Mijn vader beweerde ooit dat ik met mijn onnozele tekeningskes nooit iets zou bereiken (zijn vrijwel exacte woorden). Mwah, ik zou een gigantische poster in een oplage van 100.000 exemplaren voor een bekende culturele instelling in een kwaliteitskrant nu toch niet “niks” noemen. Hé papa. ;)

30 June 2010

De laatste tijd mislukt er hier veel. De afgelopen weken heb ik niets van de eerste keer in orde gekregen, behalve dan de prutserijtjes die ik met baalkatoen maakt. Serieus. Ik heb een sloper gemaakt voor een jurk mét ritsluiting en dat ging als vanzelf. Zelfs alle aanpassingen die ik maakte, een paar extra figuurnaden hier en daar, vormden geen problemen. Maar eens ik begin met mijn “nette” stof, dan heb ik het vlaggen: ik knip in mouwen, knoopsgaten mislukken dat het niet schoon is, zelfs Eloleo zakjes willen dan plots niet meer lukken.

Dus ik vermoed dat mijn faalangst ook doordringt in mijn hobby, want ja, het zit zo, ik zit met een serieuze dosis faalangst. Niet de doorsnee dosis. Nee, ik heb een flinke hoeveelheid extra gekregen. En iedere keer dat ik mijn schaar in mooie stof zet met de gedachte “dit gaat mooi worden!” of “dit wordt het perfecte cadeau voor X of Y” dan sla ik helemaal tilt en dan maak ik de belachelijkste en stomste fouten in de geschiedenis der naaikunst. Of ik begin gewoon niet aan bepaalde projecten. Dan leg ik alle materialen klaar op mijn bureau en kijk ik er een week iedere dag naar, om dan uiteindelijk alles op te ruimen en het zoveelste konijn te maken, want konijnen, die willen wel iedere keer lukken.

Het is frustrerend! Het is belachelijk! Het is absurd! Uiteraard begin ik dan ook te twijfelen aan mezelf. Hoe zou je zelf zijn. Is naaien wel iets voor mij? Moet ik het niet overlaten aan de mensen die over wat meer geduld beschikken? Moet ik een andere hobby zoeken? Plafondstaren, daarmee kan ik niets misdoen! Of moet ik gewoon een manier zoeken om hier mee om te gaan? Maar hoe dan? Faalangst, het kan rare dingen doen met een mens. Zucht. En dat warme weer en die zweetpollen helpen ook niet meteen bij het naaien momenteel. Nog diepere zucht.

26 June 2010

Deze middag kreeg een collega van me het nieuws dat zijn broer een reis had gewonnen. Een reis naar Hawaii. We waren allemaal een beetje jaloers op die broer. Hawaii. Op reis gaan naar Hawaii, dat staat nog op mijn Life List (nummer 19), maar ik vrees dat als ik ooit voet zet op Hawaii, dat ik heel de reis met mijn eigen zuurverdiende centjes zal moeten betalen. Ik win namelijk nooit iets. Of zelden. Eigenlijk moet ik zelden zeggen.

Vorige week won ik namelijk de grote lenteschoonmaak giveaway bij IdeeVous. Gisteren zat het pakketje in de bus. Een stevige houten armband, een button, een grappige tas en het Kotkitchen kookboek. Dat boek had ik al een paar keer zien liggen in de winkel. Ik vermoed dat ik er door werd aangetrokken door de vormgeving. Ik kocht het nooit met het idee “Pfff… ik zit toch niet op kot zeker?”. Maar nu ik het in mijn bezit heb, vind ik het jammer dat ik het niet eerder had. Er staan veel interessante recepten in dat boek die het proberen waard zijn en het leukste van het hele boek zijn nog de inspiratie-lijstjes op het einde. Of misschien vind ik dat gewoon het leukst omdat het lijstjes zijn. Ik en lijstjes ook. ;)

Nu vraag ik mij af: moet ik nu ook een giveaway doen om mijn positieve karma een beetje te behouden? Anders ga ik nooit een reis naar Hawaii winnen. Laat staan een weekendje naar de Belgische kust. Of zelfs maar een filmticket. Stel je voor!

22 June 2010

Wat ik deed dat op mijn lijstje stond?

