Al een paar dagen zit ik hiermee. Dan kom ik thuis na een lange werkdag en zit ik toch nog vol ideeën. Dan ga ik het lijstje in mijn hoofd af. Wat kan ik vanavond doen?

Tekenen. Veel tekenen.
Een handtas maken.
Of die ene knuffel die ik al zo lang wil maken.
Een film kijken.
Kladderen met verf.
Een honderdtal pagina’s lezen in dat ene boek.
Misschien een nieuw design maken voor mijn blogje.
Mij nog eens aan Kleintje zetten.
Cupcakes maken. Yeah.
Een smoothie gaan drinken bij een vriendin.
Schrijven. Ooh ja, werk maken van dat boek dat ik graag wil schrijven.

En uiteindelijk komt het altijd op hetzelfde neer. Dan zet ik mij voor mijn computer, begin ik doelloos rond te surfen, kijk ik naar de dingen die anderen hebben gemaakt, de tekeningen, de tassen, de knuffels en vervloek mezelf dat ik niet zo goed kan tekenen of naaien. Dan lees ik de verhalen die anderen hebben geschreven en vraag ik me af waarom ik geen geweldig plot kan bedenken. Of zoek ik recepten op die ik niet opsla omdat ik denk dat ik ze toch nooit tot een goed einde zal brengen. Dan staar ik ettelijke minuten aan een stuk naar een lege file in Photoshop en bedenk ik me dat ik misschien toch niet zo heel erg creatief ben.

Potdekke, dat moet maar eens gedaan zijn. Geen computer meer voor mij vanavond! Pfff… alsof acht uur op een dag achter een computerscherm zitten nog niet genoeg is.
Maar eerst nog even dit blogberichtje afwerken. Uiteraard.

Ahum.

11 February 2010
Tijdens het nieuwjaarsetentje met het werk enkele weken geleden, haalde een collega Look both ways van Debbie Millman boven. Ze was er zelf zeer enthousiast over. Een collectie vlot geschreven essays die prachtig zijn vorm gegeven. Hoe zou je zelf zijn? Ik bladerde er toen door en zag dat het goed was. Ik vroeg die collega mij dat boek door te spelen eens zij het uit had gelezen en zo stond ze vorige week vrijdag aan mijn bureau met de woorden: “Amaai, gij gaat dat een kweeni hoe goed boek vinden,”. En daarin had ze meer dan gelijk.
Dat het boek vlot leest, dat spreekt voor zich. Een treinrit en ik had acht van de twaalf essays verslonden. Ik had mijn ogen uitgekeken op de kleine details. Ik had gegrinnikt, diep gezucht en ik had het gevoel de schrijfster een beetje beter te leren kennen, hoewel ik voordien nog nooit van haar had gehoord. En bovenal herkende ik mezelf zo goed in hetgeen ze schreef, de keuzes die gemaakt moeten worden, de kansen die gegrepen worden of net aan de kant worden geschoven, de voorliefde voor alles wat grafisch en mooi is,… Het is een beetje als een blog lezen, zo komen de essays over. Ze zijn persoonlijk, met veel liefde neergepend, in mooie letters, wilde letters, geborduurde letters,…
Het is een pareltje. Een pracht van een boek. Zo eentje dat je in je boekenkast wil hebben staan, gewoon, om heel af en toe open te slaan en een van de essays te lezen of er door te bladeren om je te vergapen op de creativiteit die van ieder blad af springt. Binnenkort toch maar eens mijn eigen exemplaar bestellen. :)

Tijdens het nieuwjaarsetentje met het werk enkele weken geleden, haalde een collega Look both ways van Debbie Millman boven. Ze was er zelf zeer enthousiast over. Een collectie vlot geschreven essays die prachtig zijn vorm gegeven. Hoe zou je zelf zijn? Ik bladerde er toen door en zag dat het goed was. Ik vroeg die collega mij dat boek door te spelen eens zij het uit had gelezen en zo stond ze vorige week vrijdag aan mijn bureau met de woorden: “Amaai, gij gaat dat een kweeni hoe goed boek vinden,”. En daarin had ze meer dan gelijk.

