Ze hadden dinsdag niet gebeld, dus dacht ik dat het goed nieuws was (“als we niet bellen, is het goed nieuws”). Maar uiteraard zou de feeks geen feeks zijn als ze mij geen vuile loer zou draaien. Hatelijk mens. Ik belde deze middag om te vragen hoe het met Gabriël was. “Ja, daar is niks meer aan te doen,” klonk het aan de andere kant van de lijn, “De motor is kapot en er zijn geen onderdelen meer voor,”. Slik. SLIK. Gabriël? Mijn arme Gabriël… dood? Het wenen stond me nader dan het lachen. Goed, hij was niet meer van de jongste, maar… dood? Tegen wie moet ik nu gaan vloeken? Aan wie moet ik nu als allereerste mijn creaties laten zien? Wie moet ik nu een zacht klopje geven voor het goede werk dat hij heeft geleverd? Wie?! Ik was er effe niet goed van.

Toen drong het tot me door dat ik een nieuw naaimasjien zou moeten kopen. De feeks had me aan de telefoon al verteld dat ik nu 12,50€ zou moeten betalen voor de onderhoudswerken. Dat is verstaanbaar. En moest ik nu bij haar een naaimasjien kopen, dan zou ik die 12,50€ kunnen recupereren. Ha! HA! Laat me niet lachen. Daar een naaimasjien kopen? Om dan te horen dat een naaimasjien is gemaakt om twee stukken stof aan elkaar te naaien? I think not. Trouwens, ze verkoopt niet het merk dat ik wil. Gabriël was een Bernina en dus heb ik een hele collectie Bernina voetjes. Die zou ik graag willen blijven gebruiken. Volgens de zus is Bernina ook beter dan Singer (zij heeft al met beiden ervaring). Alleen… Zo’n Bernina kost wel het een en het ander, maar ze gaan dan ook een leven lang mee. Uiteindelijk is het een beetje zoals met fototoestellen: Nikon tegenover Canon, het een is niet beter dan het ander, het werkt alleen anders en als je lenzen hebt voor het ene, ga je niet opeens het andere merk kopen.

Dus nu is de zoektocht naar een nieuwe naaimasjien losgebarsten. Blijkbaar is er toch nog een ander naaimasjienenwinkeltje in Leuven, net buiten de ring op de Diestsesteenweg en die zouden Bernina’s verkopen. Drie keer raden waar ik morgen even binnen ga springen. ;)

“Maar Kathleen,” hoor ik jullie denken, “zou je niet beter eventjes een rouwperiode inlassen?”. Mjah. Ik zit intussen al een maand zonder naaimasjien. Ik heb al een maand niets meer gemaakt, buiten dat konijn dat met de hand genaaid is en geloof me, ik sta op ontploffen. Als ik niet snel iets kan maken, een paar knuffels, een rokje, desnoods een broek die omgezoomd moet worden, dan… tsja… dan ga ik dus ontploffen. Langs de andere kant vind ik het ontzettend jammer dat hij dood is. Ik kende Gabriël, ik kende zijn kwaaltjes, wist waarmee ik moest rekening houden, hoorde aan hem wanneer hij klaar was om te starten of wanneer hij effe een pauze wilde. Hij heeft mij geholpen met vele creaties te maken, uitprobeerselen en vooral het ontdekken van een nieuwe passie. We hebben vele leuke momenten meegemaakt en ook een paar minder leuke momenten, maar hij was een fijn naaimasjien en ik zal hem toch wel een beetje missen.

9 July 2009

Een paar weken geleden kondigde ex-semi-klasgenoot Valérie aan dat ze op haar site Chickflick.be een wedstrijd deed. Ze deelde gratis duotickets weg voor de film Ghosts of Girlfriends Past. Een zeemzoete Hollywoodfilm, maar ach, gratis naar de film is gratis naar de film. Dus zette ik mijn beste beentje voor en stuurde haar een mail met de antwoorden op de wedstrijdvragen. Twee weken geleden ontdekte ik de tickets in de bus. Yuy! Gewonnen! Ik die (bijna) nooit iets win! Ha! Valérie schreef dat de film vanaf 1 juli in de bioscopen te zien was en op de tickets stond dat ze niet geldig waren op zaterdag, zondag en feestdagen.

