De zuster van schreef een tijdje geleden over haar doos van Pandora, de doos waar al haar uhm… niet al te succesvolle of onafgewerkte naaiprojecten in terecht komen. Ik heb ook zo’n doos. Volgens mij heeft iedere naaister wel zo’n doos. Toch? Nu is de moment om instemmend te knikken. Fo vroeg hoe het zat met dat Ceylon jurkje waar ik bijna twee jaar geleden zeer enthousiast aan begonnen was. Wel, dat is verzeild geraakt in de donkerste krochten van die doos.

Ik ben vastgelopen op de knoopsgaten. Jawel. Uiteraard. Op wat anders. Ze zijn allemaal een beetje anders, staan niet allemaal even ver van elkaar en er is er eentje zo hard mislukt dat ik het opnieuw wilde maken, waardoor het nog harder mislukte. Aanschouw, de foto’s van een onafgewerkt, ongestreken Ceylon jurkje.

Voor zij die denken: “Maar allez, dat valt toch keigoed mee, joh,”. Nope. Aan de kapstok valt het mee. Op mijn lijf maakt het allemaal rare plooien dankzij knoopsgaten die niet helemaal juist staan en zo. Ach ja. Het was te ambitieus voor mijn naaiskills toen. Ik vermoed dat ik nu nog steeds zou vastlopen op die knoopsgaten. Misschien moet ik dat ook maar eens op mijn doelstellingen lijst voor 2012 zetten: knoopsgatenfobie overwinnen! Want ik ben nog steeds helemaal verliefd op dit model en ooit, ooit ga ik het maken en tot een goed einde brengen. Mark my words. Ooit.

28 January 2012

Martine vroeg hoe ik dat deed, die stofjes maken bij Spoonflower.

Ik volg je blog al een tijdje en toen je je stof uit bracht was mijn eerste reactie : hoe doet ze het . Bvb die ninja’s schets je die zelf en hoe kom je dan tot een patroon / idee voor een stofje? Doe je dat met de pc of op een andere manier? Niet dat ik talent heb en ooit mijn eigen stof ontwerp maar ik ben daar zo nieuwsgierig naar. Ik zie graag hoe iets ontstaat, daarom mijn vraag.

Daarom dus deze korte handleiding. Er zijn natuurlijk ook andere manieren, maar dit is hoe ik de Ninja-stof en ook de “Diep in de zee” stof heb gemaakt. Laat ik gemakkelijkheidshalve gewoon de Ninja-stof als voorbeeld gebruiken.

Stap 1: Een idee
Alles begint met een idee. Altijd. Alles. Ik wilde graag een stofje maken dat door jongensmama’s kon gebruikt worden om allemaal stoere spulletjes mee te maken. Eens dat was beslist, werd er gebrainstormd met mezelf en zo had ik plots een gigantische lijst potentiële onderwerpen gaande van brandweer tot circus tot race auto’s. De ninja’s spraken me zelf het meest aan.

Stap 2: De schetsronde
Ik heb de neiging te schetsen terwijl ik een film of een serietje kijk of naar een podcast luister. Bij mij moet er altijd een soort van auditieve prikkel zijn of ik kan niet schetsen. Raar maar waar. Ik vermoed dat het iets te maken heeft met het uren en uren aan een stuk tekeningetjes maken in mijn notities terwijl ik naar een leerkracht luisterde in de klas. Maar dus… Zo ontstond deze schets.

Ik sta er zelf even van te kijken, maar er kwam blijkbaar geen potlood aan te pas. Opnieuw: ik vermoed dat dat iets te maken heeft met het uren en uren aan een stuk tekeningetjes maken met een balpen tijdens de lessen. Soit. Ahum.

Stap 3: Digitaliseren van de schets
Eens de schets gemaakt was, werd deze ingescand en werd Illustrator geopend. Illustrator kan een beetje tricky zijn om mee te werken in het begin, maar eens je begrijpt hoe het progamma werkt, kan je er geweldige dingen mee maken. Nog voor ik begon met het echte illustreerwerk, koos ik ook even de kleuren aan de hand van de kleurentabel van Spoonflower. Lieve mensen, als je Spoonflower gaat gebruiken om stofjes te maken, hou dan die kleurentabel bij de hand. Als je de kleurencodes gebruikt die in die tabel staan, dan gaan je kleuren juist geprint worden. Geen vale kleuren en zo.

Dit is het uiteindelijke resultaat van een paar uren intensief illustreerwerk. En plots dook er ook een ninja op in een holle boomstam. Zo gaat dat nu eenmaal met ninja’s. Die duiken overal heel stilletjes op en voor je het weet staan ze mee op een stofje gedrukt. Tsssk.

