Heel de week heb ik af en aan aan een site voor een chocolatier gewerkt, je weet wel, zo een die pralines maakt. Ik moest met oude foto’s werken van allerlei prachtige pralines die er overheerlijk uitzagen. Het water stroomde me iedere keer in de mond. Je bent een chocoholic of je bent het niet. Ik ben het dus overduidelijk wel.
Vandaag kwam Bunker dan om de pralines te fotograferen voor de nieuwe site. Ik speelde assistent en art director. Ik was diegene die de pralines voorzichtig vastpakte, op het juiste plekje zette en terug in het doosje legde. Het waren ongeveer vijftien pralines. Een keer werden ze op een witte achtergrond gefotografeerd. Een keer op een zwarte. Ik keek naar de foto’s, keurde ze, draaide de pralines wat beter, liet Bunker het licht aanpassen en dat allemaal terwijl er een doos pralines vlak onder mijn neus stond.
En ik heb er geen een gegeten. Ook al waren er dubbele.
Geen een.
Dat, mijn beste lezers, is het toppunt van zelfbeheersing. En het doet me verdacht veel hieraan denken:
En nee, ik heb er niet aangelikt, niet aan gesnoven en ik heb er ook niet de vulling uit geprutst. Ha! Ik ben trots op mezelf.
Ik had op de markt net een bakje frambozen gekocht en liep goedgemutst op weg naar huis. De zon scheen, ik had goed geslapen en hey, binnen een week komt Het Vriendje terug. Reden genoeg om goedgemutst te zijn. Ik liep een hollands koppel dat duidelijk op weg was naar het Begijnhof voorbij en wandelde op mijn gemak verder. Mijn voeten deden vrij veel pijn (oooh ja, Birckenstocks zijn toch zooo geweldig, not), dus moest ik het wat langzamer doen. Het was toen dat ik iemand achter me het woord “hema” hoorde zeggen. Heel toevallig had ik een zakje van de hema vast. Grinnikend dacht ik “Ha, die holanders hebben door dat er hier ook Hema’s zijn, dolletjes,”.
Maar toen hoorde ik het opnieuw. “Pssst… Miss Hema,” hoorde ik. Ik trok een bedenkelijk gezicht. Dat voorspelde niet veel goeds. Tot drie keer toe werd het herhaald en tot drie keer toe wist ik het te negeren. Vervolgens hoorde ik “Mooi weer vandaag hé?”. Oh lieve god. Iemand was tegen mijn rug aan het praten. Ge-fokking-weldig. Het was een mannenstem met een accent, maar niet dat van de buurman. De buurman zou mij ten eerste bij mijn naam aanspreken en ten tweede gewoon naast mij komen lopen om tegen mijn gezicht spreken. Deze kerel dus niet. Van binnen begon ik al te schreeuwen: “Waarom?! WAAROM?! WAAROM?!” en “Wat doe ik toch verkeerd?!” en “Waarom moeten volslagen vreemden altijd mij er uit pikken?! Waarom?!” (Vorig weekend in de GB nog aangesproken geweest door een Indiër die zich afvroeg of wat hij vast had body lotion was. Waarom dat niet gewoon vragen aan iemand van de winkel zelf?).
Op de hoek van een straat die ik moest oversteken, stonden twee oudere vrouwen de kerk op het Damiaanplein te bekijken. Ik bleef even staan en keek twee tellen langer dan gewoonlijk naar die kerk. Vervolgens stak ik het plein over en toen zag ik vanuit mijn ooghoek iets naast mij lopen. Ik moest niet eens op ooghoogte kijken. Nee. Ongeveer tien centimeter naar omlaag. Een aziatische kerel met een zonnebril. “Heyla,” zei hij en liep naast mij. Veel te dicht bij mij. Ugh. “Mooi weer vandaag hé,” zei hij opnieuw, gevolgd door nog een “Heyla”. Ik beet op mijn tong om hem niet in zijn gezicht toe te schreeuwen dat hij mij gerust moest laten of dat ik hem gewoon nog een kopje kleiner zou maken dan hij al was. Dus keek ik voor me uit en wandelde verder. Hij ging weer een meter achter mij lopen, maar er volgde nog een “Heyla,” of twee, drie. Geloof me, je voelt je op dat moment alles behalve op je gemak.