Dus besloten vriendin N. en ik vandaag naar de film te gaan. We hadden intussen de site van de Kinepolis al enkele keren gecheckt en hadden gisteren de film er nog op zien staan, maar vandaag niet meer. “Vreemd,” mailden we elkaar, “Misschien een foutje bij Kinepolis, een jobstudent die een foutje heeft gemaakt,”. We besloten, koppig als we zijn, toch even een kijkje te gaan nemen bij de complexen zelf nadat we eerst onze innerlijke mensch hadden gevoed. Aan de filmzaal stonden uiteraard massa’s volk aan te schuiven om naar Brüno te gaan kijken en wij besloten mee aan te schuiven aan de kassa om toch even te horen hoe het zat en of we eventueel een andere film konden binnenglippen met die tickets.

“Nee, sorry, dat gaat niet met die tickets,” zei het meisje aan de kassa.
“Maar dat kan toch niet dat jullie maar een week een film hebben gespeeld?” vroeg ik verbijsterd.
“Tsja, het is zomer, dan komt de ene film na de andere uit. Ice Age zal ook nog maar twee weken te zien zijn want daarna komt Harry Potter uit,”
“Ice Age nog maar twee weken?!” herhaalde ik geshockeerd.
“Sorry, ik kan voor de rest niets doen,”

Tsja. Dus eigenlijk had ik zeven dagen de kans gehad om de film te gaan zien, waarvan ik er twee niet mocht (zaterdag en zondag). Maar uiteraard geven wij niet op. Oh nee, meneer. Er is nog steeds de Utopolis in Mechelen waar ze beseffen dat het misschien niet zo’n slecht idee is om films langer dan een week te draaien. En ok, misschien hebben ze daar ook wat meer zalen, want het is bekend dat Kinepolis Leuven met een zalengebrek kampt (in Gent, Hasselt, Brugge, Antwerpen en Brussel spelen ze de film bijvoorbeeld nog wel). Maar dan nog… Op naar de Utopolis in Mechelen!

8 July 2009

Een dik jaar geleden had ik de gekste week van mijn leven. Ik verhuisde, leerde Het Vriendje kennen en veranderde van job en dat allemaal in een week tijd. Het Vriendje en ik besloten ons jaar samen te vieren door op restaurant te gaan. We kozen voor Turquoise op de Naamsevest in Leuven. Ik was er nog nooit geweest, maar was er wel al verschillende keren voorbij gelopen. Het zag er best gezellig uit. Dus Het Vriendje en ik trokken daar heen.

Toen we er aankwamen, was er niemand om ons te begroeten. Er zaten wat klanten achterin, maar er was geen personeel te bespeuren. We gingen even op ontdekking en zagen in de keuken een man staan. Die man moest ons gezien hebben, want hij kwam naar ons toe. “Een tafel voor twee alsjeblieft,” vroeg ik waarop de man zei dat we wel even zouden moeten wachten, want hij stond er alleen voor deze avond. Ach, we hadden tijd. Massa’s tijd. Dus zetten we ons aan een tafeltje achterin. Al snel bleek dat de man zowel de zaal bediende als in de keuken de gerechten aan het klaarmaken was. Hij hield de zaak gaande in zijn eentje.

Ik had een beetje schrik voor wat het resultaat zou zijn, maar toen we na een uur ons voorgerecht voorgeschoteld kregen kon ik mijn smaakpapillen nauwelijks geloven. Heerlijk. Ook Het Vriendje was er helemaal van in de wolken. “Dit is het wachten echt wel waard geweest,” besloten we. De man had ons bij het opnemen van onze keuzes gezegd dat enkele keuzes niet verkrijgbaar waren omdat ze verse producten gebruikten en sommige ingrediënten voor die gerechten waren nu niet te vinden. We proefden allebei dat ons voorgerecht inderdaad bestond uit kraakverse ingrediënten met een goede mix van kruiden.

Na nog een klein uurtje wachten, het was intussen al opmerkelijk rustiger geworden in het restaurant, kwam onze hoofdschotel. Opnieuw stonden we helemaal versteld van de kwaliteit van het eten. Echt ongelofelijk lekker en goed afgewerkt. We smulden er op los en besloten intussen dat we zeker nog eens zouden terug gaan naar dat restaurant. Voor ons jaar en een week samen zijn of zo, grapten we. En toen kwam het dessert. Overheerlijke chocomousse en ijs waar Het Vriendje helemaal gek op was: ambachtelijke straciatella.

Terwijl we aan het eten waren, hoorden we de kok/ober/… tegen een andere klant vertellen dat hij er alleen voor stond omdat iemand op vakantie was, de ander zijn vrouw was aan het bevallen en nog een derde was ziek. Hij had heel de avond de zaak alleen gerund. Het Vriendje en ik waren met verstomming geslagen. We hadden inderdaad wat langer moeten wachten, maar dat was het meer dan waard geweest. Op de koop toe was de man er in geslaagd zijn klanten zorgzaam en vriendelijk te behandelen, ook al stond hij onder massa’s stress. Het was helemaal het tegenovergestelde van wat ik zaterdag had meegemaakt in dat naaimasjienziekenhuis. Echt chapeau.

