Ik kreeg vandaag een sms berichtje van Finnair, waarmee ik naar Finland vlieg. Ze hadden me bij het bestellen van de tickets vriendelijk verzocht mijn telefoonnummer door te geven. In het berichtje stond dat mijn vlucht van Helsinki naar het Hoge Noorden was vervroegd met tien minuten. Ze vroegen me te bevestigen of ik op dit vliegtuig wilde zitten door een sms’je terug te sturen met daarin de letter A. Dat deed ik dan maar. A. Verzenden.

Even later begon het me te dagen dat ik veertig minuten zou hebben om over te stappen. De stresskip in mij werd geactiveerd. Overstappen en ik, dat is een ware verschrikking. Met treinen lukt het al niet zo goed, wat zou het dan opeens wel met vliegtuigen gaan lukken. Dus, hoewel ik op het werk zat, logde ik me aan op msn en bestookte Het Vriendje met duizend en een vragen over de luchthaven van Helsinki. Ik zag weer het hele Charles de Gaule avontuur voor mij. Arriveren in een hal, dan een busje nemen en daar tien minuten op zitten, om vervolgens in een gigantisch gebouw toe te komen waar je je vliegoperator moest zien te vinden. Gelukkig had ik toen véél tijd én gezelschap. Het Vriendje stelde me gerust. Veertig minuten was meer dan tijd zat.

En daarna begon hij dat hij een uier en daardoor vier plasstralen had. Ik heb hem er dan maar even op gewezen dat mannen over het algemeen geen uiers hebben, laat staan een melkproductie en dat er al zeker geen plas uit een uier komt. Tsss… Zit nog geen maand in Finland en zijn hersenen zijn al niets meer waard. Diepgevroren waarschijnlijk. ;)

25 March 2009

De kogel is door de kerk. Eind april trek ik voor enkele dagen naar het Hoge Noorden om Het Vriendje een dikke knuffel te geven. Ik ga als een groot meisje helemaal alleen het vliegtuig nemen en stiekem, heel stiekem, vind ik dat doodeng. Geen ouders die aan je identiteitskaart of vliegtickets denken. Geen broer die je valies zonder enige moeite spot op de lopende band. Geen zus die een “Waaaah, wij gaan neerstorten!” paniekaanval krijgt vlak voor het opstijgen, waardoor mijn eigen miniscule paniekaanval verdwijnt als sneeuw voor de zon.

En dan moet ik ook nog eens overstappen in Helsinki. Shit. Als dat maar goed afloopt. :P

23 March 2009

Tegenwoordig gaat het allemaal elektronisch. Je zet je achter je computer, tokkelt wat op je toetsenbord en klikt vervolgens op ‘verzenden’. Email verzonden. Het hele proces van de juiste pen kiezen, het mooiste briefpapier bovenhalen en dan uren aan een stuk nadenken over de juiste formulering van een bepaalde zin, dat is een beetje verleden tijd. Brieven schrijven, wie doet dat nu nog? Persoonlijk vind ik dat best wel jammer. Ik vind brieven wel iets hebben. Dus dacht ik: “Laat ik een briefje schrijven naar mijn allerliefste schat in Finland,”.

Brief

Ik ging naar de papierwinkel en kocht een enveloppe in mijn lievelingskleur. Ik ging naar de Hema en kocht een balpen die goed in de hand lag. Ik zette me aan mijn bureau en maakte zelf briefpapier, liet mijn nieuwe pen over het papier glijden en schreef mooie, lieve woorden naar Het Vriendje. Twee uur was ik er mee bezig en ik genoot van iedere minuut, want binnenkort ontvangt Het Vriendje die brief en gaat hij die lezen. Hij gaat er mee lachen, hij gaat er om zuchten en heel misschien gaat hij er ontroert door raken. Heel misschien schrijft hij ook terug en als ik dan een enveloppe in de brievenbus vind met een jongensgeschrift er op, dan ga ik een gat in de lucht springen, want komaan, wie springt er niet een gat in de lucht bij het zien van een handgeschreven brief die gericht is aan jou?

Ja, ik wil dat wel vaker doen, zo briefjes schrijven, maar pennenvrienden of zelfs gewoon maar brievenschrijvers, waar vind je dat nog de dag van vandaag?