Stap 4: Spoonflower
Dit is volgens mij de gemakkelijkste stap. Je gaat naar Spoonflower, als je er nog geen account hebt, dan maak je er een aan en je klikt vervolgens op de knop “Add Designs”. Daar kan je je illustratie uploaden. Ik gebruikte hiervoor gewoon het Illustrator bestand (.ai), zodat ik me zeker geen zorgen moest maken om het juiste dpi (dots per inch).

Het leuke aan Spoonflower is dat je eigenlijk niet tijdens de illustreer-stap moet nadenken over het herhaalbaar maken van je illustratie. Er zijn een paar opties voor de herhaalbaarheid van de illustratie in Spoonflower: een basic repeat, waarbij alles gewoon doorloopt, een halfdrop waarbij de tekening rechts van de eerste tekening een halve lengte zakt (Chinees, ik weet het, maar eens je er mee aan het knoeien bent, zal je zien wat ik bedoel), een halfbrick waarbij je een soort van bakstenenmuur-patroon maakt en mirror repeat, waarbij de tekening een keer juist staat, dan weer gespiegeld, dan weer juist, dan weer gespiegeld.

Voor je stof kan verkopen op Spoonflower moet je als designer eerst even een sample bestellen. Als je gewoon voor jezelf een stukje stof ontwerpt, dan kan je er meteen een fat quarter, een yard, etc. van bestellen.

En zo gaat dat dan.

26 January 2012

Herinneren jullie zich Jeroen nog? Mijn uberschattige metekindje dat geboren werd in juli? Ik ontwierp zijn geboortekaartje. Niet lang nadat hij werd geboren deed Spoonflower een actie waarbij de verzendkosten gratis waren. Ik kroop achter de computer en maakte een doorlopend motief van het geboortekaartje. Anderhalve week later viel het hier in de bus. Uiteraard was ik ontzettend trots op dat stofje, maar ik wist niet meteen wat ik er mee wilde maken. Eén yard had ik. Negentig centimeter. Een hemdje. Slofjes. Een bavet. Alle mogelijke ideeën zijn de revue gepasseerd, maar uiteindelijk besloot ik het heel simpel te houden.

Ik had mijn zus gewaarschuwd dat Jeroen drie kadootjes zou krijgen met kerstmis: een functioneel kado (een leuke kom om fruitjes of pap uit te eten), een kado om mee te spelen (een activiteitenkubus) en een zelfgemaakt kado. Een dekentje. Ik volgde deze tutorial van Emma en Mona en in een mum van tijd rolde er een schattig, warm dekentje van onder mijn naaimachine.

De reactie van de zus toen ze het kadootje open maakte? “Van waar ken ik dat stofje?”. Echt. Serieus. Gemeend. Een diepe denkrimpel in haar voorhoofd. Ik dacht even dat ze er mee aan het lachen was, maar neen. Er werd haar vanuit een hoek toegefluisterd dat het het geboortekaartje was van haar jongste zoon. Hilariteit alom natuurlijk. Maar voor de rest viel het gelukkig wel in de smaak. Er was net een dekentje nodig. Dus ha, kwam dat even mooi uit!

25 December 2011

“Kathleen, naai jij eigenlijk nog?” hoor ik jullie denken. Er verschijnen hier tegenwoordig veel berichten over allerhande onderwerpen gaande van schoenen tot het afzweren van choco, maar naaien? Daarover wordt precies in alle talen gezwegen. Ja, het naaien staat hier op een zeer laag pitje. Ik naai voor mijn shop, maar dat is het ook. Er ligt nog een hemd voor Het Vriendje te wachten op een paar knoopsgaten en knopen en die zullen er ooit wel eens aan komen. Er ligt hier ook nog ergens een hemdje voor mezelf dat half in elkaar is gedriegd, maar in dat hemdje ben ik de interesse ook weeral in verloren. Zo gaat dat soms bij mij. Sommige periodes kan ik uren aan een stuk naaien alsof het niets is. Andere periodes lukt het me niet om langer dan vijf minuten achter mijn naaimachine te zitten. Tijdens die periode pieken andere interesses dan weer. Schrijven bijvoorbeeld, moest jullie dat nog niet zijn opgevallen.

Maar dus, gisteren kroop ik toch heel even achter mijn masjien. Ik kwam tijdens het uitmesten van mijn kast een bruin gileteke… cardigan… ding tegen. Ik kocht het jaren geleden in de H&M en na een week dragen zat er in de linkermouw al een gat. Het gat werd hersteld, scheurde terug open, werd terug hersteld, scheurde opnieuw open en toen gaf ik het op en droeg ik het onding gewoon met gat. Nah!