Lekker eten, goede bediening, gezellige avond en dat allemaal dankzij één man die per ongeluk dezelfde naam deelde met Het Vriendje en dat in een restaurant dat de naam draagt van mijn favoriete kleur. Ha! Toeval? I think not! ;)

6 July 2009

Er zijn twee dingen waar ik absoluut niet tegen kan en waar ik echt woest van kan worden. Het eerste is incompetentie en het tweede is klantonvriendelijkheid. Over het eerste heb ik het al een paar keer gehad, over het tweede in mindere mate. De meeste grote bedrijven kunnen het zich permiteren klantonvriendelijk te zijn. Er zijn verschillende grote bedrijven waar je als je de helpdesk belt, min of meer wordt uitgelachen. Maar die bedrijven komen daar mee weg. Ze zijn groot genoeg. Wat maakt het nu uit of een klein klantje niet tevreden is? Dan gaat dat kleine klantje toch gewoon naar de concurrentie? Eén klein klantje zal een groot bedrijf niet failliet laten gaan. Naast de grote bedrijven die zich zulk gedrag kunnen permiteren zijn er ook de bedrijven met een monopolie. Die kunnen zich ook zulk gedrag permiteren en daarom moeten ze niet eens heel erg groot zijn.

Neem nu mijn situatie. Mijn allerliefste naaimasjien Gabriël besloot ziek te worden. Wat moet je dan doen? Naar het naaimasjienziekenhuis gaan, maar waar vind je dat tegenwoordig nog? Zelf kleren maken en dag in, dag uit met een naaimasjien werken en daardoor ook veel mensen hebben die zulke masjienes kunnen oplappen, dat is niet meer van deze tijd. Zo komt het dus dat er in Leuven één winkeltje is waar je je naaimasjien kan binnen brengen. Eén winkel. Je kan niet effe naar de concurrentie stappen. Nee. Je wordt verplicht om naar die ene winkel te gaan. Veel andere keuze heb je niet. En laat de uitbaatster van die winkel net een compleet volslagen feeks zijn die waarschijnlijk nog nooit van het woord klantvriendelijkheid heeft gehoord.

Twee weken geleden stapte ik er voor de eerste keer binnen om te informeren hoeveel een oplapbeurt voor Gabriël zou kosten. Ik kreeg een kort antwoord toegesnauwd. Het was precies alsof ik een kleutertje was die de les gespeld kreeg, alsof ik iets verkeerds had gedaan of gezegd. Daarna zei ik nog tegen Het Vriendje “Amaai, dat vond ik nu geen sympathieke madam,”. Deze ochtend bracht ik met behulp van de papa en de mama mijn naaimasjien naar de winkel. Zij gingen verder terwijl Het Vriendje en ik in de winkel bleven staan. De uitbaatster van de winkel was uitleg aan het geven over naaimasjienes aan drie generaties vrouwen. “Een naaimasjien dient om twee stukken stoffen aan elkaar te naaien,” hoorde ik haar zeggen. No shit sherlock. Je kan er moeilijk pannenkoeken mee gaan bakken, denk ik. Ze omschreef alles technisch, alsof ze het opdreunde uit een boekje. De klanten kregen een waterval van informatie over zich heen, waar ze eigenlijk niet veel mee waren. A

Toen ze zich tot ons richtte, sprak ze weer op diezelfde “ik ben hier de alwetende en gij zult zwijgen!” toon. Ik krijg het van mensen die op zo’n manier praten. Die wil ik a/ vastpakken en door elkaar rammelen b/ uitlachen in hun gezicht c/ zeggen “mensch waar zijde gij mee bezig” of “wie denkte gij da ge zijt om met zo’n toon tegen mij te praten?”. Op de koop toe deed ze niet eens de moeite mijn achternaam juist te schrijven OOK AL DICTEERDE IK HEM LETTER PER LETTER (where have we seen that one before?). Nee, ze maakte er zelf maar wat van, Verhetelsel meerbepaald. Luisteren is ook al te veel gevraagd blijkbaar.

