Eén van de doelstellingen voor dit jaar was om meer met de auto te rijden. Long story short: ik haalde mijn rijbewijs in 2018 en reed vervolgens bitter weinig met de auto waardoor de drempel altijd maar groter en groter werd. Dat terwijl ik het eigenlijk ontzettend fijn vond om te autorijden.
Eind vorig jaar kochten we een nieuwe tweedehands auto en niet zomaar een auto. Nope. Het werd een hybride. Het feit dat die auto eruitziet als een Johnnybakske laten we even terzijde. Het is een fijne auto, ééntje met de nodige toeters en bellen die het rijden eenvoudiger maakt, vooral als je het vergelijkt met de auto waarmee we daarvoor veertien jaar rondreden. Opeens hebben we adaptive cruise control en een parkeerassistent. Daarnaast is zo’n hybride bijzonder zuinig. We hebben hier geen tankkaarten van het werk of iets dergelijks, dus dat was zeker wel ééntje om mee rekening te houden.
En hybride, net als elektrisch rijden, wil zeggen dat het een automaat is en dat zorgt ervoor dat heel wat handelingen wegvallen (schakelen en zo). Met een automaat rijden da’s basically rijden met een go-kart. Ha! Vroem! Vroem!
Ik had verwacht dat ik dus véél meer met de auto zou rijden, maar eigenlijk valt dat bijzonder hard tegen. Eind vorig jaar heb ik een paar ritjes gedaan en ik voelde me op mijn gemak in die nieuwe bolide. Het was even wennen om terug achter het stuur te zitten na zo’n lange tijd, maar ik was er snel weer mee weg. Maar sinds begin dit jaar heb ik één keer gereden. Eén keer. Met de zus naar het Stoffenspektakel. Dat ging op zich vlot, dus ik vraag me af waarom ik niet vaker achter het stuur kruip.
Sowieso is Het Vriendje een chauffeur met meer ervaring. Hij heeft al veel langer zijn rijbewijs en gebruikt de auto regelmatig om naar zijn werk te gaan, iets wat ik uiteraard niet nodig heb aangezien ik op tien minuten wandelen van mijn werk woon. Ha! Dus hij is zo’n beetje onze “hoofdchauffeur”. Daarnaast merk ik dat ik ook veel sneller het openbaar vervoer zal nemen om ergens naartoe te gaan. We wonen op een steenworp van een station met een goede verbinding naar twee grote steden, dus het is makkelijk om daar gebruik van te maken.
Wat ook speelt is dat we één auto hebben. Een tweede zou compleet overkill zijn, maar ik merk wel dat ik vaker opteer voor het openbaar vervoer als ik in het weekend ergens naartoe ga. Zo kunnen de thuisblijvers gebruikmaken van de auto. Het zit zo in mijn hoofd dat dat beter is, want als er een noodgeval is, kunnen ze sneller weg.
Toch besef ik dat zo’n auto heel veel vrijheid met zich meebrengt. Dat is de opmerking die ik het vaakst hoor als ik zeg dat ik zelden tot nooit met de auto rijd: “Voor mij is dat mijn vrijheid” of “ik zou niet weten hoe ik ergens zou moeten geraken zonder mijn auto”. Dan denk ik aan alle mooie wandelingen die ik nog wil maken ergens aan de andere kant van het land, alle mensen waar ik mee wil afspreken die misschien niet bij de deur wonen, alle evenementen waar ik naartoe zou willen gaan,… Soms zou het inderdaad makkelijker zijn als ik gewoon achter het stuur zou kunnen kruipen en gewoon de horizon tegemoet zou kunnen rijden.
Soit. Ik denk dat ik eens een lijstje moet maken met bestemmingen waar ik zelf naartoe wil rijden. Dat lijkt me stap één. En dan terug wat oefenen op rustige momenten (mijn favoriete oefenmoment vroeger was zondagochtend, geen kat op straat). Vaker met de auto willen rijden is één ding, maar als je geen concrete bestemming hebt, dan gaat het er natuurlijk ook niet van komen.
Er is dus werk aan de winkel. Maar voor ik me terug waag op de weg, moet onze bolide misschien even langs de carwash, want het is momenteel een bijzonder vuil Johnnybakske momenteel. Ahum.
Herkenbaar! Toen Juliette pas geboren was, hadden wij maar één auto en deed ik alles met de fiets. Ik had een rijbewijs van toen ik 18 was, maar met op kot gaan en in Gent blijven wonen had ik dat nergens voor nodig… Toen ik van werk veranderde toen Juliette 2,5 was, kon ik plots niet meer met de fiets gaan werken en was daar ineens ook een bedrijfswagen en kon ik niet anders dan mijn angst overwinnen. Gelukkig had ik een paar jaar daarvoor extra rijlessen genomen om mij weer wat zekerder in het verkeer te voelen. Sinds vorige zomer rijd ik elektrisch en ik kan zeggen dat een automaat echt één van het beste is om je meer op je gemak te voelen in de auto. Er valt zo veel ‘denk’werk weg! Er zijn veel dingen die ik vermijd (ondergrondse parkeergarages, Gent centrum, …), maar ik durf wel al op de ring van Brussel en Antwerpen rijden, en ik zoek niet meer telkens op voorhand routes op als ik ergens nieuw naartoe ga!