Het ding met giletekes is dat ik die meestal draag met opgestroopte mouwen, dus dat gat verdween ergens in een plooi. Of dat hoopte ik alleszins. Het werd hier en daar wel eens opgemerkt en om eerlijk te zijn, die gilet lag meer in mijn kast omwille van dat gat dan dat ik hem aan deed. Maar toen kwam de vraag tijdens het uitmesten van de kleerkast: weggooien of toch maar bijhouden? Laat ik eerlijk zijn, ik heb vrij weinig kleren. Ik vermoed dat Het Vriendje meer kleren heeft. Ieder kledingstuk werd dus tijdens het uitmesten van de kleerkast zwaar bestudeerd en ook bekeken vanuit het standpunt: “Kan ik hier nog iets van maken?”. En jawel, van die bruine gilet kon ik inderdaad nog iets maken.

De mouwen werden ingekort. Boordstofje er af, stuk van de mouw er af geknipt, boordstof aan nieuwe rand van de mouw, stik stik stik met de overlock. Tien minuten later: done and done. Maar geef nu eerlijk toe, u ziet op een blog toch veel liever kleurrijke kinderkleedjes en prachtige tassen dan een gileteke waarvan de mouwen zijn ingekort, toch? Dat dacht ik ook al, ja. :P

6 December 2011

De meteorologische winter is weer begonnen en ik vermoed dat de echte winter ook niet meer heel lang op zich zal laten wachten. Binnenkort mag ik weer op mijn fietsje kruipen bij temperaturen net boven of zelfs onder het vriespunt. Die kou brengt uiteraard een droge huid met zich mee, meestal aan mijn handen, desondanks mijn dikke handschoenen. Boe. BOE. En toen kwam ik op Pinterest het concept sugar scrubs tegen. Je neemt wat suiker, wat olijfolie en wat lekker geurende kruiden of extracten, gooit dat allemaal samen en smeert dat op je lijf. Done en done. Instant zacht velletje. Or so they say.

Eerst zien, dan geloven.

Ik had alles in huis om zo een sugar scrub te maken. Suiker, olijfolie (extra virge) en een hele reeks kruiden die ik kon gebruiken. Ik besloot het toch eerder op veilig te spelen en een olie te gebruiken die ik ooit in een ver verleden had gekocht in De Banier om zeep mee te maken. Ze verkopen die oliën daar nog altijd, voor de geïnteresseerden. Ik vond een klein weckpotje waarmee ik aan de slag ging. Moest er toch iets foutlopen, dan was het maar een kleine hoeveelheid suiker en olie die de vuilbak in moesten gekieperd worden.

Ik vulde mijn potje ongeveer vier vijfde met suiker en liet er dan de olijfolie overlopen tot de suiker goed doordrongen was. Daarna druppelde ik er vier of vijf druppeltjes van de geurende olie over (perzik in mijn geval). Het resultaat was een welriekende, plakkerige massa met de kleur van pipi. Jawel. De witte suiker en de groenig-gelige kleur van olijfolie… Slechte combinatie. Gelukkig had ik uit mijn “ik ga zeep maken!”-tijdperk ook nog rode zeepkleurstof over. Daarvan een beetje bij gedruppeld, gemengd en tadaaa… Een schoon perzikkleurtje. (In het echt is het iets minder oranje dan op de foto)

En hoe gebruik je dat? Je maakt een lichaamsdeel naar keuze nat, neemt een beetje scrub, wrijf dat zachtjes over je lichaamsdeel naar keuze en daarna spoel je dat weer af. Ik heb het tot nu toe enkel voor mijn handen gebruikt, maar blijkbaar zou je het ook onder de douche kunnen gebruiken, hoewel ik niet weet of dat wel een goed idee is, zo met al die olie.

Voor de mensen die geen zin hebben om eerst naar De Banier te lopen voor zeepolie en -kleurstoffen: probeer eens wat zest van een appelsien of een citroen toe te voegen. Dat zou ook werken. En volgens mij kan je er evengoed voedingskleurstof aan toevoegen. Dus moest je dat nog hebben liggen uit een “ik ga mega coole versierde cupcakes en taarten maken!”-periode hebben ligen, dan kan je ook weer verder. :D

Soit. Ik ga nog wat met sugar scrubs experimenteren de komen weken. Het lijken mij ook ideale kleine kerstcadeautjes. Een leuk strikje rond de weckpot en done and done.

4 December 2011