De wereld heeft meer kleine, roodharige meisjes nodig.
Via Netsensei.
De wereld heeft meer kleine, roodharige meisjes nodig.
Via Netsensei.
De meteorologische winter is weer begonnen en ik vermoed dat de echte winter ook niet meer heel lang op zich zal laten wachten. Binnenkort mag ik weer op mijn fietsje kruipen bij temperaturen net boven of zelfs onder het vriespunt. Die kou brengt uiteraard een droge huid met zich mee, meestal aan mijn handen, desondanks mijn dikke handschoenen. Boe. BOE. En toen kwam ik op Pinterest het concept sugar scrubs tegen. Je neemt wat suiker, wat olijfolie en wat lekker geurende kruiden of extracten, gooit dat allemaal samen en smeert dat op je lijf. Done en done. Instant zacht velletje. Or so they say.
Eerst zien, dan geloven.
Ik had alles in huis om zo een sugar scrub te maken. Suiker, olijfolie (extra virge) en een hele reeks kruiden die ik kon gebruiken. Ik besloot het toch eerder op veilig te spelen en een olie te gebruiken die ik ooit in een ver verleden had gekocht in De Banier om zeep mee te maken. Ze verkopen die oliën daar nog altijd, voor de geïnteresseerden. Ik vond een klein weckpotje waarmee ik aan de slag ging. Moest er toch iets foutlopen, dan was het maar een kleine hoeveelheid suiker en olie die de vuilbak in moesten gekieperd worden.
Ik vulde mijn potje ongeveer vier vijfde met suiker en liet er dan de olijfolie overlopen tot de suiker goed doordrongen was. Daarna druppelde ik er vier of vijf druppeltjes van de geurende olie over (perzik in mijn geval). Het resultaat was een welriekende, plakkerige massa met de kleur van pipi. Jawel. De witte suiker en de groenig-gelige kleur van olijfolie… Slechte combinatie. Gelukkig had ik uit mijn “ik ga zeep maken!”-tijdperk ook nog rode zeepkleurstof over. Daarvan een beetje bij gedruppeld, gemengd en tadaaa… Een schoon perzikkleurtje. (In het echt is het iets minder oranje dan op de foto)
En hoe gebruik je dat? Je maakt een lichaamsdeel naar keuze nat, neemt een beetje scrub, wrijf dat zachtjes over je lichaamsdeel naar keuze en daarna spoel je dat weer af. Ik heb het tot nu toe enkel voor mijn handen gebruikt, maar blijkbaar zou je het ook onder de douche kunnen gebruiken, hoewel ik niet weet of dat wel een goed idee is, zo met al die olie.
Voor de mensen die geen zin hebben om eerst naar De Banier te lopen voor zeepolie en -kleurstoffen: probeer eens wat zest van een appelsien of een citroen toe te voegen. Dat zou ook werken. En volgens mij kan je er evengoed voedingskleurstof aan toevoegen. Dus moest je dat nog hebben liggen uit een “ik ga mega coole versierde cupcakes en taarten maken!”-periode hebben ligen, dan kan je ook weer verder.
Soit. Ik ga nog wat met sugar scrubs experimenteren de komen weken. Het lijken mij ook ideale kleine kerstcadeautjes. Een leuk strikje rond de weckpot en done and done.
De ideale winterschoen is in mijn ogen een laars die tot halverwege de kuit of tot net onder de knie komt. Lekker warm, lijkt me dat, alleen zit ik met een klein, technisch probleempje op het vlak van laarzen. Ik heb kuiten. Mega-kuiten. Of kieten zoals mijn papa ze wel eens noemt. Ze zijn breder dan gemiddeld. Veel breder dan gemiddeld, vermoed ik. En hoewel ik iedere dag fiets en tot voor kort vaak liep, blijven mijn kuiten gi-gan-tisch. Ik overdrijf niet, toch niet als ik naar de breedte van de gemiddelde laarzenschacht kijk. Die mocht ik vandaag weer aanschouwen. Het Vriendje en ik trokken naar de Carmi in Korbeek-Lo. Als je daar niet de ultieme schoen vindt, dan mag je het opgeven, vind ik persoonlijk. Ik heb minstens 30% van hun aanbod aan mijn linkervoet gehad. Van die 30% heb ik nog eens 70% gefrutstreerd teruggezet omdat ik de schoen in kwestie niet dichtgeritst kreeg.
Maar toen viel mijn oog op een hoek gevuld met schoenen van Think!. Dat merk was mijn volledig onbekend, maar op de doos stond in het groot “for walking naturally”. Ik ben helemaal pro-comfy schoenen en pro-natural walking. Ik paste een paar schoenen en die zaten echt wel verdacht comfortabel. Uiteindelijk viel mijn oog op een laars in een rodig bruinige kleur. Slik. Mooi. Zoolcheck? Bwah. Zo-zo. Ik had al beter gezien, maar zeker ook erger. Kuitcheck? Oh. My. Bloody. GOD! Ze pasten. Ze pasten rond mijn gi-gan-tische kuiten. Ik heb net geen vreugdedansje door heel de Carmi gedaan. Wandelcheck? Zelfs met een piepkleinhakje liepen ze perfect. Natural walking en al. Prijskaartjecheck? Jikes. Ahum. Slik.