22 March 2009

Al heel mijn leven poets ik mijn tanden als een huisvrouw met smetvrees. De tandarts heeft me vrij vroeg duidelijk gemaakt dat, hoewel witte tanden heel mooi ogen en zo, ze meestal niet al te stevig zijn. Daarom is poetsen zeer aangewezen. Door mijn poetsgedrag heb ik nog nooit een gaatje gehad. Of misschien heb ik gewoon geluk. Tot ik afgelopen zondag pijn kreeg aan mijn rechterkies. “Oei,” dacht ik en nam een kijkje in de spiegel. Ik was zeer verrast bij het zien van een gaatje ter grootte van een speldenkop. “Oei,” dacht ik opnieuw, “Het wordt toch maar eens tijd dat ik weer een keertje naar de tandarts ga,”. Ik ga jullie niet zeggen hoe lang geleden het is dat ik nog een keertje in een tandartsstoel heb gezeten, maar het is zéér lang geleden.

Vandaag belandde ik dan toch nog een keertje in die stoel.
“Zo,” zei de tandarts terwijl ze in mijn opengesperde mond keek, “Wel, het zijn geen gaatjes door caries,”
“Ha!” dacht ik, “Ha! Dat dacht ik al, mijn poetsgedrag!” Meteen daarna drong het tot me door dat ik dus nog steeds gaatjesvrij was. Het waren gewoon rare groeven in mijn kiezen. Dus ik kan nog steeds trots zijn op mijn tanden en ik kan nog steeds tegen iedereen zeggen dat ik in de drieëntwintig jaren die ik al op deze planeet vertoef nog geen enkel gaatje heb gehad en dat terwijl ik een van de grootste snoepers ben die er maar bestaat. Alhoewel dat de laatste tijd eigenlijk serieus geminderd is. Afgezien van die paaseitjes dan die bij ons op kantoor staan.
“Maar je tanden zijn wel erg broos,” voegde ze er aan toe, “en heel erg groevig. Caries nestelen ze zich daar graag in. We gaan daar een vulling opzetten om je tanden wat meer te beschermen,”.
“Uhm… ok,” zei ik en ik bedacht me dat als die vullingen er al op staan, ik waarschijnlijk écht wel de rest van mijn leven gaatjesvrij ga doorgaan. Hell yeah, dacht ik en de tandarts begon er aan. Productje met zure smaak, lijm, vulsel, wat geschaaf, wat ge”bijt, knabbel, schuif, alstublieft” en wat gefinetuning -inclusief geboor- later, waren mijn tanden voorzien van een beschermend laagje. Ik mis mijn groefjes wel een beetje, maar hey, vanaf nu moet ik niet meer uren met mijn tong voedselrestjes uit die groefjes gaan peuteren. Daarna volgde een gepeperde rekening, maar hey, ‘t is voor het leven he?

Conclusie: er lopen mensen rond op deze planeet die nog nooit een gaatje hebben gehad, maar die wel voorzien zijn van vullingen. Yup. En uiteraard ben ik een van die freaks. Hoe kan het ook anders? :P

19 March 2009

Vriendin N. en ik hadden afgesproken samen een keer een restaurantje uit te proberen waar we nog niet waren gaan eten. Het werd de Ribs in de Parijsstraat. Op de kaart staat voornamelijk vlees-achtige gerechten: hamburgers, ribbekes,… Het menu staat op hun site, voor de geïnteresseerden. Het eten was goed. Mijn hamburger bestond uit zeer zeer smaakvol vlees, een lekker mals broodje en wat groentjes er tussen. Klagen over het eten kan ik zeker niet. Het was geen vijf sterren restaurant voedsel, maar het viel zeker wel in te smaak.

Maar dit restaurant heeft toch wel een plekje in mijn hart gewonnen en wel om een simpele reden: wasco’s. Yup. Wasco’s, de kleurkrijtjes waarmee je als driejarige op de muren tekende, wel, die staan daar gewoon op je tafeltje. Ze stonden ons al op te wachten toen we toe kwamen. Noch vriendin N. noch ik hadden eerst door wat het was omdat we alleen maar gele krijtjes hadden. Die leken op van die kleine broodstengeltjes waarmee je sausjes en zo kan proeven bij de Oil&Vinegar. Gelukkig zat er naast ons een bende studenten die zich serieus aan het uitleven waren met hun krijtjes.

Na een vlugge blik op het bruine papier dat als tafelkleed werd gebruikt en de gele krijtjes, was het duidelijk. Daarmee zou ik niet kunnen tekenen en de kat bij de melk zetten, sja, dat vraagt om problemen. Ik moest en zou dat bruine papier vol kladderen met wasco. Dus vroeg ik aan een van de studenten naast ons of ik een donkerder kleurtje mocht van hen. Groen. En dus kliederde ik mijn bruine papier vol met groene tekeningen. Kleintje, Het Vriendje, een portretje van vriendin N., wat monsters, een walvis,…

En ik heb mij nog nooit zo geamuseerd tijdens het wachten op mijn eten in een restaurant. Waarom doen ze dat niet overal?!

16 March 2009