30 11
Geachte regie der dromen,
Ik zou het zeer op prijs stellen mocht ik de komende nachten wat aangenamer dromen. Het zit namelijk zo dat ik niet zo een grote fan ben van duistere en lugubere dromen. Mensen die zichzelf in monsters veranderen door mensen aan haken te hangen en hun vet op te vangen, mjah, toch liever niet. Het is niet echt mijn stijl.
Waar ik ook helemaal niet tegen kan, dat zijn dromen waarin mensen die me na staan dood gaan. Niet alleen zorgen ze er voor dat ik hyperemotioneel wakker word, ze zorgen er ook voor dat ik in de war geraak, want dan weet ik niet meer voor wie ik een kerstcadeautje moet kopen en voor wie niet.
Oh ja, en dromen waarin ik mijn vriendje zie kussen met een ander meisje, dat zie ik dus helemaal niet zitten. Goed, ik heb mijn wraak gehad op zowel hem als op haar, maar toch. Ik zou liever zo een dingen niet moeten dromen., want hoe moet ik dan mijn vriendje graag zien als ik de volgende ochtend naast hem wakker word? Volgens mij zijn dreadlocks trouwens helemaal niet gemaakt om mensen mee te wurgen, alhoewel dat vrij goed ging in die droom.
Dus ik stel voor dat jullie voor de komende nachten dromen programmeren over zachte, pluizige konijntjes en regenbogen en nog meer van dat lievigs. Op deze manier kunnen jullie de dromen van de afgelopen drie nachten terug goed maken.
Dank bij voorbaat,
Kathleen
29 11
Afgelopen donderdagavond stond ik in de plaatselijk bibliotheek naar een hoop boeken te kijken. Dat gebeurt wel eens vaker. Ik stond bij de afdeling “waargebeurd”. De rekken waren van boven tot onder gevuld met biografiën en andere verhalen van echte mensen. Ik nam een boek vast en meteen vielen er drie of vier op de grond. Lang leve mijn lompigheid. Maar een van die boeken die gevallen was, trok mijn aandacht. “Ik was veertien en depressief” stond er in grote letters. Daaronder zag ik het glimlachende gezicht van een meisje met warme, intelligente ogen. Het verhaal klonk interessant, dus nam ik het mee naar huis, waar ik het op twee dagen uit las.
Mathilde Monaque is veertien als ze depressief wordt. Deze depressie gaat gepaard met een vorm van anorexia. Ze wil niet meer eten omdat dit haar onzuiver zou maken. Uiteindelijk gaat het zo ver dat ze moet worden opgenomen op een speciale afdeling voor jongeren in een ziekenhuis. Vanaf haar opname tot haar ontslag volg je Mathilde in het ziekenhuis. Ze legt uit waarom ze zuiver wil zijn, waarom ze niet begrijpt dat anderen niet zien waar ze mee bezig zijn en probeert aan haar eigen gedachten uit te kunnen. Ze schrijft over de andere bewoners van de afdeling, over de verpleegsters en over het hoofd van de afdeling. Langzaam maar zeker komt ze er boven op. Het vergt veel van haar krachten, maar ze begint terug te eten, ze komt wat bij en ze leert dat mensen er zijn voor haar.
Het is een aangrijpend verhaal. Depressie is nog steeds een soort taboe, vooral als je jong bent. Je bent jong en dan wordt er van je verwacht dat je geniet van je leven. Als dat niet zo is, dan is er iets mis en dan val je uit de boot. Het is goed dat iemand als Mathilde daarover zo een open en eerlijk verslag heeft geschreven. Hierdoor kan je je een beeld vormen over hoe iemand zo jong omgaat met al die duistere gevoelens en gedachten. Af en toe viel ze in herhaling door opnieuw te vertellen waarom ze het moeilijk had, maar dit was niet storend. Het is een zeer meeslepend boek en op twee dagen was het uit, mede dankzij de opeenvolging van zeer korte hoofdstukken.
Depressief ben je alleen uit gebrek. Gebrek aan liefde, gebrek aan succes, gebrek aan vrienden,… Je moet weer leren genieten en daarbij heb je begeleiding nodig. Voor alles eb je leiding nodig, als een klein kind dat niet meer wil lopen, en dat jou een hand geeft. Heel geduldig moet je het de wereld in een ander daglicht laten zien. Bij elk mooi plekje moet je stilhouden om alle door gebrek, afwijzing en weerzin gegraven gaten te dichten zodat er geluk en vreugde kunnen ontstaan. Je moet volhouden, die toestand bereik je niet op een-twee-drie. Het kan zijn dat er een moment komt waarop de pijn te groot is: dan kan het kind niet meer vechten. En dat is het moment waarop het de hulp van anderen nodig heeft.
Ik zou het gewoonweg fijn hebben gevonden als ze tegen me hadden gezegd: ‘Het leven is mooi en ik houd van je.’
Maar niemand heeft het gezegd.
En is dat soms niet het meest elementaire om te zeggen tegen iemand met wie het slecht gaat?