  • Uitrusten. Ik ben er in geslaagd om tot een uur of tien in mijn bed te blijven liggen. Meestal word ik wakker in het weekend rond negen uur en dat is al een prestatie. Er zijn wel twee nachten van zware insomnia gepasseerd en tijdens een van die twee nachten ben ik uit pure miserie opgestaan (het was 6u30, ik lag al een dikke twee uur wakker en slapen zat er niet meer in). Maar al bij al is dat uitrusten aardig gelukt. Het kon beter, dat wel.
  • Een flantaart maken. Check.
  • Naar de zee gaan. Check.
  • Schrijven. Ik heb voornamelijk hier op mijn blogje geschreven. De andere dingen die ik in mijn hoofd had, die blijven daar nog even steken.
  • Tekenen. Enkele weken geleden kreeg ik de vraag van de zus van een vriendin of ik een illustratie wilde maken voor haar trouwkaartje. Ze had en superleuk idee en dus heb ik dat even uitgetekend. Oeh en bij de kapper heb ik ook getekend. Daar was een van de drie kapsters ziek, dus ze hadden wat achterstand opgelopen waardoor ik bijna een uur moest wachten. Gelukkig heb ik altijd een balpen en wat papier in mijn handtas steken.
  • Eén knuffel maken. Nog een konijn. Uit die befaamde wortelstof. Dat stofje ligt al jaren in mijn stoffenkast, maar ik heb het nooit durven te verknippen. Zo’n schoon stofje! Maar voor een konijn was dat uiteraard perfect. Het monster dat ik in mijn hoofd heb, dat zal nog wel gemaakt worden.
  • Eén tas ontwerpen en uitwerken. Een hele namidddag heb ik er bijna aan gewerkt. Een hele namiddag. Mijn 3D-denken werkte niet helemaal mee, maar op het einde ben ik er min of meer in geslaagd het effect te verkrijgen dat ik wilde. Hoera! Alleen is het bij de testversie gebleven. Ik moet het nog omzetten naar iets bruikbaars in een iets charmantere stof.
  • Slopers maken. Een beetje last minute aan begonnen en op een andere manier dan dat ik in gedachten had, maar boy oh boy, véél bijgeleerd. Op een bepaald moment begon ik spontaan figuurnaden toe te voegen om bepaalde vreemde plooien weg te werken en tot mijn verbazing gaf dat het effect dat ik wilde. Ik gaf mezelf een schouderklopje.
  • Lezen. Ik was voor de vakantie begonnen in The Host van Stephenie Meyer omdat de flaptekst me wel aansprak. Aliens die de mensheid over nemen en zo… Ja. Dat kan mij al een keertje bekoren. Dus ik hoopte heel hard dat Meyer na Twilight had leren schrijven, maar nee hoor. Haar manier van vertellen is oersaai. Dus ruilde ik dat boek in voor Sappho’s sprong. Beste beslissing die ik kon maken. Wat een geweldig boek. Oude Grieken en hun goden, het is me wat.
  • Gaan winkelen. Ik weet dat ik schreef dat ik achter kleren wilde gaan winkelen en ja, we hebben dat een beetje gedaan toen we in Oostende waren, maar ik heb geen kleren gekocht. Nope. Niks. Nada. Wel een riem. Telt dat als kledingstuk? Maar we hebben wel weer een paar fijne spulletjes gekocht voor in ons stekje.
  • Eén webproject uitwerken. Dit is het enige waaraan ik helemaal niets heb gedaan tijdens de vakantie. Niets. Zelfs niet naar gekeken.

Wat ik deed dat niet op het lijstje stond?

  • Mijn kappersfobie onder ogen komen en naar de kapper gaan
  • Naaipatronen kopen en daarmee beginnen prutsen
  • IJs maken en cupcakes met chocoladedruppels er in
  • Kuisen (dat moet ook af en toe gebeuren)
  • X-files kijken (yup, Het Vriendje en ik zijn helemaal bij seizoen 1 begonnen)
  • Middagdutjes doen
  • De Nintendo DS nog eens bovenhalen
  • Naar de kringloopwinkel gaan en daar fijne stofjes kopen
  • Naar de stoffenwinkel gaan en daar een leuk couponnetje op de kop tikken en nog een paar meter andere stofjes kopen
  • To Do lijstjes maken en daar dan ook maar een template voor maken (intussen al bijna 100 keer gedownload… wow)
  • Nog meer projectjes uitdenken waarvoor ik eigenlijk helemaal geen tijd heb
  • Het Vriendje veel knuffelen
  • Fietsen
  • Ein-de-lijk eens bij de Hexagoon binnengestapt en amaai, mooi winkeltje

Al bij al heb ik niet erg veel gedaan, zo voelt het toch. Ik heb voornamelijk veel tijd achter mijn naaimasjien doorgebracht… en gevloekt dat een week zo kort is. Nu is het afwachten tot mijn verjaardag. Dan heb ik een verlengd weekend. Verjaren rond de nationale feestdag heeft zo zijn voordelen. ;)

21 June 2010

Zo, het is dus de bedoeling dat ik kleren ga beginnen maken. Voor mezelf. Ik ben er meteen in gevlogen met het Ceylon jurkje en ja, misschien had ik het beter eerst wat rustiger aan gedaan. Ik had kunnen beginnen met een paar A-lijn rokjes bijvoorbeeld. Iets zonder zestien knoopsgaten. Maar nee, zo ben ik uiteraard niet. Op de koop toe ben ik met de gedachte aan het spelen om mijn eigen kleren te tekenen. Eenvoudige kleren. Het moeten geen baljurken zijn of kleren die zo op de catwalk kunnen verschijnen, maar een ding vind ik wel belangrijk en dat is dat alles goed past.