Daarna volgde haar uitleg. Dinsdag zou de technieker komen. Die zou naar Gabriël kijken. Als ik niet werd opgebeld, dan was het goed nieuws. Als ik wel werd opgebeld, dan was het slecht nieuws. En oh ja, als ik niet werd opgebeld, dan moest ik dinsdag zelf maar eens bellen. Mijn mond viel open. Zelf bellen? Excuseer? Ik breng mijn naaimasjien bij u binnen zodat jij dat kan maken. Of je technieker. Whatever. Ik zal daar vervolgens ook voor betalen. Veel geld waarschijnlijk. En mij zelf even opbellen is te veel gevraagd? Dat is een telefoon opnemen, een paar nummertjes intoetsen en vervolgens zeggen “uw naaimasjien is klaar”. Dat mijn beste, is hoe je klanten behandeld. Dat mijn beste, is hoe je er voor zorgt dat klanten terugkomen naar je winkel. Dat mijn beste, is hoe je er voor zorgt dat ik niet zo’n hoerelange blogposts moet schrijven. Dus doe niet zoals die feeks bezig is. En oh ja,  als je zoiets vraagt aan je klanten, of ze jou willen opbellen, dan is het misschien een goed idee om je fokking telefoonnummer mee te geven. Idiotie alom.

Man. Mijn bloed gaat koken van zulk gedrag. En jammergenoeg is dat het enige naaimasjienziekenhuis in Leuven. Laat het dan even een naaimasjienziekenhuis zijn met een ongemanierde, betweterige feeks als verpleegster. Het Vriendje en ik besloten waarschijnlijk dat ze ooit leerkracht is geweest. Snit en naad. Dat ze wegens omstandigheden daarmee gestopt is en dat ze dan maar het gat in de markt is gaan vullen. Ze geeft daar ook naailes blijkbaar. Stel je voor, je eerste naailes: “Een naaimasjien is gemaakt om twee stukken stof aan elkaar te naaien,”. Dude. Maar het komt hier op neer: zij zijn de enige die mij kunnen helpen. Dus moet ik dat slikken en moet ik gedwee “ja, mevrouw” en “nee, mevrouw” en “tuurlijk mevrouw” zeggen. Dat weerhoudt me er uiteraard niet van om effe mijn gal te spuien om mijn blogje. Ha! :P

Als dat maar goed komt. Gelukkig heb ik veel voor Gabriël over.*zen*

4 July 2009

Ik ben niet echt hitte bestendig. Tot vijfentwintig graden gaat het wel. Daar boven wordt het moeilijker en laat het nu net de afgelopen week steevast net zevenentwintig graden of ietsje meer zijn. Met als gevolg dat ik er een beetje als een halve zombie bij loop. Ik smeek nog net niet achter hersenen, maar een beetje slaap zou wel fijn zijn.

Gisterenavond kroop ik, naar mijn doen, vrij laat in mijn bed. Het was al na twaalven. Ik had mijn raam wagewijd open gezet en ik voelde een fris briesje de kamer binnen komen. “Mooi zo,” dacht ik, draaide me op mijn zij en viel in slaap. Om vervolgens rond kwart voor vier terug wakker te worden. Ugh. Het was nog steeds belachelijk warm in mijn kamer en door het open raam scheen wel heel erg veel licht binnen. Zoveel dat ik er niet door kon slapen, want, laat ik hier in even duidelijk zijn, met licht kan ik niet slapen. Ik heb afgezien tijdens de midzomerdagen in IJsland, believe you me. Dus zette ik het raam op kip, sloot het gordijn en begon een wedstrijdje plafondstaren dat ik zonder enige moeite won.

Net toen ik de slaap bijna weer te pakken had, kwamen zij, de ongedierte des duivel. Zij! Een leger muggen. De een zat op mijn linkerbeen, de ander zoemde aan mijn rechtoor, nog een derde probeerde mijn rechter neusgat in te vliegen en een vierde die besloot dat mijn bovenbenen er wel vrij sappig uit zagen. Uren aan een stuk heb ik mezelf zitten verdedigen tegen hun wapens en hun genadeloze woede. Ik stak zelfs oorstopjes in zodat ik dat onmenselijke, treiterige gezoem niet moest horen.

Uiteindelijk viel ik bij het opkomen van de zon weer in een lichte slaap die na een uur al weer verstoord werd door mijn oh zo dierbare wekker. Ach ja, een herkenbare situatie voor velen rond deze tijd van het jaar waarschijnlijk. Geef mij dan toch maar zo’n druilerige zomer als vorig jaar hoor. Toen zag ik er teminste niet uit als een slappe, inspiratieloze en afgepeigerde zombie en voelde ik me evenmin zo.

En ja, ik verwacht nu van heel bloggend Vlaanderen en omstreken interessante tips en trucjes tegen a/ muggen b/ te warme kamers waarin je moet slapen. De comments zijn daar. Leef u uit! ;)

2 July 2009