In plaats de straat naar mijn thuis in te slaan, besloot ik ondanks mijn pijnlijke voeten toch even een omweg te doen. In de Schapenstraat is er gelukkig een klein, gezellig verborgen winkeltje met een groot raam dat uitkijkt op de straat. Ik wilde het al een tijdje bezoeken en nu leek het me de uitgelezen kans. Dus stak ik de straat over, ging het winkeltje binnen en zag hoe die kerel nog even keek en dan toch maar verder liep. Ik haalde opgelucht adem.
Maar het wordt dus de hoogste tijd dat Het Vriendje terugkomt om gewoon ieder fokking moment naast mij te lopen, want dit is echt niet leuk. Ugh.
Een tijdje geleden werd Sita sings the blues op een animatiefilmfestival hier in Leuven gespeeld. Uiteraard had ik dat pas een week later door en kreeg ik dus niet de kans deze film te zien. Gelukkig is karma af en toe ook gewoon lief. Ik denk dat ze gisteren gewoon effe last had van een slechte dag of zo. In ieder geval, Nina Paley, de maakster van de film, heeft besloten de film vrij te geven onder Creative Commons Attribution-Share Alike License. Woohoo! Dat betekent dus dat je de film gewoon kan downloaden en er van kan genieten waar en wanneer je maar wil. En dat heb ik dan deze ochtend ook gedaan. De muziek, de animaties, het verhaal, dat Indische accent,… het is echt allemaal leuk gedaan. Zeker een aanrader voor animatie liefhebbers.
Ik ben al een tijdje op zoek naar een leuke bikini. De enige bikini die nu ergens in mijn kast rondslingerd is eigenlijk al vijf jaar oud. Vijf. Tijd voor iets nieuws dus. De afgelopen weken heb ik mijn ogen open gehouden, maar nergens zag ik de bikini van mijn dromen. Tot ik deze namiddag, na het werk nog even bij de Hema binnen sprong. Plots zag ik hem hangen. De bikini waar ik al zo lang naar op zoek was. Een klein gospel koortje begon “Hallelujah” te zingen in mijn hoofd. Ik paste de bikini, besloot dat het topje zeer goed zat, maar van het broekje kon ik niet meteen hoogte krijgen. Ik dacht dat ik het misschien verkeerd geknoopt had of zo. Soit. Dat zou wel in orde komen.
Dus ging ik naar de kassa en verwachtte me voor het topje en voor het broekje apart te moeten betalen. Blijkbaar was het kaartje dat aan het topje hing er af gevallen en had de vrouw aan de kassa geen zin of zo om de prijs te gaan checken. Ik hoorde haar in gedachten “meh” zeggen toen ze het topje opzij schoof bij het broekje en het pak stroopwafels (ja, ik weet het, niet goed bezig). Dus betaalde ik iets van een luttele 12 euro. Voor een bikini. En een pak stroopwafels. Yup. Ik wou nog zeggen dat dat fout was, maar besloot mijn mond te houden. Dus hield ik mijn mond, betaalde ik en verliet zeer goed gemutst de winkel.
En toen kwam ik thuis en viel mijn oog op het etiket van het broekje. Er stond een grote L me recht in het gezicht uit te lachen. Ik mag dan misschien een iets breder kont hebben, maar een large, nee, daar kom ik nog net niet in de buurt. Damn. Ik dacht echt dat ik de medium vast had. Daar ging mijn goede humeur. Dus nu ga ik vrijdag, van zodra de Hema zijn deuren opent, daar binnen stormen en gaan kijken of er nog een medium hangt en ooooh wee als dat niet zo is! Damn it. Dan vind je eens de bikini van je dromen. Pfuh!
Karma kan zo’n gigantische bitch zijn soms. En nu ga je zien, nu gaan ze nergens in België nog zo’n broekje hebben in een medium. Ik zie het al zo voor mij. ‘t Zou nog typisch zijn.