Maar dan komt de grote vraag. Wat wil ik eigenlijk dragen? Ik ben allesbehalve modebewust. Ik wéét zelfs niet wat er momenteel in is. Dat interesseert me gewoonweg niet. Goed, ik heb mijn dosis Trinny & Susannah gehad waardoor ik wel besef wat ik kan dragen en wat ik beter links laat liggen (mini rokjes en meer van dat :P ). Langs de andere kant zit ik met een hoop complexen zodat ik mijn lichaam niet helemaal goed kan inschatten. Ik vind mijn armen te dik, een en al blubber, hoewel dat al bij al meevalt volgens velen. Toch bedek ik ze liever en kies ik steeds jurkjes mét mouwen. Hete zomers zijn dan ook hel. Ik wil wel iets met spaghettibandjes aan doen, want ja, dat is frisser, maar dan loop ik heel de tijd zelfbewust te wezen over die armen. En dat is nog maar het topje van de ijsberg.

In mijn kleerkast is niet echt een rode draad terug te vinden (dat mag ook letterlijk genomen worden, ik draag geen rood). Ik heb jurkjes, t-shirts, broeken,… Van alles een beetje zonder een echte stijl. Ja, ik draag mijn jurkjes/rokjes over broeken. Dat is zo een beetje mijn ding geworden. Voornamelijk omdat ik een complex heb over mijn kuiten en enkels en omdat ik graag gemakkelijke schoenen draag. En heel toevallig heb ik geen gemakkelijke schoenen die ik onder een jurkje of rokje kan dragen zonder dat mijn kuiten of enkels er vijftig keer breder uit zien. Ik moet daar maar eens werk van maken, maar ugh, schoenen. Ik haat schoenen kopen. En oh ja, gillettekes (golfjes), dat draag ik ook veel. Maar voor de rest… geen samenhang what so ever.

Dus de laatste tijd ben ik op een paar sites aan het rondsurfen om inspiratie op te doen. Ik begin door het kijken naar die kledingstukken te verstaan hoe kleren in elkaar zitten, hoe een basispatroon wordt aangepast om een bepaald model te bekomen. De afgelopen dagen heb ik dan meerdere malen een “klik” meegemaakt, een aha-moment gehad. En dat is fijn, maar dat helpt me nog altijd niet verder met de vraag: wat is mijn stijl? Waar sta ik mee?
Ik vind mensen met een uitgesproken kledingstijl schitterend. Bijvoorbeeld het personage van Emma Pillsbury uit Glee vind ik schitterend. Vintage met een twist en met gillettekes. Langs de andere kant: niks voor mee, een beetje te kakkerig. Of deze jongedame kleedt zich ook fantastisch: Frocks And FrouFrou. Dat is een van de weinige “kijk wat ik vandaag aan heb” blogs die ik volg. En kijk eens aan, opnieuw golfjes en opnieuw een beetje vintage getint. Zoiets zie ik wel zitten. Ja.

Maar dan steken de complexen hun kop op en mijn verlegenheid speelt me dan parten. Dan trek ik toch maar weer een broek aan onder een pracht van een rokje of dan steek ik een mooi kraagdetail weg achter een trui. Dan speel ik het veilig en verberg ik mijn drieduizendzevenhonderdachtenveertig complexen en onzekerheden achter veilige kledij en dat terwijl ik eigenlijk helemaal niet van veilige kledij hou. Ik hou van kleur, ik hou van strakke tailles en van mooie decolletees, ik hou van opzichtige kragen, van grote knopen en van gekke prints.

En uiteindelijk komt het op een ding neer: uit die comfortzone stappen. De kledingkast openen en dat ene flashy jurkje aan doen, een keer doorbijten en op zoek gaan naar een elegante schoen waar mijn voeten niet in gaan open liggen, geen broeken dragen onder rokjes en jurkjes en vooral gekke kleren zelf maken. Dan voel ik me verplicht die aan te doen, want no way José ga ik veel tijd in het maken van een kledingstuk steken om het vervolgens niet aan te doen. No way José. Fouten of niet, ik ga dat aan doen. U bent gewaarschuwd.

Nu eerst nog uitzoeken welke kleren ik wil maken. Zucht.

20 June 2010