Dat het boek vlot leest, dat spreekt voor zich. Een treinrit en ik had acht van de twaalf essays verslonden. Ik had mijn ogen uitgekeken op de kleine details. Ik had gegrinnikt, diep gezucht en ik had het gevoel de schrijfster een beetje beter te leren kennen, hoewel ik voordien nog nooit van haar had gehoord. En bovenal herkende ik mezelf zo goed in hetgeen ze schreef, de keuzes die gemaakt moeten worden, de kansen die gegrepen worden of net aan de kant worden geschoven, de voorliefde voor alles wat grafisch en mooi is,… Het is een beetje als een blog lezen, zo komen de essays over. Ze zijn persoonlijk, met veel liefde neergepend, in mooie letters, wilde letters, geborduurde letters,…

Het is een pareltje. Een pracht van een boek. Zo eentje dat je in je boekenkast wil hebben staan, gewoon, om heel af en toe open te slaan en een van de essays te lezen of er door te bladeren om je te vergapen op de creativiteit die van ieder blad af springt. Binnenkort toch maar eens mijn eigen exemplaar bestellen. :)

9 February 2010

Een van onze prioriteiten als het op ons appartementje aankomt is toch wel een bed. Een goed, ruim bed met een matras waarin je wegsmelt. Momenteel is mijn slaapcomfort ver te zoeken. Ik heb mijn bed enkele maanden geleden uit elkaar gevezen omdat het bij iedere beweging kraakte en piepte. Serieus. Het leek alsof het einde van de wereld was aangebroken als ik me even op mijn zij draaide. Dus schakelde ik over op mijn lattenbodem en matras. Dat is een verbetering, maar blijkbaar is mijn matras toch niet helemaal dat. Oh nee, meneer.

De matras waarop ik slaap is een aankoop geweest van de zus en toen zij ging samenwonen met haar man, kwam die matras op mijn bed te liggen. Ik heb geprotesteerd. Dat mijn nek pijn deed. En mijn rug. Waarop er mij werd gezegd het toch even te proberen. Mijn oude matras was toen intussen verdwenen en er was dus niet echt een andere optie meer. Dus leerde ik leven met een belachelijk harde matras. Zo eentje die de gemiddelde mens rugpijn bezorgd. Mij dus ook. En ik ben die rugpijn nu wel een beetje beu.

Dus zijn Het Vriendje en ik op zoek naar de beste oplossing, maar we moeten de financiën uiteraard ook een beetje in het oog houden en boy oh boy, is dat even moeilijk, want er worden ons allerhande extravagante prijzen naar het hoofd geslingerd. Een ergonomische lattenbodem? Een goede matras? Ik heb me al heel wat hoedjes geschroken de afgelopen weken. Goed, je moet er iets voor over hebben, maar het is niet de bedoeling dat je daarna volledig blut bent.

En dus pieker ik ‘s avonds als ik in mijn bed lig, op die harde matras, over bedden en matrassen. Dan droom ik weg over die ene topper die zo aanvoelde alsof ik in een bed ergens in een vijfsterrenhotel aan het slapen was of over die ene matras waarbij het leek dat je op een wolkje lag. Toppers, lattenbodems, boxspringen, latexmatrassen, pocketveren,… Ik heb er even genoeg van, maar uiteindelijk gaan wij keuzes maken, goede keuzes, en dan gaan wij slapen als roosjes. Roosjes zeg ik  u!

8 February 2010

Cijfertjes en ik, wij zijn nooit al te beste vrienden geweest. Ik durf ze namelijk al eens omdraaien en in een verkeerde volgorde lezen. Ze hebben daar een mooie naam voor, een die ik altijd vergeet. Maar af en toe komt er een klein austistje in mij naar boven en die moet ik voeden met cijfertjes, omdat cijfertjes nu eenmaal voorspelbaar zijn. Een week geleden ontdekte ik zo via Aardling z’n blog dat je via WolframAlpha kan spelen met je geboortedatum. Of andere data. En boy oh boy, heb ik mij er al mee geamuseerd.

Ik ben blijkbaar geboren op de 200ste dag van het jaar en meestal verjaar ik ook op de 200ste dag van het jaar, tenzij het een schrikkeljaar is.
Er zal op mijn verjaardag 15uren en 55minuten daglicht zijn, hoewel ik vermoed dat dat niet overal op deze aardkloot hetzelfde is.
Ik ga verhuizen op de 60ste dag van het jaar.
Ik moet nog 24 dagen wachten tot ik kan verhuizen. Yup. We zijn aan het aftellen.
Dat zijn nog 16 werkdagen. ZES-TIEN.
Ik ben exact 759 dagen ouder dan het Het Vriendje oftewel twee jaar en 29 dagen.

