonder één druppeltje in het bakje te krijgen. Vraag me niet hoe dat komt, maar des te beter zo. Misschien zijn de kaboutertjes hun werk komen doen. Hoedanook, die dweil, die blijft er toch nog even liggen hoor. Je weet maar nooit.