28 11
Niets leuker om aan het einde van de maand november plots in grote letters de woorden “You Won!” te zien staan op je scherm. Mijn verhaal is af. Het heeft een begin, een middenstuk en geloof het of niet, zelfs een einde. Het telt 50241 woorden. Meer moet dat niet zijn. En eigenlijk ben ik best wel tevreden met wat ik heb neergepend dit jaar. Er zit behoorlijk wat herhaling in, dat geef ik toe, maar langs de andere kant zitten er ook een paar spannende stukken tussen. Het is niet het genre dat ik anders zou schrijven. Dat was dus een uitdaging op zich, maar mission completed! Hoera!
En dan nu een jaar lang weer geen fictie schrijven tot november 2010.
18 11
Een van de eerste opdrachten in de cursus kinderboeken was een kennismakingsopdracht. We werden opgedeeld in paren en moesten gedurende een tiental minuten met elkaar praten over hoe we als kind waren. Daarna moesten we een tekstje schrijven met de persoon waarmee we hadden gepraat als hoofdpersonage, maar dan wel zijn of haar “kleine” ik. Vorig jaar hadden we dezelfde opdracht gekregen en toen had ik belachelijk veel geluk met mijn partner. Ze had een tweelingszus en komaan, tweelingen dat is altijd een prachtig onderwerp. Dit jaar had ik waarschijnlijk nog meer geluk. Naast mij zat een vrouw die gibberend al het kattenkwaad dat ze had uitgespookt tijdens haar jonge jaren vertelde.
Dit is het stukje dat ik in tien minuten schreef tijdens de les (met de hand mind you. Dat gaat wat trager, vandaar de lengte van het schrijfseltje).
—-
“Sttt…,” fluisterde Kristina tegen haar beste vriendin An. Buiten hoorden ze de andere kinderen op de speelplaats roepen en gillen. Kristina giechelde even. Ze hield een zware kassei in haar handen. Die had ze aan de kant van de weg gevonden.
“Daar is de boekentas van Sofie,” An wees naar de donkerblauwe tas die bij de achterste bank stond .
Ze waren muisstil. Niemand mocht hen horen of zien, anders zouden ze weer straf krijgen. De meester had er al mee gedreigd An in een andere klas te zetten. Dat mocht niet gebeuren.
Kristina opende de boekentas. Het leek wel een vuilnisbak met al die lege snoepwikkels. Ze boog zich voorover om de kassei tussen de twee schriften en de pennenzak te leggen. Haar twee lange vlechten vielen naar voor. An stond zenuwachtig naast haar te trappelen. Kristina legde enkele snoepwikkels over de kassei. Sofie zou er nooit iets van merken. Voorzichtig sloot ze de boekentas en zette hem terug zoals ze die gevonden had. Hun klasgenootje zou vanavond haar boekentas niet meer kunnen opheffen.
“Kom!” giechelde ze en nam de hand van An vast. Oh, wat zouden ze hier vanavond als ze samen naar huis wandelden om moeten lachen. Kristina sloot de deur van de klas en met pretlichtjes in de ogen liepen ze naar de speelplaats waar hun klasgenootjes hen opwachten.
—–
En dan nu terug naar de NaNoWriMo.
11 11
Dit jaar is november de schrijfmaand bij uitstek. Niet alleen doe ik mee aan NaNoWriMo, ik ben ook weer begonnen aan een schrijfcursus bij Wisper. Gisteren was de eerste les van Kinderboeken: een prentenboek maken. Het is de bedoeling dat we op het einde van de cursus een bundel met verhalen en illustraties van alle cursisten gaan samenstellen en die dan uitgeven via Publishing On Demand. Maar voor we daaraan beginnen gaan we weer veel mogen schrijven én deze keer mogen we ook prutsen met allerlei soorten illustratietechnieken: verven, collage, stempelen,… Met andere woorden, ik ga mij serieus uitleven de komende dinsdagavonden.
En dan is er nog NaNoWriMo. Hoe het daarmee gaat? Goed, maar niet zo goed als vorig jaar. Vorig jaar had ik op dag een meteen al tienduizend woorden en ik moest heel wat schrijven omdat ik een week naar Praag ging. Dit jaar gaat het allemaal wat rustiger. Ik schrijf tweeduizend woorden per dag en er zijn al dagen geweest dat ik maar een paar honderd woorden er uit geperst kreeg of zelfs geen. Het verhaal is wel boeiender dan vorig jaar. Vind ik dan toch. Het is een science fiction “what if” scenario. Het speelt voornamelijk in op de controverse rond het griepvaccin, dus ik moet maar gewoon even op het internet rondsurfen en ik heb weer genoeg materiaal om aan mijn verhaal toe te voegen.
Een overzicht:
- Aantal woorden geschreven: 25104
- Aantal woorden nog te schrijven: 24896
- Aantal tekens zonder spatie:116600
- Aantal tekens met spatie: 141397
- Aantal pagina’s in Times New Roman 12pt: 36
- Aantal hoofdstukken: 3
Het verhaal in Wordle vorm (kunnen jullie meteen meegenieten van al mijn stopwoordjes
)
