En 92 dagen lang heb ik een foto van mezelf genomen, met een kleine uitzondering hier en daar. Dat geeft dit als resultaat (klik op het fotootje):

De reden waarom ik iedere dag een foto van mezelf nam was niet omdat ik een narcist ben. Nee. Ik nam iedere dag een foto voor Het Vriendje zodat hij me toch niet zou vergeten. Dus iedere dag kon hij mij toch een beetje zien. En ik heb mij er uiteraard te pletter mee geamuseerd. Een paar favorieten… Meer lezen

31 May 2009

Eindelijk!

Eindelijk zei mijn kalenderventje deze ochtend dat het 30 mei was, de dag waarop Het Vriendje terugkeert uit het hoge noorden. Ein-de-lijk! Over enkele uurtjes zie ik hem weer. Hoera! :D

30 May 2009

Heel de week heb ik af en aan aan een site voor een chocolatier gewerkt, je weet wel, zo een die pralines maakt. Ik moest met oude foto’s werken van allerlei prachtige pralines die er overheerlijk uitzagen. Het water stroomde me iedere keer in de mond. Je bent een chocoholic of je bent het niet. Ik ben het dus overduidelijk wel.

Vandaag kwam Bunker dan om de pralines te fotograferen voor de nieuwe site. Ik speelde assistent en art director. Ik was diegene die de pralines voorzichtig vastpakte, op het juiste plekje zette en terug in het doosje legde. Het waren ongeveer vijftien pralines. Een keer werden ze op een witte achtergrond gefotografeerd. Een keer op een zwarte. Ik keek naar de foto’s, keurde ze, draaide de pralines wat beter, liet Bunker het licht aanpassen en dat allemaal terwijl er een doos pralines vlak onder mijn neus stond.

En ik heb er geen een gegeten. Ook al waren er dubbele.

Geen een.

Dat, mijn beste lezers, is het toppunt van zelfbeheersing. En het doet me verdacht veel hieraan denken:

En nee, ik heb er niet aangelikt, niet aan gesnoven en ik heb er ook niet de vulling uit geprutst. Ha! Ik ben trots op mezelf. :P

29 May 2009

Lalalalala…

*telt ongeduldig af*

Nog altijd vijf dagen… Pfff…
Die tijd mag toch net iets sneller gaan, dank u zeer vriendelijk en zo.

25 May 2009

Ik had op de markt net een bakje frambozen gekocht en liep goedgemutst op weg naar huis. De zon scheen, ik had goed geslapen en hey, binnen een week komt Het Vriendje terug. Reden genoeg om goedgemutst te zijn. Ik liep een hollands koppel dat duidelijk op weg was naar het Begijnhof voorbij en wandelde op mijn gemak verder. Mijn voeten deden vrij veel pijn (oooh ja, Birckenstocks zijn toch zooo geweldig, not), dus moest ik het wat langzamer doen. Het was toen dat ik iemand achter me het woord “hema” hoorde zeggen. Heel toevallig had ik een zakje van de hema vast. Grinnikend dacht ik “Ha, die holanders hebben door dat er hier ook Hema’s zijn, dolletjes,”.

Maar toen hoorde ik het opnieuw. “Pssst… Miss Hema,” hoorde ik. Ik trok een bedenkelijk gezicht. Dat voorspelde niet veel goeds. Tot drie keer toe werd het herhaald en tot drie keer toe wist ik het te negeren. Vervolgens hoorde ik “Mooi weer vandaag hé?”. Oh lieve god. Iemand was tegen mijn rug aan het praten. Ge-fokking-weldig. Het was een mannenstem met een accent, maar niet dat van de buurman. De buurman zou mij ten eerste bij mijn naam aanspreken en ten tweede gewoon naast mij komen lopen om tegen mijn gezicht spreken. Deze kerel dus niet. Van binnen begon ik al te schreeuwen: “Waarom?! WAAROM?! WAAROM?!” en “Wat doe ik toch verkeerd?!” en “Waarom moeten volslagen vreemden altijd mij er uit pikken?! Waarom?!” (Vorig weekend in de GB nog aangesproken geweest door een Indiër die zich afvroeg of wat hij vast had body lotion was. Waarom dat niet gewoon vragen aan iemand van de winkel zelf?).

Op de hoek van een straat die ik moest oversteken, stonden twee oudere vrouwen de kerk op het Damiaanplein te bekijken. Ik bleef even staan en keek twee tellen langer dan gewoonlijk naar die kerk. Vervolgens stak ik het plein over en toen zag ik vanuit mijn ooghoek iets naast mij lopen. Ik moest niet eens op ooghoogte kijken. Nee. Ongeveer tien centimeter naar omlaag. Een aziatische kerel met een zonnebril. “Heyla,” zei hij en liep naast mij. Veel te dicht bij mij. Ugh. “Mooi weer vandaag hé,” zei hij opnieuw, gevolgd door nog een “Heyla”. Ik beet op mijn tong om hem niet in zijn gezicht toe te schreeuwen dat hij mij gerust moest laten of dat ik hem gewoon nog een kopje kleiner zou maken dan hij al was. Dus keek ik voor me uit en wandelde verder. Hij ging weer een meter achter mij lopen, maar er volgde nog een “Heyla,” of twee, drie. Geloof me, je voelt je op dat moment alles behalve op je gemak.

In plaats de straat naar mijn thuis in te slaan, besloot ik ondanks mijn pijnlijke voeten toch even een omweg te doen. In de Schapenstraat is er gelukkig een klein, gezellig verborgen winkeltje met een groot raam dat uitkijkt op de straat. Ik wilde het al een tijdje bezoeken en nu leek het me de uitgelezen kans. Dus stak ik de straat over, ging het winkeltje binnen en zag hoe die kerel nog even keek en dan toch maar verder liep. Ik haalde opgelucht adem.

Maar het wordt dus de hoogste tijd dat Het Vriendje terugkomt om gewoon ieder fokking moment naast mij te lopen, want dit is echt niet leuk. Ugh.

23 May 2009