Dus werden er nog enkele laarzen uit de brede-kuiten-sectie gepast, maar die stonden me voor geen meter aan en deden mijn kuiten er enkel nog gi-gan-tischer uitzien. Eén paar vond ik nog heel leuk. Een paar laarzen van El Naturalista, die je kon dragen als hoge laars (mijn kuiten pasten er net in), enkellaarsje of als lage schoen en dat allemaal dankzij een geniaal ritssysteem. Maar toch… Die laarzen van Think!…
Ik denk dat ik meer als anderhalfuur in de winkel heb doorgebracht en dat Het Vriendje een tiental levels Angry Birds uitspeelde. Ahum. Ik ben namelijk verschrikkelijk in beslissingen maken, vooral als het op dingen aankomt die meer als honderd euro kosten. Ik vind honderd euro al veel geld en ik wil daar dan ook goed over nadenken. De voordelen van de schoen waren duidelijk: kuit, elegant-ig, leuk kleur en toch nog comfortabel. De nadelen… tsja… Ik was niet helemaal overtuigd van de zool en de prijs was toch al een minstens een arm waard. Of een been. Wikken. Wegen. Wikken. Wegen. Wikken.
Uiteindelijk heb ik ze gekocht, voornamelijk omdat ik me net bedacht dat ik écht wel schoenen nodig had (het was net aan het regenen en mijn sneakers waren na twee meter wandelen, al weer doorweekt ) en dat ik al eeuwen laarzen wou. Tien tellen later stond ik aan de kassa, betaalde en stond buiten. Even later stond ik voor onze spiegel hier thuis met een rokje aan en daaronder mijn laarzen. Eerlijk? Ik was altijd jaloers op mensen die zo met van die mooie rokjes konden rondlopen in de herfst en winter. Ik kon dat namelijk alleen in de lente en zomer, als het weer een beetje redelijk was en als ik er een eenvoudige open schoen onder aan kon doen. NO MORE. Ik heb, as we speak, een rokske aan en mijn nieuwe laarzen blinken daar onder. HA! HA!!
Op de koop toe blijkt Think! een heel tof merk te zijn, dat staat voor comfort (check!) en dat zo zuinig mogelijk omgaat met natuurlijk bronnen (aka ecologisch verantwoord). Daarvoor betaal ik al eens graag wat extra. En ook het tekstje in de schoen is schitterend: Hi, I am a Think! shoe born in Kopfing, handcrafted from natural materials to make your feet and heart happy. Awww… Lieve schoen.
Vorig jaar overleefde ik de winter met mijn Loints waarin ik steevast twee paar kousen droeg. Mijn Loints, lieve mensen, dat zijn gewone platte schoenen gemaakt uit een laagje leder. Tijdens de sneeuwstormen droeg ik standaard mijn stevige wandelschoenen. Daarmee kan ik iemand doodschoppen, denk ik. Zo stevig zijn ze. Ze zien er ook niet bijster elegant uit, om eerlijk te zijn. Momenteel draag ik nog steeds mijn trouwe, intussen ietwat versleten Zalando sneakers. Langzaam maar zeker begin ik de koude aan mijn voeten opnieuw te voelen. Dus afgelopen vrijdag trok ik even naar de Torfs in het centrum van Leuven om te kijken wat er zoal in de aanbieding was op het gebied van winterschoenen.
Ik heb eigenlijk maar één vereiste voor een goede winterschoen naast het feit dat die goed moet zitten en geen stukken van mensen mag kosten. Die ene vereiste is dat de schoen in kwestie een degelijke zool mét groeven moet hebben. Niet gewoon een ribbel, maar een echte diepe tekening of groeven of hoe je het ook wil noemen. Als je er mee in een zo een dikke, sappige hondenkak stapt, moet het er tussen blijven zitten en moet je er op schuren om het er uit te krijgen. Dat soort groeven. En ik weet dat dat een zeer plastisch voorbeeld was, mijn excuses, maar jullie snappen intussen wel wat ik bedoel, hoop ik.
Winter betekent ijzel en sneeuw. Je hebt dan grip nodig en daar kan een goede zool voor zorgen. Dus daar stond ik in de Torfs. Iedere schoen die me enigzins aanstond qua uitzicht, nam ik vast, draaide ik om en zette ik binnen twee seconden terug. Blijkbaar wordt er niet meer geïnvesteerd in degelijke zolen. Nope. Allemaal zo glad als een spiegel of met een miniscuul ribbeltje dat na een weekje rondstappen er al weer uit is. Binnen de vijf minuten was ik de schoenwinkel weer buiten en had ik de moed om een goede winterschoen te vinden, weer helemaal opgegeven.
Ik vermoed dat ik gewoon te veeleisend ben als het op schoenen aankomt. Denk ik. Misschien. Zo. Of niet?
En ik ben er weer in geslaagd een min of meer samenhangend verhaal van 50.000 woorden te produceren in negenentwintig dagen tijd. 50.041 woorden om juist te zijn. Jawel. Het is een verhaal geworden met een begin, een midden en een einde. Ook dat verdient een applausje, vind ik, want een einde breien aan een verhaal is eigenlijk geen makkelijke opgave voor mij. Maar dus, dit is het vierde jaar op rij dat ik slaag in mijn opzet. Woehoe!
Tijdens het schrijven van die 50.000 woorden had ik een klein zijproject namelijk bijhouden wat ik nog allemaal wil doen NA NaNoWriMo. Op een bepaald moment wordt NaNoWriMo een beetje zoals blokken. Je moet een bepaald ding doen, maar je krijgt opeens zin om duizend en een andere dingen te doen. Jullie kennen het gevoel zeker en vast. Zodus. De lijst.
Soit. Ik weet weer wat gedaan de komende twaalf maanden. En in november 2012 sta ik weer paraat om opnieuw 50.000 woorden te schrijven. Yup.