En de leukste van al: op 10 maart 2010 word ik exact 9000 dagen. Ik ben van plan dat op de een of andere manier te vieren. Cadeau’s zijn uiteraard ook altijd welkom. :P

Tot zover deze geheel nutteloze blogbijdrage. Deel gerust ook uw cijfertjes.

4 February 2010

Als kerstcadeau kreeg ik van de mama en de papa een kookboek. Ik had de algemene term “kookboeken” opgeschreven, omdat ik de afgelopen maanden wel een keer een experimentje durf wagen in de keuken en een kookboek kan bij experimentjes wel eens van pas komen. Ik vermoed dat papa de uiteindelijke keuze heeft gemaakt. Ik kreeg “Nigella Express” van Nigella Lawson. Hoera! Een kookboek van Nigella, de koningin van de chocolade!

Ik kreeg spontaan een flashback naar die ene avond ergens in mei 2004, toen ik samen met mijn IJslands gastbroertje voor de televisie zat en we allebei watertandend toekeken hoe Nigella zomaar een heerlijke chocoladetaart tevoorschijn toverde, alsof het niets was. Zodra de gastmama thuiskwam klampten we haar aan en smeekten we om alsjeblieft een chocoladetaart te maken. We slaagden in onze opzet en hadden de volgende dag een heerlijk dessert.

“Ja, die Nigella doet mij een beetje aan uw kookstijl denken,” liet mijn papa zich ontvallen nadat ik mijn kerstcadeau had uitgepakt. Ik keek hem even bedenkelijk aan en vroeg hem wat hij daarmee wilde zeggen. Het kwam er op neer dat mijn kookstijl misschien wel een keertje chaotisch en uhm… rommelig zou zijn of snel snel. Ik weet zijn exacte woorden niet meer, maar het was toch iets in die aard. “Wat weet papa nu van mijn kookkunsten? Die heeft nog nooit iets gegeten dat uit mijn potten en pannen is gekomen,” dacht ik en wuifde het allemaal weg.

Tot maandag. Op maandagen zit ik namelijk altijd met de vraag “wat ga ik eten vanavond?“. Dan durf ik een dik uur door het huis te dwalen, de kookboeken van de huisgenoten onder handen te nemen om dan uiteindelijk te besluiten dat ik gewoon een hamburger ga eten of zo. Niet deze maandag. Oh nee. Ik nam de Nigella Express erbij en bladerde er door. Heel even kwijlde ik over de foto’s van de chocolademousse, maar uiteindelijk vermande ik mezelf en bladerde ik verder, tot ik het recept voor chili con carne tegenkwam. Het zag er eenvoudig en lekker uit, behalve dan de bonen. Ik haat bonen. Met een passie. Ik heb er een overdosis van gegeten toen ik klein was en nu wil ik er geen meer zien, ruiken of proeven. Toch besloot ik dat gerecht te maken. Mét bonen.

Ik ging gezwind naar de supermarkt en kwam tot de ontdekking dat ze de helft van de ingrediënten niet hadden. Kidneybonen of bruine bonen? Nope. Toch niet in blik. Of in glas. Of wel keek ik verkeerd. Dan maar witte. Chilisaus? Niet te bespeuren. Dan maar sambal oelek. 95% rode pepers, dat moest wel genoeg zijn. En maïs leek me ook iets logisch om er aan toe te voegen. Ik assoscieer maïs met Mexico en chili con carne is mexicaans… dus… het was een logische redenering. Onderweg naar huis besloot ik aan mijn chili ook nog een kwak barbecuesaus toe te voegen, want dat zou alles een extra dimensie geven.

En terwijl ik aan het koken was, terwijl ik die onorthodoxe kwak barbecuesaus bij de pruttelende inhoud van de wok kapte, drong het tot me door dat dit hetgene was wat mijn vader bedoelde. Ik kan geen recepten volgen, ik tweak ze meteen. Ik volg de grote lijnen en voor de rest ben ik mijn eigen chaotische ik. Er worden allerlei dingen bij gekapt die er eigenlijk niet bij horen. Conclusie van het hele verhaal: mijn papa had gelijk (maar hebben ouders dat niet altijd?) en ik heb een beestig recept voor chili con carne à la Kathleen (het moet nog wat getweaked worden, maar het was wel al beestig goed). :D

3 February 2010